ECLI:NL:RBROT:2026:8591

Datum uitspraak
10-07-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/10/698929 / FA RK 25-3425
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

gezamenlijk gezag blijft in stand, wel moeizame communicatie, maar niet voldaan aan vereisten 1:253n BW.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/698929 / FA RK 25-3425

Beschikking van 10 juli 2026 over het ouderlijk gezag, de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken/de regeling van de uitoefening van het omgangsrecht

in de zaak van:

[naam vrouw] , hierna: de vrouw,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. G.M.H. Vriesde te Rotterdam,

t e g e n

[naam man] , hierna: de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. M. Jonkman te Capelle aan den IJssel.

1 De verdere procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • de beschikking van 23 juni 2025;

  • het bericht van de vrouw van 29 december 2025;

  • het bericht van de vrouw van 23 februari 2026;

  • het rapport van de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht van 24 februari 2026;

  • het bericht met bijlagen van de vrouw van 10 juni 2026.

1.2.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 16 juni 2026. Daarbij zijn verschenen:

  • de advocaat van de man;

  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

  • de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .

De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen.

1.3.

De minderjarige [minderjarige] is, gelet op haar leeftijd, in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken. Zij heeft hier gebruik van gemaakt en heeft op 16 juni 2026 met de kinderrechter gesproken.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De rechtbank verwijst naar en neemt over hetgeen is opgenomen in haar tussenbeschikking van 23 juni 2025.

2.2.

In deze beschikking heeft de rechtbank de behandeling van de zaak verder aangehouden met het verzoek aan de raad om onderzoek te doen, of andere bemoeienis, over de wijze waarop partijen het ouderlijk gezag en de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken invullen.

2.3.

Gezag

2.3.1.

De vrouw handhaaft haar verzoek te bepalen dat het gezamenlijk gezag over de minderjarigen wordt beëindigd en dat zij voortaan met het eenhoofdig gezag wordt belast.

2.3.2.

De man voert gemotiveerd verweer.

2.3.3.

Het gezamenlijk gezag kan op grond van artikel 1:253n BW worden beëindigd bij gewijzigde omstandigheden sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag of als bij de beslissing tot gezamenlijk gezag van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Indien één van deze gevallen zich voordoet, zal vervolgens beoordeeld moeten worden of er reden is voor beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Van toepassing is het in artikel 1:251a BW genoemde criterium dat er een onaanvaardbaar risico is dat een kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen of dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Doet dit zich voor dan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarige toekomt.

2.3.4.

Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening. Zij moeten hiervoor belangrijke beslissingen over hun kinderen samen kunnen nemen of in ieder geval in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen. Het kind mag in beginsel niet klem of verloren raken tussen de ouders indien de ouders dat niet kunnen. Het ontbreken van een goede communicatie tussen de ouders brengt niet zonder meer met zich dat er geen gezamenlijk gezag kan worden toegekend.

2.3.5.

Uit de overgelegde stukken, waaronder het raadsrapport, en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken komt het beeld naar voren van twee ouders die nog steeds in een onderlinge strijd zitten en het lastig vinden om als ouders met elkaar te communiceren. De communicatie verloopt geregeld moeizaam. De man kan soms heftig reageren, wat tot spanning en discussie leidt en de vrouw bespreekt soms onderwerpen met de minderjarigen die tussen de ouders onderling besproken moeten worden.

Tegelijkertijd ziet de rechtbank dat het partijen in de praktijk wel lukt om uitvoering te geven aan het gezamenlijk gezag. Zo maken partijen samen afspraken zoals recent over de verjaardag van minderjarige [minderjarige] en gaf de man op korte termijn toestemming voor een bijzonder familiemoment van de vrouw. Verder hadden partijen overleg over het contact op maandag in combinatie met de bijles van minderjarige [minderjarige] . Zij werden het eens dat dit contactmoment kwam te vervallen en hebben vervolgens gesproken over mogelijke compensatie hiervan. De vrouw heeft wel voorvallen genoemd waarbij het niet goed ging maar die hebben voor een belangrijk deel betrekking op eerdere situaties en worden door de man overigens ook betwist.

2.3.6.

Van een situatie waarin partijen het gezamenlijk ouderschap zonder strubbelingen uitvoeren is zeker nog geen sprake. Daarvoor is nodig dat de communicatie tussen partijen soepeler gaat verlopen en dat de spanning vermindert. Zover zijn partijen nog niet, maar er is wel verbetering. Niet alleen blijken partijen in staat samen afspraken te maken, de eerder beschreven ernstige zorgen en incidenten doen zich niet meer in dezelfde mate voor. De rechtbank ziet geen situatie waarin de minderjarigen klem of verloren dreigen te raken tussen de ouders en waarin niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen. Daarnaast is niet gebleken van andere omstandigheden die maken dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van de minderjarigen noodzakelijk is. Dat betekent dat er onvoldoende grond is om het gezamenlijk gezag te beëindigen. Het verzoek van de vrouw wordt daarom afgewezen. De rechtbank benadrukt het belang dat partijen blijven werken aan een meer constructieve manier van communiceren, bij voorkeur met hulp, zodat de minderjarigen niet onnodig worden belast met de spanningen tussen de ouders.

2.4.

Zorgregeling

2.4.1.

De vrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling haar verzoek gewijzigd. Zij verzoekt nu om een zorgregeling vast te leggen waarbij de minderjarigen van vrijdag uit school tot maandagochtend naar school bij de man verblijven. Daarnaast verzoekt zij om de vakanties en feestdagen bij helfte tussen partijen te verdelen.

2.4.2.

De man voert gemotiveerd verweer.

2.4.3.

Op grond van artikel 1:253a BW, voor zover hier van belang, kan de rechtbank op verzoek van de gezaghebbende ouders of een van hen een zorgregeling vaststellen.

2.4.4.

Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen het erover eens zijn dat de huidige weekendregeling en de vakantieregeling kunnen worden vastgelegd.

2.4.5.

In geschil is nog of er daarnaast een extra doordeweeks contactmoment tussen de man en de minderjarigen moet worden vastgelegd. Ook het raadsrapport noemt een extra contactmoment. Oorspronkelijk was er een regeling waarbij de minderjarigen in de andere week een doordeweekse dag bij de man verbleven. Dat contactmoment is in onderling overleg komen te vervallen, omdat dit niet goed te combineren bleek met de bijles op maandag en de overige sport- en vrijetijdsactiviteiten van de minderjarigen. Duidelijk is dat de minderjarigen doordeweeks nog altijd een vol programma met school, bijles en sport- en spelactiviteiten hebben. De rechtbank vindt het belangrijk dat deze structuur behouden blijft en de activiteiten gewoon door kunnen gaan. Weliswaar heeft de man naar voren gebracht dat hij het belangrijk vindt dat er naast het weekend een extra contactmoment komt, maar hij maakt niet concreet welke dag dat dan zou moeten zijn of hoe dat praktisch vormgegeven kan worden rekening houdend met die activiteiten. Omdat niet duidelijk is geworden op welke wijze een extra doordeweeks contactmoment gerealiseerd kan worden zonder dat dit ten koste gaat van de structuur en de activiteiten van de minderjarigen, zal de rechtbank op dit moment niet een extra vast contactmoment naast de weekendregeling vastleggen.

De rechtbank gaat er vanuit dat, als partijen op enig moment in onderling overleg ruimte zien voor een extra doordeweeks contactmoment, zij daar samen praktische afspraken over kunnen maken.

2.5.

Proceskosten

2.5.1.

Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

stelt vast dat de minderjarigen in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bij de man zullen zijn om de week van vrijdag uit school tot maandagochtend naar school, alsmede dat de vakanties en feestdagen bij helfte tussen de ouders worden verdeeld;

3.2.

wijst af het verzoek van de vrouw om het gezamenlijk gezag over de minderjarigen te beëindigen en haar te belasten met het eenhoofdig gezag;

3.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

3.5.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. L. Berghuis-Knijff, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van B. Bajra, griffier, op 10 juli 2026.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »