RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449356 / FA RK 26-3115
Datum uitspraak: 22 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] , Sierra Leone,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
verblijvende in een accommodatie van [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. P. Doorakkers uit Oosterhout.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
2 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3 De standpunten
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het goed met hem gaat. Verder geeft betrokkene aan dat hetgeen wat beschreven wordt in de zelfbindingsverklaring nu gebeurt, zoals het zijn van een profeet en de wereld willen redden. Betrokkene wil zijn medicatie liever niet nemen, maar als iedereen zegt dat hij het moet nemen dan neemt hij het wel. Tijdens een opname verveelt betrokkene zich omdat hij op één plek zit. Het contact met het ambulante team vindt betrokkene soms saai omdat hij dezelfde vragen moet blijven beantwoorden.
De AIOS verklaart dat dit de derde keer is dat betrokkene is opgenomen op afdeling D voor eenzelfde periode. De vorige periode heeft geresulteerd in de zelfbindingsverklaring. De AIOS geeft aan dat het goed is verlopen met betrokkene totdat hij ongeveer een maand geleden aangeef niet meer in contact te willen blijven en het contact verbrak. Betrokkene gaf tegen het advies in aan zijn medicatie niet meer te willen nemen. Met alle symptomen uit de zelfbindingsverklaring begon de AIOS zich zorgen te maken. De AIOS hoopt dat betrokkene bij ontslag zijn medicatie zal blijven nemen als voorgeschreven en in contact blijft. De afgelopen keren heeft betrokkene langdurig in opname gezeten.
De verpleegkundig specialist in opleiding geeft aan dat de signalen van de zelfbindingsverklaring worden waargenomen op de afdeling. Betrokkene heeft het idee dat hij God is en wil een eigen voetbalclub oprichten. Daarnaast wil betrokkene AI software gebruiken om dingen te verbeteren. Verder geeft de verpleegkundig specialist aan dat betrokkene is opgenomen omdat er sprake was van agressie in de thuissituatie. Op dit moment is het voor betrokkene nog te vroeg om naar huis te gaan.
De advocaat geeft aan dat betrokkene zich herkent in het beeld wat geschetst is. De zelfbindingsverklaring is in een mindere periode opgesteld en nu gaat het juist goed met betrokkene. Verder geeft betrokkene duidelijk aan hier niet te willen zijn omdat hij zich bezig wil houden met zijn hobby’s en dit niet lukt op de afdeling. Wat betreft de vormen van zorg wil betrokkene alle vier de modaliteiten niet, maar bij oplegging van een zorgmachtiging is hij bereid de vier vormen te accepteren met tegenzin. Voor wat betreft de duur van de zorgmachtiging refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank.
4 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van schizofreniespectrum en andere psychotische stoornissen.
Betrokkene heeft samen met zijn toenmalig zorgverantwoordelijke en de geneesheer-directeur een zelfbindingsverklaring opgesteld op grond van artikel 4:1 Wvggz. Op het moment dat ernstig nadeel dreigt en er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn, dient er een verzoek voor een zorgmachtiging bij de rechtbank te worden ingediend, waarna de rechtbank op grond van artikel 6:2 lid 1, onder d, Wvggz binnen drie werkdagen beslist op het verzoek. De rechtbank oordeelt dat deze zelfbindingsverklaring voldoet aan de vereisten. De verklaring is mede door betrokkene zelf ondertekend en is geldig tot 25 februari 2029 Uit de wilsbekwaamheidsverklaring van [psychiater] van 27 maart 2026 volgt dat betrokkene destijds in staat was tot een redelijke waardering van zijn belangen inzake deze zelfbindingsverklaring. De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of er sprake is van de omstandigheden die in de zelfbindingsverklaring staan, in welk geval betrokkene wil dat er zo nodig verplichte zorg wordt verleend.
In de zelfbindingsverklaring worden de volgende omstandigheden genoemd op grond waarvan betrokkene wil dat er zo nodig verplichte zorg wordt verleend om ernstig nadeel te voorkomen. Betrokkene heeft inmiddels de ervaring opgedaan dat hij psychotisch kan worden wanneer hij slechter gaat slapen en zijn gedachten steeds meer gecentreerd raken rondom het feit dat hij grootste zaken moet oplossen in de wereld. Wanneer zijn stemming verhoogd raakt en het gevoel krijgt dat hij de profeet is en speciale gaven bezit. Daarnaast wil betrokkene een voetbalclub opstarten.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat er sprake is van omstandigheden zoals die genoemd worden in de zelfbindingsverklaring, waarbij betrokkene wenst dat hem verplichte zorg wordt verleend.
Het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige financiële schade, maatschappelijke teloorgang, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene toont geen ziektebesef en ziekte-inzicht in de huidige toestand waarbij hij de situatie wel erkent, maar niet duidt als een probleem. Daarom is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de zelfbindingsverklaring, de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie zes maanden;
- het beperken van de bewegingsvrijheid – voor de duur van maximaal drie maanden aaneensluitend per opname; gedurende de komende zes maanden
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen zes maanden
- opnemen in een accommodatie – voor de duur van maximaal drie maanden aaneensluitend per opname gedurende zes maanden
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. In de zelfbindingsverklaring is opgenomen dat het verlenen van verplichte zorg net zolang mag duren als de maximale duur van de toegekende zorgmachtiging. De rechtbank acht in dit licht een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden passend. De zorgmachtiging zal daarom worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.
5 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] , Sierra Leone, wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.9 en 4.11 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 december 2026.
|
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 7 juli 2026. |
||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.