ECLI:NL:RBZWB:2026:5471

Datum uitspraak
22-05-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/02/446945 / JE RK 26-620 en C/02/448048 / JE RK 26-807
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

(V)OTS + (spoed)UHP

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummers: C/02/446945 / JE RK 26-620 en C/02/448048 / JE RK 26-807

Datum uitspraak: 22 mei 2026

Nadere beschikking van de kinderrechter over een (voorlopige) ondertoezichtstelling en (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaken van

de Raad voor de Kinderbescherming,

Zeeland-West-Brabant, Middelburg,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. C.E.J.E. Kouijzer uit Middelburg,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. CE.J.E. Kouijzer uit Middelburg.

De kinderrechter merkt als informant aan:

STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,

gevestigd te Middelburg,

hierna te noemen de GI.

1 Het verloop van de procedures

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

C/02/446945 / JE RK 26-620

  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 april 2026;

  • het bericht van mr. Kouijzer van 15 april 2026;

  • het bericht van mr. Kouijzer van 16 april 2026;

  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 17 april 2026;

  • het bericht van mr. Kouijzer van 13 mei 2026 met bijlagen;

C/02/448048 / JE RK 26-807

- de beschikking van 11 mei 2026 en alle daarin genoemde stukken.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de ouders met hun advocaat;

- een vertegenwoordigster van de Raad;

- een vertegenwoordigster van de GI.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

2.2.

Bij beslissing van 11 mei 2026 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Zeeland met ingang van 11 mei 2026 en tot 25 mei 2026. Hiernaast is er een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 11 mei 2026 en tot 25 mei 2026.

2.3.

[minderjarige] verblijft bij [accommodatie] in [plaats 1] .

3 De verzoeken

C/02/446945 / JE RK 26-620

3.1.

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

C/02/448048 / JE RK 26-807

3.2.

De Raad verzoekt [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

3.3.

Momenteel ligt nog voor het aangehouden verzoek onder 3.1. en het resterende deel van het verzoek onder 3.2., namelijk het verzoek om [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen van 25 mei 2026 tot 11 augustus 2026 en het verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen van 25 mei 2026 tot 11 augustus 2026.

4 De standpunten

4.1.

De Raad handhaaft het verzoek tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [minderjarige] . Er zijn grote zorgen om [minderjarige] , mede omdat ze kampt met een eetstoornis. De behandeling bij [accommodatie] is gestagneerd en [minderjarige] lijkt steeds meer klem te zitten tussen de ouders en de betrokken hulpverlening. Ondanks dat de heer [persoon] in de afgelopen weken betrokken is geraakt en een plan van aanpak heeft getracht op te stellen, heeft dit tot op heden geleid tot een verdere stagnering. Regievoering van de GI is dan ook noodzakelijk. De verzoeken kunnen voor een half jaar worden toegewezen, zodat er een vinger aan de pols kan worden gehouden.

4.2.

Door en namens de ouders is ter zitting geen verweer meer gevoerd tegen het verzoek tot ondertoezichtstelling en het verzoek tot uithuisplaatsing van [minderjarige] . Ze zouden graag zien dat het verzoek voor een half jaar wordt toegewezen, zoals door de Raad tijdens de mondelinge behandeling is verzocht. De ouders zien dat [minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd door haar ziekte. Het lukt hen samen niet om deze ontwikkelingsbedreiging weg te nemen, omdat [accommodatie] niet mee wil werken met het plan van aanpak dat de heer [persoon] in het vrijwillig kader wilde opstellen. De ouders hopen dat de GI hierbij helpend kan zijn, zodat in het belang van [minderjarige] kan worden gehandeld.

4.3.

Door de GI is gesteld dat ze het eens zijn met het verzoek van de Raad. De GI heeft [minderjarige] gesproken en ziet een kwetsbaar meisje dat ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Tot op heden is hulp in het vrijwillig kader niet voldoende geweest om deze ontwikkelingsbedreiging weg te nemen.

4.4.

Door [minderjarige] is tegen de kinderrechter verteld dat ze een gesprek met de jeugdbeschermer heeft gehad en dat ze dit fijn vond. [minderjarige] wil niet bij [accommodatie] blijven, omdat ze het hier niet fijn heeft. Het liefst wil ze naar huis, maar ze weet dat dit ingewikkeld is. [minderjarige] weet niet of ze beter wil worden.

5 De beoordeling

Voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging uithuisplaatsing

5.1.

Bij beschikking van 11 mei 2026 is een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 11 mei 2026 en tot 25 mei 2026, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. De belanghebbenden zijn nu in de gelegenheid gesteld hun standpunt naar voren te brengen. Naar aanleiding daarvan vindt de kinderrechter dat niet is gebleken dat sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven tot een ander oordeel.

Restant verzoek voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging uithuisplaatsing / regulier verzoek ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

5.2.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.1 Ze legt hieronder uit waarom.

5.3.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. [minderjarige] heeft anorexia en hiernaast laat ze kenmerken van een depressie zien en automutileert ze sinds een aantal maanden.

5.4.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Ondanks de ingezette hulpverlening is de eetstoornis nog actief en zijn de zorgen niet afgenomen. Sinds [minderjarige] bij [accommodatie] verblijft, is er deels verbetering gekomen haar situatie, maar inmiddels is de behandeling in zijn geheel gestagneerd. De ouders en [accommodatie] worden het niet eens over de meest passende behandeling voor [minderjarige] , waardoor [minderjarige] steeds meer klem is komen te zitten. In de afgelopen weken is de heer [persoon] benaderd. Hij heeft getracht een plan van aanpak op te stellen, maar helaas is [accommodatie] niet bereid om gesprekken tussen [minderjarige] en de heer [persoon] te faciliteren en om de medische gegevens van [minderjarige] met hem te delen. Ook zijn er inmiddels juridische procedures door [accommodatie] aangespannen tegen de (voormalige) medewerkers die de heer [persoon] in het plan van aanpak heeft betrokken. Er is opnieuw een impasse ontstaan, waardoor er een gebrek aan zicht op [minderjarige] is en waardoor de veiligheid van [minderjarige] niet meer is geborgd. Door middel van de inzet van de GI hoopt de kinderrechter dat er zo snel als mogelijk weer zicht komt op [minderjarige] en er passende hulp voor haar kan worden ingezet, zoals tijdens de mondelinge behandeling besproken (de inzet van voor [minderjarige] bekende hulpverleners die – om de beurt – samen met [minderjarige] zouden verblijven binnen een instelling in [plaats 2] waar ze een dagprogramma en therapie kan volgen). Hierbij kunnen de ouders weer ouders zijn voor [minderjarige] in plaats van dat ze steeds de strijd voor haar moeten voeren.

5.5.

De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van zes maanden en houdt het resterende deel van het verzoek aan, zodat ze een vinger aan de pols kan houden.

5.6.

De komende periode dient gewerkt te worden aan de volgende doelen:

- [minderjarige] is lichamelijk en geestelijk zo goed mogelijk hersteld van anorexia;

- [minderjarige] groeit op in een veilige, stabiele en voorspelbare opvoedsituatie waarin er responsief en sensitief op haar behoeften wordt ingespeeld;

- [minderjarige] heeft een positief, voorspelbaar, veilig en onbelast contact met haar ouders en voelt zich door hen voldoende gehoord, en kan zich voldoende naar hen uiten in die mate waar zij zich goed bij voelt.

5.7.

Omdat [minderjarige] niet thuis woont en de ondertoezichtstelling is uitgesproken, is de kinderrechter van oordeel dat ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.2 Ook dit zal ze toewijzen voor de duur van zes maanden onder aanhouding van het restant.

5.8.

De kinderrechter verwacht van de GI twee weken voor de mondelinge behandeling een update van hoe de afgelopen maanden zijn verlopen en het standpunt ten aanzien van het restant van het verzoek. Als het resterende verzoek zou worden ingetrokken, is het van belang om dit tijdig aan te geven aan de Raad, zodat de Raad zijn toetsende rol hierbij kan vervullen.

5.9.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.10.

Omdat het reguliere verzoek tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [minderjarige] is toegewezen, wijst de kinderrechter het resterende deel van het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling en het spoedverzoek tot uithuisplaatsing van [minderjarige] af.

6 De beslissing

De kinderrechter:

C/02/446945 / JE RK 26-620

6.1.

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zeeland met ingang van 22 mei 2026 en tot 22 november 2026;

6.2.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 22 mei 2026 en tot 22 november 2026;

6.3.

verklaart de beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zittingsdatum in november 2026;

6.5.

behoudt zich iedere verdere beslissing voor;

C/02/448048 / JE RK 26-807

6.6.

wijst het resterende deel van het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, in aanwezigheid van drs. Swint als griffier, en op schrift gesteld op 28 mei 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »