RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11909809 CV EXPL 25-21172
datum uitspraak: 14 augustus 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Hiltermann Lease B.V.,
vestigingsplaats: Hoofddorp,
eiseres,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna ‘Hiltermann’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
-
de dagvaarding van 29 september 2025, met bijlagen;
-
de aantekeningen van de rolzitting van 15 oktober 2025, waar [gedaagde] in persoon is verschenen;
-
het schriftelijk antwoord van 11 november 2025;
-
de aantekeningen van de rolzitting van 12 november 2025, waar [gedaagde] in persoon is verschenen;
-
de repliek.
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de repliek, maar van die mogelijkheid heeft hij geen gebruik gemaakt.
2 De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
Hiltermann heeft op 11 september 2023 een zakelijke huurkoopovereenkomst (financiële lease) gesloten met [gedaagde] voor een bedrijfsobject: een Citroën Berlingo met kenteken [kentekennummer] (hierna: de auto). De leaseovereenkomst heeft een looptijd van 60 maanden en de maandelijkse leasetermijn bedraagt € 240,11. [gedaagde] is gestopt met het betalen van de maandtermijnen. Daardoor is er een achterstand ontstaan over de maanden april, juni, juli en augustus 2025. Na herhaalde aanmaningen heeft Hiltermann de leaseovereenkomst per 10 september 2025 buitengerechtelijk ontbonden. [gedaagde] heeft de auto daarna niet ingeleverd. Hiltermann eist in deze procedure een verklaring voor recht dat de overeenkomst is ontbonden. Omdat de overeenkomst is ontbonden, wil Hiltermann de auto direct terug hebben, op straffe van een dwangsom. Daarnaast eist Hiltermann betaling van het totale openstaande bedrag van € 10.645,59. Dit bedrag bestaat uit de achterstallige termijnen en de resterende leaseprijs (de hoofdsom) van € 9.604,40, de buitengerechtelijke incassokosten van € 960,44 en de opgebouwde rente tot 22 september 2025 van € 80,75. Hiltermann vordert over de hoofdsom de contractuele rente van 18% per jaar vanaf de datum van de dagvaarding. Tot slot vraagt Hiltermann om vergoeding van de proceskosten en de toekomstige kosten voor de inname van de auto (€ 859,10) en een eventuele politieaangifte (€ 211,75).
[gedaagde] erkent de betalingsachterstand. Hij legt uit dat de achterstand is ontstaan door privéomstandigheden waardoor hij het overzicht kwijt was. Hij heeft de auto dringend nodig voor zijn eenmanszaak om inkomsten te genereren. [gedaagde] vindt de totale vordering disproportioneel en verzoekt de ontbinding af te wijzen. Hij biedt aan de achterstand direct in te lopen en € 2.000,- extra te betalen als compensatie. Subsidiair vraagt hij om een termijn om de achterstand alsnog in te lopen.
De kantonrechter wijst de vorderingen van Hiltermann grotendeels toe. Hierna wordt deze beslissing verder uitgelegd.
Ontbinding overeenkomst
Vaststaat dat [gedaagde] vier maanden de lease niet heeft betaald. De overeenkomst geeft in dat geval Hiltermann het recht om de overeenkomst te beëindigen. [gedaagde] doet een beroep op de wet (artikel 6:265 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)) en stelt dat de ontbinding vanwege zijn persoonlijke situatie niet gerechtvaardigd is. Dit verweer slaagt niet. In artikel 43 van de algemene voorwaarden is afgesproken dat Hiltermann bij een betalingsachterstand de overeenkomst direct mag ontbinden. Omdat dit een zakelijke overeenkomst is en het consumentenrecht niet van toepassing is, geldt artikel 6:265 BW als aanvullend recht en staat het partijen vrij om contractueel afwijkende voorwaarden voor ontbinding overeen te komen. Hoe moeilijk de privésituatie van [gedaagde] ook is, het niet-betalen van de leasetermijnen komt voor zijn eigen risico. Hiltermann heeft de overeenkomst op 10 september 2025 dan ook terecht ontbonden.
Afgifte auto en dwangsom
Omdat de overeenkomst is ontbonden, is de auto niet meer van [gedaagde] . Hij moet de auto binnen 2 dagen na betekening van dit vonnis inleveren bij Hiltermann (of een door hen aangewezen partij). Als stok achter de deur legt de kantonrechter een dwangsom op van € 400,- per dag dat [gedaagde] de auto te laat inlevert. De kantonrechter ziet wel reden om de dwangsom te maximeren op € 15.000,- in plaats van de gevraagde € 25.000,-.
Hoofdsom
[gedaagde] heeft de hoogte en verschuldigdheid van de geëiste hoofdsom niet betwist. Deze vordering wordt daarom toegewezen. [gedaagde] moet € 9.604,40 aan hoofdsom betalen, met dien verstande dat indien de auto wordt ingeleverd en vervolgens verkocht door Hiltermann, dit bedrag in mindering wordt gebracht op de openstaande vordering.
Incassokosten
Hiltermann eist op grond van artikel 53 van de algemene voorwaarden een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van 10% van de hoofdsom en daarmee een bedrag van € 960,44. Deze vordering wordt ook toegewezen.
Rente
De gevorderde contractuele rente van 18% per jaar over de hoofdsom wordt eveneens toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding (29 september 2025), omdat Hiltermann genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. De vordering is gebaseerd op de contractuele beëindiging volgens artikel 43 van de algemene voorwaarden, en in dat artikel hebben partijen deze rente expliciet met elkaar afgesproken. Berekend tot 22 september 2025 bedraagt de rente € 80,75.
(Voorwaardelijke) kosten inname auto en aangifte politie
Hiltermann vordert daarnaast € 859,10 voor het geval zij de auto zelf moet (laten) innemen/afslepen, en € 211,75 voor het geval zij aangifte van verduistering moet doen bij de politie. De kantonrechter wijst deze vorderingen nu al voorwaardelijk toe. Deze bedragen kunnen op basis van dit vonnis alleen bij [gedaagde] in rekening worden gebracht als achteraf feitelijk vaststaat dat Hiltermann de auto daadwerkelijk zelf heeft moeten innemen en/of daadwerkelijk aangifte heeft moeten doen.
Proceskosten
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Hiltermann moet betalen op € 120,78 aan dagvaardingskosten, € 543,- aan griffierecht, € 864,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 432,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.671,78. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Hiltermann dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Betalingsregeling
[gedaagde] heeft verzocht om de achterstand alsnog te mogen inlopen en een betalingsregeling te mogen treffen. De kantonrechter kan zonder toestemming van Hiltermann geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. [gedaagde] kan wel zelf contact opnemen met de gemachtigde van Hiltermann om te vragen of Hiltermann alsnog een betalingsregeling wil afspreken.
3 De beslissing
De kantonrechter:
verklaart voor recht dat de huurkoopovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de Citroën Berlingo met kenteken [kentekennummer] is ontbonden;
veroordeelt [gedaagde] om binnen 2 dagen na de betekening van dit vonnis de Citroën Berlingo met kenteken [kentekennummer] af te geven aan Hiltermann, dan wel een door Hiltermann aan te wijzen derde, op straffe van een dwangsom van € 400,- per dag dat hij met de afgifte in gebreke blijft, met een maximum van € 15.000,-;
veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen de hoofdsom van € 9.604,40 met de overeengekomen rente (18% per jaar) over dat bedrag vanaf 29 september 2025 tot de dag dat volledig is betaald, met dien verstande dat indien de auto wordt ingeleverd en vervolgens verkocht door Hiltermann, dit bedrag in mindering wordt gebracht op de openstaande vordering;
veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen de verschenen rente van € 80,75, berekend tot 22 september 2025;
veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen de buitengerechtelijke incassokosten van € 960,44;
veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen € 859,10 aan kosten als [gedaagde] de auto niet op tijd afgeeft en Hiltermann deze moet innemen;
veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen € 211,75 aan kosten als [gedaagde] de auto niet op tijd afgeeft en Hiltermann aangifte moet doen bij de politie;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Hiltermann worden begroot op € 1.671,78;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
53954