ECLI:NL:RBROT:2026:7653

Datum uitspraak
26-06-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
12157384 CV EXPL 26-8101
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Non-dupliek. Autoverzekeraar vordert aan derde uitgekeerd bedrag terug van verzekerde omdat bestuurder meer dan toegestane hoeveelheid alcohol had gedronken. Vordering toegewezen. BIK afgewezen op basis van Rapport Voorwerk II. Rente toegewezen vanaf datum verzuim ipv schadetoebrengend feit.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12157384 CV EXPL 26-8101

datum uitspraak: 26 juni 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Unigarant N.V.,

vestigingsplaats: Den Haag,

eiseres,

gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders B.V.,

tegen

[persoon A] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘Unigarant’ en ‘ [persoon A] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 24 februari 2026, met bijlagen;

  • het mondelinge antwoord;

  • de repliek, met bijlagen.

1.2.

[persoon A] heeft de mogelijkheid gekregen om te reageren op de repliek, maar hier geen gebruik van gemaakt.

2 De beoordeling

Wat is de kern?

2.1.

[persoon A] heeft via Unigarant een autoverzekering afgesloten. Met de auto van [persoon A] is in 2009 een eenzijdig ongeval veroorzaakt, waarbij schade is ontstaan aan een loopbrug. Unigarant heeft daarvoor een bedrag van € 10.180,- uitgekeerd aan de benadeelde. Omdat de bestuurder van de auto onder invloed van alcohol was, is er op grond van de polisvoorwaarden geen dekking onder de verzekering. Unigarant heeft daarom het uitgekeerde bedrag met rente en kosten teruggevorderd van [persoon A] . Op verzoek van [persoon A] hebben partijen daarna een betalingsregeling getroffen. [persoon A] heeft in totaal € 8.100,00 betaald, maar is op enig moment gestopt met betalen. Unigarant eist in deze procedure dat [persoon A] wordt veroordeeld het nog openstaande bedrag met rente en kosten van in totaal € 7.602,17 te betalen. [persoon A] erkent dat de schade niet gedekt was onder de verzekering, maar heeft aangegeven dat hij zich afvraagt of de schade aan de loopbrug zo hoog was, omdat de oorspronkelijke houten brug is vervangen door een stenen brug.

2.2.

De kantonrechter oordeelt dat [persoon A] de resterende hoofdsom van € 2.180,- aan Unigarant moet betalen met de rente vanaf 3 september 2011. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Dit wordt hieronder uitgelegd.

[persoon A] moet het uitgekeerde bedrag aan Unigarant terugbetalen

2.3.

Partijen zijn het erover eens dat [persoon A] voor de schade die de benadeelde als gevolg van het ongeval heeft geleden geen dekking heeft onder de verzekeringspolis. Unigarant heeft met de facturen van de herstelwerkzaamheden en de noodvoorziening voldoende onderbouwd welke schade zij heeft vergoed aan de benadeelde. Ook heeft Unigarant foto’s ingediend van de herstelde brug. Hierop is te zien dat het gaat om een houten brug. Nadat Unigarant die foto’s had ingediend heeft [persoon A] niet meer gereageerd. De kantonrechter leidt hieruit af dat [persoon A] de hoogte van de uitgekeerde schade niet langer betwist. Daarom moet [persoon A] het uitgekeerde bedrag van € 10.280,- aan Unigarant terugbetalen. [persoon A] heeft al een bedrag van € 8.100,- terugbetaald, zodat nog € 2.180,- openstaat. De kantonrechter zal dit bedrag toewijzen.

[persoon A] moet rente betalen

2.4.

[persoon A] moet rente betalen over het bedrag dat hij aan Unigarant moet terugbetalen (artikel 6:119 BW). Unigarant stelt dat de rente is gaan lopen op de dag van het schadeveroorzakend feit. Dat is niet juist; de rente gaat in dit geval lopen vanaf het moment waarop [persoon A] in verzuim was. Gezien de stelling van Unigarant gaat de kantonrechter ervan uit dat renteberekening die Unigarant heeft ingediend ook niet klopt. De kantonrechter zal de rente dan ook toewijzen zoals hierna wordt vermeld. Bij de dagvaarding zit een exploot van 29 augustus 2011, waarin staat dat [persoon A] het bedrag dat Unigarant had uitgekeerd binnen drie dagen na 29 augustus 2011 moest betalen. [persoon A] heeft vervolgens niet betaald. Dit betekent dat [persoon A] vanaf 3 september 2011 in verzuim was en dat de [persoon A] de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW moet betalen over de hoofdsom die na iedere wijziging vanaf 3 september 2011 heeft opengestaan tot de dag dat volledig is betaald.

[persoon A] hoeft geen incassokosten betalen

2.5.

[persoon A] hoeft niet de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 952,- te betalen. Unigarant heeft deze incassokosten al bij het exploot van 29 augustus 2011 gevorderd. Het gaat daarmee om incassokosten van vóór 1 juli 20121. De kantonrechter heeft deze kosten beoordeeld aan de hand van het Rapport Voorwerk II. Unigarant heeft niet gespecificeerd of omschreven welke buitengerechtelijke werkzaamheden zij heeft verricht. Dat blijkt ook niet uit de ingediende stukken. Deze zaak kent weliswaar een lang voortraject, maar dat lijkt alleen te bestaan uit een betalingsregeling die liep van november 2011 tot mei 2025. Deze betalingsregeling kan niet worden gezien als buitengerechtelijke werkzaamheden. Daarom is [persoon A] geen incassokosten verschuldigd.

[persoon A] moet de proceskosten betalen

2.6.

De proceskosten komen voor rekening van [persoon A] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de proceskosten aan de zijde van Unigarant op € 153,77 aan dagvaardingskosten, € 559,- aan griffierecht, € 720,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 360,-) en € 144 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.576,77. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

2.7.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Unigarant dat eist en [persoon A] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [persoon A] om aan Unigarant te betalen € 2.180,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom die na iedere wijziging vanaf 3 september 2011 heeft opengestaan tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

veroordeelt [persoon A] in de proceskosten, die aan de kant van Unigarant worden begroot op € 1.576,77;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I. van Drongelen en in het openbaar uitgesproken.

68254

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »