ECLI:NL:RBZWB:2026:7713

Datum uitspraak
14-07-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/02/448532 / JE RK 26-902
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

1e ondertoezichtstelling

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/448532 / JE RK 26-902

Datum uitspraak: 14 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGIO ZEELAND-WEST-BRABANT, locatie Middelburg,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats],

advocaat mr. M.P. Kapteijn uit Middelburg,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats],

advocaat mr. M. Kalle uit Middelburg.

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, hierna te noemen de GI.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 mei 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de Raad;

- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI.

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

De ouders zijn (nog) gehuwd met elkaar. Er is een echtscheidingsprocedure bij deze rechtbank aanhangig, bekend onder zaaknr. C/02/443798 / FA RK 26-117.

2.3.

Bij beschikking van 2 april 2026 is in het kader van een voorlopige voorziening, voor zover hier van belang, bepaald dat [minderjarige] aan de vader wordt toevertrouwd en dat de moeder en [minderjarige] contact met elkaar hebben indien mogelijk twee keer per week een paar uur onder begeleiding, afhankelijk van de mogelijkheden van de omgangsbegeleiding. Onder regie van de casusregisseur kan dit contact eventueel uitgebreid worden in zowel duur/frequentie en eventueel naar onbegeleid. De Raad is bij deze beschikking verzocht tot het instellen van een onderzoek om naar aanleiding daarvan de rechtbank te adviseren over het hoofdverblijf van [minderjarige] en de zorgregeling.

2.4.

Op grond van de voornoemde beschikking verblijft [minderjarige] bij de vader.

3 Het verzoek

3.1.

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

4.1.

De Raad vindt het noodzakelijk dat er vanuit het gedwongen kader iemand gaat meekijken met de ouders en de regie gaat voeren over de stappen die van ouders worden verwacht. Vanuit het vrijwillig kader zijn er inmiddels veel systemische interventies ingezet, die helaas niet hebben geleid tot enige verbetering. Het lukt de ouders niet om in het belang van [minderjarige] afspraken te maken. [minderjarige] wordt belast met de persoonlijke (verslavings)problematiek van de moeder en de onderlinge spanningen tussen zijn ouders. Zijn ontwikkeling wordt hierdoor ernstig bedreigd. Duidelijke regievoering is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat [minderjarige] kan opgroeien in een rustige, voorspelbare en veilige opvoedomgeving, waarin hij een onbelast contact kan hebben met zijn beide ouders.

4.2.

De moeder voert geen verweer tegen het verzoek van de Raad. Het doet de moeder veel verdriet dat zij op dit moment geen contact met [minderjarige] heeft. De moeder heeft jarenlang goed voor [minderjarige] gezorgd, terwijl de vader door zijn werk veel afwezig was. Zij begrijpt dan ook niet dat er geen contact mag zijn en hoopt dat dit met behulp van de GI zo snel mogelijk weer hersteld kan worden. Dat [minderjarige] zich zorgen maakt over de moeder en meer afstand zou nemen van haar komt volgens de moeder doordat [minderjarige] beïnvloed wordt door de vader.

4.3.

De vader staat achter het verzoek van de Raad. Een ondertoezichtstelling is echt nodig om [minderjarige] bescherming en veiligheid te kunnen bieden. In de afgelopen periode is namelijk duidelijk gebleken dat de moeder niet goed voor [minderjarige] kan zorgen en dat zijn veiligheid in het geding komt. De vader heeft ernstige zorgen over het alcoholgebruik van de moeder en het effect hiervan op [minderjarige]. Inmiddels merkt hij dat [minderjarige] wat afstand neemt van zijn moeder. Er is al lang vanuit een vrijwillig kader hulpverlening betrokken, maar dit heeft de ernstige voorvallen niet kunnen voorkomen. De vader vindt de inzet van hulpverlening vanuit een dwingend kader dan ook noodzakelijk geworden.

4.4.

De GI is bereid de uitvoering van de maatregel op zich te nemen. Daarbij merkt de GI wel op dat er nog geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is voor het gezin en dat het instroomteam in eerste instantie de casus zal oppakken.

4.5.

[minderjarige] heeft in het gesprek met de kinderrechter verteld dat het goed gaat met hem, nu hij bij zijn vader woont. [minderjarige] heeft ook verteld dat hij geen contact meer heeft met zijn moeder. Hij heeft zijn moeder geblokkeerd. [minderjarige] maakt zich zorgen om zijn moeder, met name over haar drankgebruik en de verwondingen die hij heeft gezien in het gezicht van zijn moeder. [minderjarige] vindt het wel leuk als er een jeugdbeschermer komt, maar hij verwacht niet dat het gaat helpen. De moeder heeft al zo vaak hulp gezocht en er verandert niks.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter zal het verzoek van de Raad toewijzen en legt hieronder uit waarom.

5.2.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt naar het oordeel van de kinderrechter ernstig bedreigd, omdat [minderjarige] in de afgelopen jaren veel heeft meegekregen van de persoonlijke problematiek van zijn moeder en de spanningen tussen zijn ouders. [minderjarige] ervaart hierdoor veel stress en onzekerheid. De psychische en verslavingsproblematiek van de moeder heeft zijn weerslag op het contact met [minderjarige] en waardoor [minderjarige] steeds meer afstand lijkt te nemen van zijn moeder. Daarnaast kennen de ouders veel wantrouwen en verschillende visies over wat goed is voor [minderjarige]. Dit levert veel spanningen tussen hen op en [minderjarige] wordt door ouders belast en betrokken in hun strijd. Dit zorgt voor loyaliteitsproblematiek. Ondanks dat er vanuit het vrijwillig kader al veel hulpverlening is ingezet, lukt het de ouders niet om de situatie positief te keren. De kinderrechter is het met de Raad eens dat strakke regievoering van de GI vanuit een gedwongen kader noodzakelijk is om ouders te kunnen sturen alsook om met hen te kunnen werken aan het wegnemen van zorgen en het structureel verbeteren van de situatie rondom [minderjarige]. De kinderrechter gaat daarbij ervan uit dat de GI de mogelijkheden zal onderzoeken om onder begeleiding het contact tussen de moeder en [minderjarige] te herstellen. Gezien de complexiteit van de problematiek zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling voor de verzochte termijn van een jaar uitspreken.

5.3.

Binnen de ondertoezichtstelling dient er gewerkt te worden aan de doelen zoals opgenomen in het raadsrapport, waarbij het belangrijk is dat er voor [minderjarige] rust en duidelijkheid komt. Hij moet weten:

  • waar hij woont;

  • wie voor hem zorgt;

  • wanneer hij zijn ouders ziet;

  • dat hij van allebei zijn ouders onbelast mag houden en dat hij niet verantwoordelijk hoeft te zijn of te voelen voor het welzijn van zijn ouders (met namen de moeder).

5.4.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.2

5.5.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter doet dit, omdat het voor de ontwikkeling van de kinderen noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zeeland met ingang van 14 juli 2026 en tot 14 juli 2027;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 door mr. De Beer, kinderrechter, in aanwezigheid van Bakker-Maljers als griffier, en op schrift gesteld op 24 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »