Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-353292-25 (feiten 6 t/m 10), 10-052979-25 (feit 1), 13-333372-25 (feit 2), 10-335311-25 (feiten 3 t/m 5), en 10-332132-25 (feit 11)
Datum uitspraak: 26 maart 2026
Datum zitting: 26 maart 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
zonder vaste woon- of verblijfplaats.
Advocaat van de verdachte: mr. M.C.A. Schulpen
Officier van justitie: mr. R.J.E. Planken
Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]
1 Tenlastelegging
De verdachte staat terecht op de verdenking van 11 strafbare feiten, neergelegd in
5 dagvaardingen. De volledige tenlasteleggingen zijn opgenomen in bijlage I. Het gaat om:
10-052979-25
Feit 1: op 6 november 2024 te Schiedam vernieling van een scooter van
[slachtoffer 1] ;
13-333372-25
Feit 2: op 8 december 2025 te Amsterdam poging tot diefstal door middel van braak/verbreking/inklimming in/uit een auto van [slachtoffer 2] , subsidiair vernieling van die auto;
10-335311-25
Feit 3: op 9 december 2025 te Rotterdam diefstal van een toegangspas van [slachtoffer 3]
;
Feit 4: op 9 december 2025 te Rotterdam vernieling van een autoruit, ruitenwisser en/of bekleding van autostoel(en) van [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] ;
Feit 5: op 9 december 2025 te Rotterdam verzet tegen politieagenten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] ;
10-353292-25
Feit 6: op 29 december 2025 te [plaats] bedreiging van [slachtoffer 5] ;
Feit 7: op 29 december 2025 te [plaats] vernieling van ruiten van de woning van [slachtoffer 5] ;
Feit 8: op 6 december 2025 te Schiedam vernieling van een motor van [slachtoffer 6]
;
Feit 9: op 10 december 2025 te Dordrecht vernieling van een auto van [slachtoffer 7] en/of Volkswagen Financial B.V.;
Feit 10: op 9 december 2025 te Rotterdam vernieling van een autoruit, ruitenwisser en/of bekleding van autostoel(en) van [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] ;
10-332132-25
Feit 11: op 6 december 2025 te Schiedam vernieling van een motor van [slachtoffer 6]
.
De rechtbank gaat voor de leesbaarheid in het vonnis uit van de feiten 1 tot en met 11.
2 Ontvankelijkheid van de officier van justitie
De feiten 10 en 11 zijn dubbel aangebracht. De officier van justitie is, zoals gevorderd, niet-ontvankelijk in de vervolging van deze feiten.
3 Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten 1, 2 primair en 3 tot en met 9.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de feiten 2 primair, 3 en 6. De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten 1, 2 subsidiair, 4, 5 en 7 tot en met 9 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak feit 2 primair
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat feit 2 primair niet bewezen is. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de verdachte het oogmerk had om zich goederen uit de auto wederrechtelijk toe te eigenen. De verdachte wordt daarom van feit 2 primair vrijgesproken.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zes vernielingen, wederspannigheid, een diefstal en een bedreiging. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 3.3.4.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
De verdachte heeft de feiten 1, 2 subsidiair, 4, 5 en 7 tot en met 9 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven1.
1. Verklaring van de verdachte2
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 1]3
3. Proces-verbaal van de politie4
4. Proces-verbaal van de politie, verklaring [persoon A] , namens [slachtoffer 2]5
5. Proces-verbaal van de politie6
6. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 3]7
7. Proces-verbaal van de politie8
8. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 5]9
9. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 6]10
10. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 7]11
11. Proces-verbaal van de politie12
De bewezenverklaring van de feiten 3 en 6 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen13.
1. Verklaring van de verdachte 14
Het klopt dat ik op 8 december 2025 het pasje uit de auto van [slachtoffer 3] heb gepakt.
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 3] 15Op dinsdag 9 december 2025 zag ik in de parkeergarage Oostplein te Rotterdam een persoon liggen op de bestuurdersstoel van mijn auto. Toen de politie weg was met de dader merkte ik dat mijn toegangspas van de parkeergarage weg was.
3. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 5]16
Op maandag 29 december 2025 bevond ik mij in mijn woning in [plaats] . Ik zag dat mijn broer, [verdachte] , voor mijn woning stond.
4. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 5]17Ik hoorde dat mijn broer zei:" Ik snij je keel er af." Ik hoorde dat dit in de taal Punjabi was. Ik was hierdoor erg bang en ik had het gevoel dat hij de bedreiging ook waar zou maken.
5. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte 18V: U zou in het Pakistaans uw zus met dood bedreigd hebben. Klopt dit?
A: Ik heb gezegd dat als zij naar Pakistaan gaat dat ik haar ga vermoorden.
Bewijsmotivering feit 3 en feit 6
Feit 3
Het verweer van de verdediging dat het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ontbreekt, wordt verworpen. Ook als de verdachte de toegangspas heeft meegenomen als “bewijs” van het feit dat hij niet schuldig is aan diefstal van de auto van [slachtoffer 3] , heeft hij zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester over het pasje beschikt. Dat betekent dat bewezen is dat de verdachte zich de pas wederrechtelijk heeft toegeëigend.
Feit 6
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat gelet op de ernstig verwarde toestand van de verdachte, zijn wisselende en onverstaanbare uitlatingen, de context van een familieconflict en het feit dat de verdachte met een bloedende hand werd aangetroffen, niet kan worden vastgesteld dat de verdachte het opzet had om bij zijn zus de vrees te doen ontstaan voor de verwezenlijking van een bedreiging met de dood. Dit verweer wordt verworpen. De verdachte is naar de woning van zijn zus gegaan en heeft zich daar jegens haar zeer dreigend uitgelaten. Deze gedragingen van de verdachte waren naar hun uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op het aanjagen van de redelijke vrees dat hij de daad bij het woord zou voegen, dat het niet anders kan dan dat de verdachte daar (al dan niet in voorwaardelijke zin) opzet op heeft gehad. Dat hij ernstig verward en psychisch ontregeld was, en dat er sprake is van een familieconflict doet hier niet aan af, maar draagt hier eerder aan bij. Dat betekent dat de ten laste gelegde bedreiging wettig en overtuigend is bewezen.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1
hij op 6 november 2024 te [plaats] , opzettelijk en wederrechtelijk een scooter (merk SYM, type Fiddle) die aan [slachtoffer 1] toebehoorde heeft beschadigd;
2
hij op 8 december 2025 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk een auto die aan [slachtoffer 2] toebehoorde heeft beschadigd en meerdere autoruiten die aan [slachtoffer 2] toebehoorden heeft vernield;
3
hij op 9 december 2025 te Rotterdam een toegangspas die aan [slachtoffer 3] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
4
hij op 9 december 2025 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk een autoruit, een ruitenwisser en de bekleding van meerdere autostoelen die aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] toebehoorden heeft vernield;
5
hij op 9 december 2025 te Rotterdam zich met geweld heeft verzet tegen ambtenaren, [verbalisant 2] , hoofdagent bij de Politie Eenheid Rotterdam en [verbalisant 1] , agent bij de Politie Eenheid Rotterdam, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter staandehouding en/of aanhouding van de verdachte door
- de arm van die [verbalisant 1] beet te pakken,
- die [verbalisant 1] weg te duwen,
- kracht te blijven zetten met de rechterarm,
- het rechterbeen van die [verbalisant 1] vast te pakken en deze met kracht vast te houden en
- die [verbalisant 1] tegen het linkerbeen te schoppen;
6
hij op 29 december 2025 te [plaats] [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 5] dreigend de woorden toe te voegen (in een andere taal) "Ik snij je keel eraf', althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
7
hij op 29 december 2025 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk meerdere ramen van een woning die aan [slachtoffer 5] toebehoorden heeft vernield;
8
hij op 6 december 2025 te Schiedam opzettelijk en wederrechtelijk een motor (van het merk Honda) die aan [slachtoffer 6] toebehoorde heeft beschadigd;
9
hij op 10 december 2025 te Dordrecht opzettelijk en wederrechtelijk een auto die aan [slachtoffer 7] en/of Volkswagen Financial B.V. toebehoorde heeft beschadigd;
4 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigd
2 subsidiair
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen
en
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen
feit 3
diefstal
feit 4
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen
feit 5
wederspannigheid
feit 6
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
feit 7
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen
feit 8
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen
feit 9
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5 Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten 1, 2 primair, 3 tot en met 9 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 110 dagen met aftrek van voorarrest waarvan 28 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
Standpunt van de verdediging
Een straf gelijk aan het voorarrest is passend.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan 9 strafbare feiten. In november 2024 heeft de verdachte in Schiedam een scooter beschadigd door deze omver te trappen. Ruim een jaar later, in december 2025, heeft de verdachte, in meerdere steden, nog vier (autoruiten van) voertuigenbeschadigd (dan wel vernield) door deze ofwel omver te duwen of door een (bak)steen tegen (of door de ruit van) het voertuig te gooien. Daarnaast heeft hij zich in dezelfde maand schuldig gemaakt aan een diefstal van een pas, bedreiging van zijn zus en vernieling van de ramen van de woning van zijn zus. Dit zijn allemaal hinderlijke feiten waarbij de verdachte geen respect heeft getoond voor (de goederen van) anderen.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie van 11 maart 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapporten van deskundigen en de reclassering
In het rapport van psycholoog [naam psycholoog] van 16 maart 2026 staat het volgende.
De verdachte lijdt aan een aanpassingsstoornis met een gemengde stoornis van emoties en gedrag en een stoornis in het gebruik van cocaïne, heroïne, cannabis en alcohol. Dat was ook zo ten tijde van alle ten laste gelegde feiten. Hij was (sterk) onder invloed van excessieve hoeveelheden verschillende middelen (alcohol en/of cocaïne en/of heroïne en/of cannabis), die hij gebruikte om de massale onlustgevoelens rondom het gemis van zijn echtgenote, de frustraties rondom de aanvraag van een visum, de algehele maatschappelijke en emotionele teloorgang en het kwellende gevoel te falen (als man en partner) te verdoven.
Hoewel de verdachte weliswaar besef heeft gehad van de wederrechtelijkheid van zijn handelen, werd hij op basis van zijn psychische stoornissen belemmerd om zijn wil in vrijheid te bepalen. De psycholoog adviseert om het tenlastegelegde in verminderde
mate toe te rekenen.
De kans op herhaling van vergelijkbare feiten wordt matig tot hoog ingeschat. Ambulante behandeling en begeleiding (door een FACT team en reclassering) is geïndiceerd; er wordt geadviseerd om deze begeleiding en behandeling te laten plaatsvinden in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf.
Op basis van het rapport van de psycholoog, stelt de rechtbank vast dat bij de verdachte een psychische stoornis bestond en dat deze het gedrag van de verdachte tijdens het begaan van de strafbare feiten beïnvloedde. De feiten worden daarom in verminderde mate aan de verdachte toegerekend.
In het rapport van Reclassering Nederland van 20 maart 2026 staat het volgende.
De verdachte heeft tijdens het plegen van de feiten drugs gebruikt vanwege stress op alle leefgebieden en daarnaast het gemis van zijn vrouw die in Pakistan woont en voor wie het hem niet lukt een visum te krijgen. Er zijn geen beschermende factoren en het gevaar op recidive wordt als hoog ingeschat. De verdachte staat wel open voor gedragsverandering en hulpverlening.
De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden meldplicht bij reclassering, ambulante behandeling en begeleiding, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding, beheersing middelengebruik en inzicht in financiën/schulden.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.
Alles overwegend wordt een gevangenisstraf van 110 dagen opgelegd, met aftrek van voorarrest. Van deze gevangenisstraf worden 33 dagen voorwaardelijk opgelegd. Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. De rest van de gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.
De bijzondere voorwaarden zijn: meldplicht bij reclassering, ambulante behandeling en begeleiding, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding, beheersing van middelengebruik en inzicht in financiën/schulden.
6 Vordering van de benadeelde partijen
Vorderingen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]
[benadeelde partij 1] heeft als benadeelde partij voor feit 2 € 665,40 als vergoeding van materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[benadeelde partij 2] heeft als benadeelde partij voor feit 4 € 300,- en een nog onbekend bedrag als vergoeding van materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De vorderingen van beide benadeelde partijen zijn toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, met uitzondering van het door [benadeelde partij 2] gevorderde nog onbekende bedrag, in welke vordering [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Standpunt van de verdediging
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Bij toewijzing van de vorderingen verzoekt de verdediging om betaling in termijnen.
Oordeel van de rechtbank
[benadeelde partij 1]
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 2 gepleegde strafbare feit. De verdediging heeft de vordering niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, met uitzondering van de gevorderde taxikosten. De rechtbank stelt vast dat deze kosten in een onvoldoende rechtstreeks verband staan met het gepleegde strafbare feit en wijst dit deel van de vordering af. De vordering wordt daarom toegewezen tot een bedrag van € 473,98. Dit bedrag dient de verdachte als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij te betalen. De rechtbank bepaalt dat de verdachte dit bedrag in vier maandelijkse termijnen van € 100,- mag betalen en een maandelijkse termijn van € 73,98.
[benadeelde partij 2]
Materiële schade
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu onvoldoende is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met het onder 4 bewezen verklaarde feit. Niet vastgesteld kan worden dat het eigen risico is aangewend ter vergoeding van de schade aan de vernielde auto.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 8 december 2025.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij grotendeels wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij.
Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 4 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 2] in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.
7 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24a, 36f, 57, 180, 285, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
8 Beslissingen
De rechtbank:
Voorvragen
verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van de feiten 10 en 11;
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit 2 primair heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 subsidiair, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 zoals in hoofdstuk 3.3.4 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4.1 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 110 (honderdtien) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 33 dagen, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Marconistraat 2 te Rotterdam;
2. de verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door een forensisch FACT-team of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zo spoedig mogelijk. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Het gebruik van voorgeschreven medicatie kan onderdeel van de behandeling zijn. De verdachte laat zich gedurende de proeftijd begeleiden door een forensisch FACT-team of een soortgelijke zorgverlener gericht op praktische zaken zoals wonen/werk/financiën, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de begeleiding nodig vindt. De begeleiding start zo spoedig mogelijk. De verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding;
3. de verdachte zich gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, verblijft in Humane Zorg of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zo spoedig mogelijk. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
4. de verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur;
5. de verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), en lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
6. de verdachte de reclassering inzicht geeft in zijn financiën en schulden;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van deze
voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als
voorwaarden dat de verdachte:
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
Vorderingen benadeelde partijen
veroordeelt de verdachte, aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] (feit 2), te betalen een bedrag van € 473,98 ter vergoeding van materiële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 8 december 2025 tot de dag van volledige betaling;
wijst af het door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] meer of anders gevorderde;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor feit 2 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] aan de staat € 473,98 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 8 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 4 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat het bij de maatregel tot schadevergoeding genoemde bedrag in vijf gedeelten mag worden voldaan: vier maandelijkse termijnen van € 100,- en een maandelijkse termijn van € 73,98;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering (feit 4);
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-
9 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C. Sikkel, voorzitter,
en mrs. L. den Teuling en E.H.N. van Hees, rechters,
in tegenwoordigheid van C.A. van den Houwen, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 26 maart 2026.
Bijlage 1 – volledige tenlastelegging
10-052979-25
hij op of omstreeks 6 november 2024 te Schiedam ,
opzettelijk en wederrechtelijk een scooter (merk SYM, type Fiddle), in elk geval enig
goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander
toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of
weggemaakt;
13-333372-25
hij op of omstreeks 8 december 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter
uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
goederen, in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk
geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te
verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te
brengen door middel van braak, verbreking, inklimming, een of meerdere ruiten
heeft ingetikt en/ of heeft gezocht in een auto terwijl de uitvoering van dat
voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 8 december 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland,
opzettelijk en wederrechtelijk een auto en/ of een of meerdere autoruiten, in elk
geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 2] ,
toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
10-335311-25
1
hij op of omstreeks 9 december 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, een toegangspas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2
hij op of omstreeks 9 december 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een autoruit, een ruitenwisser en/ of de bekleding van een of meerdere autostoelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/ of weggemaakt;
3
hij op of omstreeks 9 december 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een of meerdere ambtenaren, [verbalisant 2] , hoofdagent bij de Politie Eenheid Rotterdam en/ of [verbalisant 1] , agent bij de Politie Eenheid Rotterdam, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, te weten ter staandehouding en/of aanhouding van de verdachte door
- de arm van die [verbalisant 1] beet te pakken,
- die [verbalisant 1] weg te duwen,
- kracht te blijven zetten met de rechterarm,
- het rechterbeen van die [verbalisant 1] vast te pakken en deze met kracht vast te houden en/ of
- die [verbalisant 1] tegen het linkerbeen te schoppen;
10-353292-25
1
hij op of omstreeks 29 december 2025 te [plaats] [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/ of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 5] dreigend de woorden toe te voegen (in een andere taal) "Ik snij je keel eraf', althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
2
hij op of omstreeks 29 december 2025 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk meerdere ramen/ruiten van een woning, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 5] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/ of weggemaakt;
3
hij op of omstreeks 6 december 2025 te Schiedam , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een motor (van het merk Honda), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 6] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd., onbruikbaar gemaakt en/ of weggemaakt;
4
hij op of omstreeks 10 december 2025 te Dordrecht opzettelijk en wederrechtelijk een auto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 7] en/of Volkswagen Financial B.V., toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/ of weggemaakt;
5
hij op of omstreeks 9 december 2025 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk een autoruit, een ruitenwisser en/ of de bekleding van een of meerdere autostoelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en of weggemaakt;
10-332132-25
hij op of omstreeks 6 december 2025 te Schiedam , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een motor (van het merk Honda), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 6] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;