ECLI:NL:RBZWB:2026:735

Datum uitspraak
22-01-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Zaaknummer
C/02/444076 / HA RK 26-9
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wraking wrakingskamer, niet-ontvankelijk.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer

Breda

Zaaknummer C/02/444076 / HA RK 26-9

beslissing van 22 januari 2026 inzake het wrakingsverzoek op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:

[verzoekster], verzoekster.

1 Het procesverloop

Verzoekster heeft eerder een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. Vliegenberg. Dat verzoek is door de wrakingskamer niet-ontvankelijk verklaard bij beslissing van 19 december 2025 (ECLI:NL:RBZWB:2025:9709).

Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:

- de processtukken zoals opgenomen in het eerdere wrakingsdossier met zaaknummer

C/02/443073 / HA RK 25-275;

- het door verzoekster op 15 januari 2026 gedane wrakingsverzoek;

- de berichten van de gewraakte rechters waaruit blijkt dat zij niet in de wraking berusten.

2 Het verzoek

2.1.

Het verzoek strekt tot wraking van mr. Kok, mr. Peters en mr. Zander, hierna te noemen de rechters, in hun hoedanigheid van rechters van de wrakingskamer die hebben beslist op het wrakingsverzoek in bovengenoemd wrakingsdossier.

2.2.

De rechters berusten niet in het wrakingsverzoek.

3 De gronden van het wrakingsverzoek

De wrakingskamer maakt uit het verzoek van verzoekster op dat zij de wrakingskamer partijdig vindt, omdat zij hebben geoordeeld dat het wrakingsverzoek gericht tegen

mr. Vliegenberg te laat is gedaan en het wrakingsverzoek om die reden hebben afgewezen. Verder stelt verzoekster dat de wrakingskamer in de beoordeling van haar wrakingsverzoek niet heeft meegewogen dat mr. Vliegenberg is gelieerd aan een advocatenkantoor waartegen verzoekster een klacht heeft ingediend bij de Orde van Advocaten.

4 De beoordeling

4.1.

Op grond van artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.2.

Hieruit vloeit voort dat wraking alleen mogelijk is zolang een zaak nog door de betreffende rechter wordt behandeld. De wet voorziet niet in de mogelijkheid een rechter te wraken wanneer de behandeling van een zaak al is geëindigd door het geven van een beslissing. Aangezien het huidige verzoek tot wraking van de wrakingskamer is ingediend nadat de wrakingskamer een beslissing heeft gegeven op het eerdere wrakingsverzoek, is het verzoek te laat gedaan.

4.3.

Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat het wrakingsverzoek kennelijk

niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De wrakingskamer ziet daarom af van een mondelinge behandeling van het verzoek. Zij verwijst hierbij naar het bepaalde in artikel 4, tweede lid, sub d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank.

5 De beslissing

De rechtbank:

verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven op 22 januari 2026 door mr. Breeman, rechter en voorzitter, en mr. Leppens en mr. Sterk, rechters, in aanwezigheid van

mr. Hurkmans, griffier.

De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier, De voorzitter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »