RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447686 / FA RK 26-2221
Datum uitspraak: 8 juni 2026
Beschikking van de rechtbank over de voogdij overdracht
in de zaak van
de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
locatie Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedag 1] 2012 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
MEVROUW [pleegouder 1] EN DE HEER [pleegouder 2],
hierna te noemen de pleegouders,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De rechtbank merkt als informante aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 9 april 2026, ontvangen op 28 april 2026;
-
het door [minderjarige] ingezonden keuzeformulier, binnengekomen bij de rechtbank op 22 mei 2026.
De zaak is met gesloten deuren behandeld op de zitting van 8 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de pleegouders;
- een vertegenwoordigster van de GI.
De moeder is niet ter zitting verschenen.
De rechtbank heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft op het aan hem gezonden keuzeformulier zijn mening gegeven. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter verteld wat [minderjarige] heeft aangegeven. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
[minderjarige] verblijft sinds 2015 bij de pleegouders. De pleegouders zijn de oma en stiefopa moederszijde.
Bij beschikking van 10 oktober 2017 is het ouderlijk gezag van de moeder over [minderjarige] beëindigd en is de GI benoemd tot voogdes over [minderjarige] .
De pleegouders hebben zich bij brief van 6 april 2026 bereid verklaard om de voogdij over [minderjarige] te aanvaarden.
3 Het verzoek
De GI verzoekt haar op grond van 1:322, eerste lid, aanhef en onder sub c, van het Burgerlijk Wetboek (BW) te ontslaan uit de voogdij over [minderjarige] , ten gunste van de pleegouders. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
De GI heeft ter zitting, onder verwijzing naar het verzoekschrift, aangevoerd dat het in het belang van de ontwikkeling van [minderjarige] is dat de voogdij bij de pleegouders komt te liggen. [minderjarige] woont sinds 2015 permanent bij de pleegouders en ontwikkelt zich positief bij hen, met name de laatste jaren. [minderjarige] heeft ondersteuning gehad van een buddy van [hulpverlening] doen wat werkt. Dat is een positief traject geweest. Vanuit zijn belaste verleden blijft [minderjarige] een kwetsbaarheid hebben in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling, maar hij lijkt hiermee beter om te kunnen gaan en het brengt hem op dit moment niet in de problemen. [minderjarige] heeft een goede start gemaakt op het middelbaar onderwijs. De ondersteuning van [hulpverlening] is afgesloten in oktober 2025. [minderjarige] gaat één weekend per maand naar de [dagbesteding] . Dit is op zijn eigen verzoek omdat hij eerder heeft ervaren dat dit goed is voor zijn ontwikkeling. De pleegouders zetten zich volledig in voor de ontwikkeling en het belang van [minderjarige] . Er is stabiliteit in het pleeggezin en de pleegouders kunnen voldoende bij [minderjarige] aansluiten. Er is inmiddels een goede samenwerking tussen de pleegouders en de moeder, waarin het belang van [minderjarige] leidend is. Het is in het belang van [minderjarige] dat degenen die voor hem zorgen ook de belangrijke beslissingen over hem mogen nemen. Op deze manier groeit [minderjarige] in een zo natuurlijk mogelijke gezinssituatie op. Volgens [pleegzorg] wordt aan alle zeven criteria voldaan om over te gaan tot pleegouder-voogdij. Bij een toewijzing van het verzoek blijft [pleegzorg] betrokken.
De pleegouders hebben ter zitting aangegeven achter het verzoek van de GI te staan. [minderjarige] is een lieve en sociale jongen en hij ontwikkelt zich goed. Hij is nieuwsgierig en is aan het ontdekken wie hij is en wat hij graag wil in de toekomst. Het contact tussen de pleegouders en [minderjarige] met de moeder is goed. [minderjarige] slaapt wel eens bij zijn moeder. Zaken die [minderjarige] lastiger vindt om te bespreken met de pleegouders, bespreekt hij met zijn moeder. De pleegouders hebben met [minderjarige] en de moeder een hele ontwikkeling doorgemaakt. Dit was niet altijd makkelijk, maar de pleegouders zijn heel tevreden met de huidige situatie. De pleegouders zijn trots op [minderjarige] .
[minderjarige] heeft op het keuzeformulier aangegeven dat hij graag wil dat zijn pleegouders het gezag over hem krijgen.
De moeder is, hoewel correct opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De pleegouders hebben hierover verklaard dat de moeder op de hoogte is van de zitting, maar ervoor heeft gekozen niet ter zitting te verschijnen. De moeder is blij dat [minderjarige] bij de grootouders verblijft.
5 De beoordeling
Wat zegt de wet?
Op grond van artikel 1:322, eerste lid, aanhef en onder sub c, van het BW kan iedere voogd zich van zijn bediening doen ontslaan indien een daartoe bevoegd persoon zich schriftelijk heeft bereid verklaard de voogdij over te nemen en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarigen acht.
Wat oordeelt de rechtbank?
Gelet op de inhoud van het verzoek, de verklaring van [minderjarige] en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] dat de voogdij over [minderjarige] wordt overgedragen aan de pleegouders. [minderjarige] verblijft sinds 2015 permanent bij de pleegouders. [minderjarige] ontwikkelt zich goed in het pleeggezin en zijn perspectief is dat hij bij de pleegouders opgroeit. De pleegouders worden in staat geacht om de belangen van [minderjarige] op de juiste manier te behartigen en om de belangrijke beslissingen voor [minderjarige] te nemen. Er is sprake van een warme band tussen [minderjarige] en de pleegouders, waarbij de pleegouders voldoende aan kunnen sluiten bij [minderjarige] om zich leeftijdsadequaat te kunnen (blijven) ontwikkelen. Ook is er sprake van een goede samenwerking tussen de pleegouders en de moeder. De pleegouders en [minderjarige] staan in goed contact met de moeder. [pleegzorg] staat achter het verzoek van de GI tot pleegoudervoogdij. De pleegzorgwerker van [pleegzorg] blijft betrokken, ook in geval van pleegoudervoogdij. De pleegouders hebben zich bij brief van 6 april 2026 bereid verklaard de voogdij over [minderjarige] te aanvaarden, hetgeen zij tijdens de zitting nog eens hebben bevestigd. Gelet op dit alles zal de rechtbank het verzoek van de GI toewijzen.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister (artikel 2 Besluit gezagsregisters).
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De rechtbank:
ontslaat de GI van de voogdij over [minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2012 in [geboorteplaats 1] ;
benoemt de pleegouders:
- [pleegouder 1] , geboren op [geboortedag 2] 1966 in [geboorteplaats 2] , en
- [pleegouder 2] , geboren op [geboortedag 3] 1956 in [geboorteplaats 1] ,
tot voogden over voornoemde minderjarige;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Snatersen als griffier, en op schrift gesteld op 19 juni 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.