RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447782 / JE RK 26-769
Datum uitspraak: 8 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGIO ZEELAND-WEST-BRABANT, locatie Breda,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende te [plaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Tilburg,
hierna te noemen de GI.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordigster van de Raad;
- twee vertegenwoordigsters van de GI via een beeldbelverbinding.
De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld om haar mening over het verzoek schriftelijk of tijdens een kindgesprek aan de kinderrechter kenbaar te maken. [minderjarige] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
2 De feiten
[minderjarige] is erkend door de vader.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] woont conform een door de ouders afgesproken regeling afwisselend bij de moeder en bij de vader.
3 Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden. Ter zitting is door de Raad, ter verduidelijking van het verzoek, opgemerkt dat het de bedoeling is dat de Jeugdbescherming Brabant, locatie Tilburg als gecertificeerde instelling met de feitelijke uitvoering van de ondertoezichtstelling zal zijn belast.
4 Het standpunt van de Raad
Ter onderbouwing van het verzoek heeft de Raad schriftelijk en mondeling aanvullend ter zitting - samengevat - het navolgende aangevoerd. De ouders zijn al geruime tijd uit elkaar. [minderjarige] heeft veel instabiliteit en onveiligheid meegemaakt, omdat zij en de moeder meermalen zijn verhuisd, zij ook tijdelijk bij de vader hebben ingewoond en de vader tijdelijk bij hen heeft ingewoond en de moeder tussentijds een relatie heeft gehad waarin sprake was van huiselijk geweld, ook in het bijzijn van [minderjarige] . Inmiddels hebben de ouders de zorg gelijkelijk verdeeld en verblijft [minderjarige] afwisselend bij de moeder respectievelijk de vader. De moeder heeft een nieuwe partner, die niet bij haar en [minderjarige] woont, maar wel regelmatig aanwezig is. Verder ondersteunt een voormalige partner de moeder op afstand, zo helpt hij soms mee om [minderjarige] van school te halen op een vrijdag als dit de moeder even niet lukt.
Er zijn zorgen over de zorg- en opvoedsituatie van [minderjarige] bij de moeder op meerdere vlakken, te weten de hygiëne van de woning, de beperkte mate van persoonlijke verzorging van [minderjarige] en het ontbreken van rust, structuur en regelmaat. De moeder kampt vanuit het verleden en ook op dit moment nog met persoonlijkheids- en verslavingsproblematiek. Bij haar is een borderline persoonlijkheidsstoornis en complexe PTSS gediagnosticeerd, naast de al eerder vastgestelde diagnose ADHD. Van mei 2022 tot september 2025 is [hulpverlening 1] betrokken geweest in het kader van gezinsbehandeling, diagnostiek, behandeling en opvoedingsondersteuning. Op dit moment zijn als hulpverlenende instanties Veilig Thuis, [hulpverlening 2] , [hulpverlening 3] , Sterk Huis, [hulpverlening 4] en [hulpverlening 5] betrokken. Door deze instanties en ook door school is geconstateerd dat [minderjarige] regelmatig (veel) te laat op school komt wanneer zij bij de moeder is, dat de moeder dan niet altijd bereikbaar is, dat [minderjarige] met momenten een zeer onverzorgde indruk maakt, wat onder meer blijkt uit vervuilde kleding, niet gewassen haren en een onaangename lichaamsgeur. Ook heeft zij af en toe plasongelukjes. [minderjarige] doet het wel goed op school en zij kan het lesniveau aan. Daarnaast is vastgesteld dat het de moeder niet/onvoldoende lukt om haar woning zelfstandig opgeruimd en schoon te houden. [minderjarige] laat ook zelf blijken dat zij daar last van heeft. Zij geeft aan dat er veel stinkende poepjes en plasjes van de kat aanwezig zijn. Ook lukt het de moeder op veel dagen onvoldoende om een gezonde avondmaaltijd op tafel te zetten en om [minderjarige] in de ochtend te laten ontbijten. Gebleken is daarnaast dat het bij de moeder thuis ontbreekt aan huisregels, waaruit de Raad opmaakt dat het de moeder onvoldoende lukt om haar gezagspositie te laten gelden. [minderjarige] is nog maar 7 jaar oud en laat al zeer zelfbepalend gedrag zien.
Ten aanzien van de moeder zijn er daarnaast zorgen dat zij regelmatig niet of nauwelijks van de bank af komt. Daardoor lukt het haar niet om orde te krijgen in haar huishouden en om te werken aan haar eigen persoonlijke problematiek. Ook blijkt sprake van alcoholgebruik door de moeder en daarnaast neemt zij af en toe slaapmedicatie. Zelf heeft de moeder daarover aangegeven dat zij de afgelopen zomer, ook op momenten dat [minderjarige] bij haar was en er vriendinnetjes kwamen spelen, alcoholische drank heeft genuttigd, maar dat zij als ouder/verzorger desondanks wel goed functioneerde. De Raad maakt zich zorgen dat de moeder mogelijk niet goed in haar vel zit en dit tot gevolg heeft dat [minderjarige] niet de tijd en aandacht krijgt die zij verdient en er onvoldoende oog is voor haar emoties en gevoelens. De moeder laat wel duidelijk zien dat zij erg van haar dochter houdt en dat er bij haar geen sprake is van onwil, maar met name van onmacht. Daarbij komt dat de moeder in het verleden keuzes heeft gemaakt die niet in het belang van [minderjarige] waren, zoals het toelaten van een haar onbekende man, die vervolgens enige tijd zonder toezicht alleen met [minderjarige] achter is gebleven. Ook heeft [minderjarige] uitspraken gedaan, erop duidend dat zij mogelijk het slachtoffer is geweest van seksueel misbruik.
De Raad ziet kijkend naar de opvoedsituatie van de vader vooral positieve punten. Gezien wordt dat het hem lukt om aan [minderjarige] een opgeruimd en hygiënisch huis en daarnaast adequate verzorging en gezonde maaltijden te bieden. Tevens gelden er bij hem duidelijke huisregels en bespreekt hij met [minderjarige] waarom het belangrijk is dat zij zich daaraan houdt. Wel komt als zorg naar voren dat de vader met momenten kan schreeuwen naar [minderjarige] . Daarover heeft [minderjarige] aangegeven dat zij daar last van heeft. Desgevraagd heeft de vader dit bevestigd en aangegeven dat hij daar in het vervolg alert op zal zijn.
[minderjarige] wordt door de ouders omschreven als een lief, behulpzaam en leergierig meisje. Ook de school omschrijft [minderjarige] als lief, behulpzaam en altijd vrolijk. [minderjarige] heeft vriendjes en vriendinnetjes met wie zij regelmatig afspreekt. Zij doet goed mee in de les en het niveau dat op school aangeboden wordt kan zij goed aan. [minderjarige] is ook goed aanspreekbaar op eventueel negatief gedrag. School heeft verder geen zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] . De Raad ziet als zorg dat [minderjarige] niet geheel bij haar leeftijd passend gedrag laat zien, wat onder meer blijkt uit het direct geven van een knuffel of op schoot komen zitten bij een eerste contact. Dit kan duiden op een onveilige hechtingsrelatie, maar kan ook gerelateerd zijn aan het niet goed aanvoelen of begrijpen van fysieke grenzen. Ook zijn er zorgen over de woedeaanvallen die [minderjarige] met momenten bij beide ouders laat zien, waarbij zij heel hard kan schreeuwen.
De Raad acht in het belang van [minderjarige] een ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden noodzakelijk, omdat er sprake is van zorgen op veel verschillende vlakken.
Er zal op korte termijn intensieve hulpverlening ingezet moeten worden bij het op orde krijgen van de basisveiligheid van [minderjarige] bij de moeder en om aan de door de Raad geformuleerde doelstellingen te werken. Echter op de lange termijn zijn er nog grotere doelen waaraan voldaan zal moeten worden, waarbij wordt gedacht aan hulpverlening die werkt volgens de module van Goed Genoeg Ouderschap, die drie keer per week op verschillende momenten langs kan komen. Van belang is dat er binnen een tijdsbestek van twee maanden verbetering wordt gezien in met name het door de moeder (kunnen) voorzien in de primaire basisbehoeften voor [minderjarige] . Op de langere termijn dient ook aan de andere voorwaarden te worden voldaan. In dat licht bezien heeft de verzochte ondertoezichtstelling voor de moeder ook nadrukkelijk de functie van extra stok achter de deur.
De moeder ontvangt al geruime tijd behandeling en hulpverlening voor haar persoonlijke problematiek vanuit [hulpverlening 5] . Hoewel het van groot belang wordt geacht dat de moeder behandeling gaat krijgen voor de problemen die zij in het dagelijks leven ervaart (“onder een steen kruipen”) en leert hoe ze om kan gaan met haar emoties lijkt dit op dit moment niet haalbaar, gezien de intensieve hulp die zij in de opvoedingssituatie zal gaan krijgen in het geval dat er een ondertoezichtstelling wordt uitgesproken. Wanneer uiteindelijk blijkt dat de persoonlijke problematiek van de moeder een belemmering blijft vormen voor het kunnen bieden van Goed Genoeg Ouderschap aan [minderjarige] , kan gedacht worden aan het intensief inzetten op de persoonlijke problematiek van de moeder, zoals door middel van een opname, met als doel om terug te keren als een stabiele evenwichtige opvoeder voor [minderjarige] . In dat specifieke geval zal [minderjarige] vaker bij de vader moeten verblijven, opdat de moeder de tijd en ruimte zal hebben om aan zichzelf te werken. Met instemming van de beide ouders is er, rekening houdend met wachtlijsten waarvan momenteel sprake is, in afstemming met de gemeente en Crossroads een aanmelding voor intensieve opvoedingsondersteuning gedaan. Voor [minderjarige] wordt hulpverlening/behandeling volgens de Slapende Honden methodiek als optie gezien, rekening houdend met de ingrijpende gebeurtenissen die zij heeft meegemaakt. Van belang is dat na dit hulpverleningstraject bekeken zal worden wat [minderjarige] ten behoeve van haar verwerkingsproces verder nog nodig heeft.
Ten aanzien van de opvoedingssituatie bij de vader zal bezien moeten worden of de zorgen met betrekking tot het schreeuwen naar [minderjarige] nog blijven spelen en de vader hier mogelijk hulpverlening bij kan gebruiken, of dat deze zorg mogelijk op korte termijn wordt weggenomen doordat de vader de zorg erkent en hij daarmee zelf actief aan de slag is gegaan. Wanneer het schreeuwen toch een zorg blijft, kan mogelijk bekeken worden of daarop ook een vorm van (opvoedings)ondersteuning ingezet kan worden.
5 De afzonderlijke standpunten van de ouders
Door de moeder is - samengevat - opgemerkt dat zij erkent dat zij wegens een combinatie van persoonlijkheids-, verslavings- en traumaproblematiek in het kader van de gedeelde zorg voor en opvoeding van [minderjarige] tegen problemen aanloopt en zij ook regelmatig afspraken met de hulpverlening niet kan nakomen. Al vanaf de geboorte van [minderjarige] vraagt zij om hulp en ondersteuning. Hoewel die aanvankelijk ook op gang is gekomen is die al na enkele maanden geëindigd, omdat er daarvoor in de visie van de betrokken hulpverlener geen of onvoldoende noodzaak meer was. Zij beseft dat er sindsdien een situatie is ontstaan, die allerminst in het belang van [minderjarige] is. Daarom zoekt zij - waar dit maar mogelijk is - doelbewust de samenwerking met de vader, die zich daar volledig voor openstelt. Zij onderschrijft de noodzaak van een ondertoezichtstelling, opdat er (voorlopige) ondersteuning voor haar als ouder beschikbaar kan komen, zoals via Crossroads en er daarnaast individuele hulpverlening voor [minderjarige] kan worden ingezet. In afwachting van die nog te starten hulpverlening zal haar persoonlijke hulpverleningstraject via T3 tijdelijk worden stilgelegd.
Door de vader is - samengevat - naar voren gebracht dat er in zijn visie er al veel eerder ingegrepen had kunnen c.q. moeten worden, maar dat hij los daarvan volledig achter een ondertoezichtstelling van [minderjarige] kan staan. Er is al contact met Crossroads. Hij vindt het jammer dat het zo ver heeft moeten komen. Hij bevestigt dat, ondanks hun verschillende visies over de zorg en opvoeding, er tussen hem en de moeder een positieve samenwerking is. Ook doet hij zijn best om ervoor te zorgen dat hij in het vervolg niet meer schreeuwt naar [minderjarige] , onder meer door aan haar vaker over (huis)regels uitleg te geven.
6 Het standpunt van de GI
Namens de GI is opgemerkt dat de GI de zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] , zoals in de raadsrapportage omschreven onderkent. Ook kan de GI achter een ondertoezichtstelling van [minderjarige] staan en onderschrijft zij de doelstellingen waaraan in het kader daarvan gewerkt dient te worden. De GI verklaart zich bereid om, in het geval dat het verzoek overeenkomstig wordt toegewezen, de uitvoering van de beschermingsmaatregel op zich te nemen. Omdat er wegens capaciteitsproblemen nog geen vaste jeugdbeschermer kan worden aangesteld zal het Provinciaal Team de zaak voorlopig oppakken.
7 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Sinds de ouders geruime tijd geleden uit elkaar zijn gegaan wordt er vorm gegeven aan een zorgregeling, waarbij [minderjarige] beurtelings bij de moeder en bij de vader verblijft. Een voormalige partner van de moeder heeft een ondersteunende rol bij praktische zaken rondom [minderjarige] . De huidige partner van de moeder woont niet in het gezin, maar is daar wel regelmatig aanwezig. Er is bij de moeder sprake van een persoonlijkheidsstoornis, PTSS, ADHD en verslavingsproblematiek. De moeder laat zien dat zij zich terdege bewust is van haar individuele problematiek en de belemmeringen die zij daardoor ervaart in haar rol van verzorger/opvoeder van [minderjarige] . De moeder ontvangt om die reden al geruime tijd hulpverlening vanuit [hulpverlening 5] . Door de eerdere en op dit moment nog betrokken hulpverlenende instanties en ook door school wordt gesignaleerd dat [minderjarige] , wanneer zij bij de moeder is, regelmatig te laat op school komt, dat haar zelfverzorging onvoldoende is en haar kleding vervuild is. Verder lukt het de moeder niet altijd om [minderjarige] een gezonde avondmaaltijd te bieden en haar in de ochtend te laten ontbijten. Daarnaast geven de betrokken instanties aan dat het de moeder niet of onvoldoende lukt om haar woning zelfstandig opgeruimd en schoon te houden en dat [minderjarige] laat blijken daar last van te hebben en zij zeer zelfbepalend gedrag laat zien, waaruit wordt afgeleid dat het bij de moeder thuis ontbreekt aan voldoende huisregels. Tevens zijn er zorgen over passiviteit die de moeder laat zien en het regelmatig nuttigen van alcoholische drank door haar, waaronder in het bijzijn van [minderjarige] en/of vriendinnetjes, waardoor er zorgen zijn of zij voor [minderjarige] emotioneel voldoende beschikbaar is. Ten aanzien van de opvoedsituatie bij de vader is als enige zorgaspect naar voren gekomen dat hij met momenten kan schreeuwen naar [minderjarige] en zij laat blijken dat zij daar last van heeft.
Uit het voorgaande blijkt dat er tot op heden al het nodige in een vrijwillig kader aan hulpverlening en ondersteuning is en wordt ingezet in de opvoedsituatie van de moeder om ervoor te zorgen dat [minderjarige] bij haar een verantwoorde en veilige zorg- en opvoedsituatie heeft waarin zij zich evenwichtig (verder) kan ontwikkelen. Ook kan de moeder daarnaast rekenen op steun van de vader en laten beide ouders zien in het belang van [minderjarige] goed te kunnen samenwerken. Beide ouders verdienen daarvoor oprecht een compliment. Echter ook is gebleken dat het de moeder desondanks niet of onvoldoende lukt zich te focussen op haar eigen problematiek naast de zorg voor en opvoeding van [minderjarige] . Het is daarom primair van belang dat de moeder intensieve opvoedingsondersteuning krijgt geboden om ervoor te zorgen dat de basisveiligheid en verzorging van [minderjarige] voldoende op orde is, dan wel dat in elk geval kan worden vastgesteld of dit met die hulpverlening binnen een aanvaardbare periode haalbaar is. Indien dit niet het geval is dient nader te worden onderzocht of dit op andere wijze kan worden bereikt, zoals door een tijdelijke aanpassing van de huidige zorgregeling, wat de moeder mogelijk meer ruimte biedt om met de al beschikbare hulpverlening van [hulpverlening 5] en daarnaast aanvullende (klinische) hulpverlening verder aan haar individuele problematiek te werken. Naar verwachting zal de moeder van de al beschikbare en mogelijk extra in te zetten hulpverlening meer kunnen profiteren indien er een ondertoezichtstelling - bij wijze van extra stok achter de deur - is.
Daarnaast is gebleken dat [minderjarige] in de opvoedsituatie van de vader last heeft van de momenten, waarop hij in haar bijzijn schreeuwt. Verder laat [minderjarige] niet altijd bij haar leeftijd passend gedrag zien en kampt zij met woedeaanvallen. Niet wordt uitgesloten dat zij mogelijk ingrijpende levensgebeurtenissen uit het verleden niet of onvoldoende heeft verwerkt. Ook dit zijn zorgaspecten, die tot dusver met de beschikbare hulpverlening in een vrijwillig kader onvoldoende konden worden aangepakt of onderzocht en waarvoor een ondertoezichtstelling evenzeer noodzakelijk is.
De kinderrechter zal [minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.
Binnen de ondertoezichtstelling dient gewerkt te worden aan de volgende doelen:
• [minderjarige] groeit op in opvoedingssituatie, waarin zij de beschikking heeft over
alle primaire basisbehoeftes, waarbij:
- er sprake is van voldoende hygiëne in de woning;
- [minderjarige] voldoende verzorging krijgt;
- [minderjarige] zowel in de ochtend, middag als avond gezonde voeding krijgt;
• [minderjarige] groeit op in een opvoedingssituatie waarin haar op dat moment
zorgende ouder voldoende beschikbaar is voor [minderjarige] ;
• [minderjarige] groeit op in een opvoedingssituatie waarin regels gelden en [minderjarige]
weet wat er van haar verwacht wordt, waardoor zij minder kans krijgt om
zelfbepalend gedrag te vertonen; het lukt de moeder om haar ouderrol hierin
terug te pakken en het gezag over [minderjarige] weer terug te krijgen; het lukt de vader
om zijn ouderrol in te vullen zonder dat daarin geschreeuwd wordt;
• [minderjarige] heeft ingrijpende levensgebeurtenissen uit het verleden verwerkt.
Tot slot merkt de kinderrechter op dat zij heeft gemerkt dat de ouders goed in contact zijn met elkaar, zij inzicht hebben in de problematiek, openstaan voor hulpverlening en beiden het beste voor [minderjarige] willen. De kinderrechter spreekt dan ook de hoop uit dat er het komende jaar zodanige stappen gemaakt kunnen worden dat de hulpverlening van een verplicht naar een vrijwillig kader zal kunnen overgaan.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
8 De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie Tilburg, met ingang van 8 juni 2026 tot 8 juni 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van Baremans als griffier, en op schrift gesteld op 12 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.