RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448131 / JE RK 26-835
Datum uitspraak: 19 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
hierna te noemen: de GI (gecertificeerde instelling), gevestigd in Amsterdam,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. M.P.J. Brouwers te Tilburg,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
FAMILIE [de gezinshuisouders],
hierna te noemen: de gezinshuisouders,
wonende in [woonplaats 1] .
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 mei 2026;
-
de op 5 juni 2026 ontvangen brief van mr. Brouwers met 3 bijlagen.
2 De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 juni 2025 de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 22 juni 2025 verlengd tot 22 juni 2026.
[minderjarige] verblijft op basis van voornoemde machtiging in een perspectief biedend gezinshuis.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
De belanghebbenden hebben allen schriftelijk laten weten dat zij instemmen met het verzoek en dat zij geen behoefte hebben aan een mondelinge behandeling van het verzoek. Ook de GI heeft schriftelijk laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 . Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van [minderjarige] .2
[minderjarige] verblijft sinds december 2022 in een gezinshuis. Zij is daar geplaatst vanwege ernstige trauma’s, angsten en een ontwikkelingsachterstand. In het gezinshuis is [minderjarige] zich in positieve zin gaan ontwikkelen.
De ouders kennen blijvende (persoonlijke) problematiek en beschikken over beperkte opvoedvaardigheden. Zij kunnen op dit moment onvoldoende voldoen aan de behoeftes van [minderjarige] . De moeder blijft wisselend in haar uitspraken dat ze nog steeds wil dat [minderjarige] bij haar komt wonen.
De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn daarom nog steeds nodig. Beide maatregelen zullen dan ook worden verlengd, maar voor beperkte duur.
Op grond van artikel 1:265j lid 3 van het Burgerlijk Wetboek dient een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de gecertificeerde instelling vergezeld te gaan van een advies van de raad voor de kinderbescherming met betrekking tot de verlenging van die ondertoezichtstelling, indien een ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing twee jaar of langer heeft geduurd. Van die situatie is hier sprake.
De kinderrechter stelt op basis van de stukken vast dat de GI zich inmiddels met een verzoek om advies om de ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing na twee jaar te verlengen tot de raad voor de kinderbescherming heeft gewend, maar dat het advies van de raad voor de kinderbescherming zich nog niet bij de overgelegde stukken bevindt. De rechtbank heeft de GI zowel op 2 juni 2026 (telefonisch) als op 10 juni 2026 (per mail) verzocht om het ontbrekende advies van de raad voor de kinderbescherming alsnog over te leggen. Echter heeft de GI dit tot op heden nagelaten. De kinderrechter ziet hierin aanleiding om de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor beperkte duur te verlengen en het verzoek voor het overige aan te houden tot de na te melden pro forma datum. Van de GI wordt verwacht dat zij uiterlijk op die pro forma datum bedoeld advies van de raad voor de kinderbescherming alsnog zal hebben overgelegd.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 22 juni 2026 tot 22 juli 2026;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 22 juni 2026 tot 22 juli 2026;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot dinsdag 7 juli 2026 PRO FORMA, in afwachting van bericht van de GI zoals weergegeven in rechtsoverweging 5.2.;
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beschikking is gegeven door mr. Pellikaan, kinderrechter, in tegenwoordigheid van Van Dongen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.