ECLI:NL:RBROT:2026:7232

Datum uitspraak
04-03-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
10/223251-25; 10/296699-25 en TUL :10/279089-24; 10/299522-21
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Veroordeling voor een diefstal uit een woning, bedreiging en belaging van ex-partner, belaging en poging tot dwang van een andere ex-partner en mishandeling. De feiten kunnen in verminderde mate aan de verdachte worden toegerekend. Gevangenisstraf van 10 maanden, een tbs-maatregel met voorwaarden en een vrijheidsbeperkende maatregel (38v).

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 10/223251-25; 10/296699-25

Parketnummers vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10/279089-24; 10/299522-21

Datum uitspraak: 4 maart 2026

Datum zitting: 18 februari 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1985 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [detentieadres] , [postcode] [detentieplaats] ,

gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] , locatie [locatie] .

Advocaat van de verdachte: mr. E.V. Appeldoorn

Officier van justitie: mr. N. van der Meij

Benadeelde partij: [benadeelde 1] ; [benadeelde 2] ; [slachtoffer 3] ; [benadeelde 4]

Gemachtigde van de benadeelde partij [slachtoffer 2] : [naam gemachtigde]

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal uit een woning, bedreiging en belaging van zijn ex-partner, belaging en poging tot dwang van een andere ex-partner en een mishandeling. De verdachte bekent de feiten.

De rechtbank oordeelt dat de feiten in verminderde mate aan de verdachte kunnen worden toegerekend. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf, een tbs-maatregel met voorwaarden en een vrijheidsbeperkende maatregel (38v).

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat – zich schuldig heeft gemaakt aan een diefstal uit een woning, bedreiging en belaging van [slachtoffer 1] , belaging en poging tot dwang van [slachtoffer 2] en een mishandeling.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

10-223251-25

1.

hij op of omstreeks 10 augustus 2025 te Zwijndrecht,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten

[adres] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of

tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),

- twee tablets (van het merk Lenovo en Samsung) en/of

- een laptop en/of

- een telefoon (van het merk Samsung, model S9+) en/of

- parfums en/of

- pakjes shag (26 stuks van het merk Zilverzwaar) en/of

- een stekkerdoos en/of

- ( op)laders en/of

- contant geld (ongeveer 2700,00 euro) en/of

- een VVV-bon (t.w.v. 25,00 euro) en/of

- een Kluskaart (t.w.v. 25,00 euro) en/of

- diverse sleutels en/of

- vlees (ongeveer 2,5 kilo) en/of

- een portemonnee en/of

- sportschoenen en/of

- handtassen en/of

- een horloge,

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]

, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

toebehoorde(n)

heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2025 tot en met 10 augustus 2025 te

Zwijndrecht en/of Dordrecht en/of Epe, althans in Nederland,

[slachtoffer 1] heeft bedreigd met

- enig misdrijf tegen het leven gericht en/of

- zware mishandeling en/of

- brandstichting,

door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen:

- " Als jij de woning wil verlaten dan gaat dat via een ambulance. Je gaat nu niet de

woning uit" en/of

- " He even voor je eigen veiligheid zeg ik tegen jou. Haal mij van die blokkade af, dat

moet je bij mij niet doen. Steek je gewoon in de kanker flikker. Dus haal mij er van

af." en/of

- " Luister even heel goed. Ik ben ingehuurd om jou vriendje op te ruimen. Normaal

gesproken neem ik geen onschuldige slachtoffers mee maar aangezien jou vriendje

nu denk in een safehouse te zitten, heb ik geen andere keus om jou en je zoontje

ook op te ruimen." en/of

- " Mooi, want maak jullie allebei kapot" en/of

- " Je huis zal branden. Ik geef jou nog een paar dagen de tijd om jou vriendje eruit te

zetten. Zo niet dan gaan jullie met zijn drieën in vlammen op. Aan jou de keus nu.

Succes. Dit is de eerste en laatste waarschuwing."

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

3.

hij in of omstreeks 2 augustus 2025 tot en met 11 augustus 2025 te Dordrecht en/of

Zwijndrecht en/of Epe,

althans in Nederland,

wederrechtelijk

stelselmatig

opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt

op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] ,

door (veelvuldig):

- ( dreigende en/of chanterende) berichten te sturen naar die [slachtoffer 1] en/of

- te bellen naar die [slachtoffer 1] en/of

- naar de woning van die [slachtoffer 1] te gaan en/of zich te bevinden in de buurt

van die woning

met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te

dulden en/of vrees aan te jagen;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 24 juli 2025 te Roermond,

althans in Nederland,

wederrechtelijk

stelselmatig

opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt

op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] ,

door veelvuldig en/of meermaals,

- telefonisch contact op te nemen met (familieleden van) die [slachtoffer 2] en/of

- voicemailberichten in te spreken op het telefoonnummer van die [slachtoffer 2] en/of

- ( WhatsApp- en/of sms-)berichten te sturen naar (familieleden van) die [slachtoffer 2]

- valse meldingen te maken over die [slachtoffer 2] bij zorginstantie en/of

- handgeschreven brieven en/of een condoleancekaart naar die [slachtoffer 2] te sturen

en/of te doen laten sturen en/of

- zich (negatief) uit te laten op TikTok en/of Facebook over (familieleden van) die

[slachtoffer 2]

met het oogmerk die [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of

vrees aan te jagen;

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2024 tot en met 24 juli 2025 te

Roermond,

althans in Nederland,

[slachtoffer 2] heeft bedreigd met

- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of

- zware mishandeling, en/of

- brandstichting,

door

- die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen: "Je gaat eraan" en/of "Ik steek je

huis in brand" en/of

- die [slachtoffer 2] (via iemand anders) dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga nu naar

Roermond" en "ik maak haar dood" en/of

- die [slachtoffer 2] een condoleancekaart toe te sturen;

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking

6.

primair

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2024 tot en met 24 juli 2025 te

Roermond,

althans in Nederland,

een ander, te weten [slachtoffer 2] ,

door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige

andere feitelijkheid gericht tegen die ander,

wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden,

te weten de afgifte en/of storten van één of meer geldbedragen en/of het

deblokkeren van verdachte zijn telefoonnummer

door aan die [slachtoffer 2] (via voicemailberichten) dreigend de woorden toe te voegen:

- “ Geef mij je geld” en/of

- " Nou ik zal me maar van de blokkade halen, artikel 236f wetboek van strafrecht"

en/of

- “ Beste [naam 1] , morgenmiddag heb ik een mogelijkheid om je te bellen ik hoop dat

je me van de blokkade afhaalt om met mij in gesprek te gaan. Doe je dat niet bel ik

morgen mijn eigen advocaat en [naam 2] en dan ga ik juridische stappen

ondernemen. Jij hebt het goed voor elkaar door mij aan het lijntje te houden tot

mijn geld er was en leugens loopt te verspreiden. Heel TikTok zal weten wat jij mij

geflikt hebt, toch zal ik nog heel even van je blijven houden" en/of

- " Mij van de blokkade afhalen en [naam 3] zal je ook nog wel een berichtje sturen.

Maandag heb ik een belafspraak staan wat jij niet wil, gewoon normaal doen en doe

je dat niet dan doe ik het" en/of

- " Kanker kneus dat je er rond loopt, jij hebt misbruikt gemaakt van iemand in een

kwetsbare situatie, ik zou het wetboek maar goed doorlezen. Je hebt tot half twee en

als er dan geen geld op mijn rekening staat ga ik aangifte doen. Ik ga ook WAJONG

in kennis stellen dat jij weer iemand in huis hebt. Ik ben alleen beperkt in mijn

communicatie maar ik kan alles doen wat ik wil, als ik aangifte wil doen dan kan

dat" en/of

- “ Vies dik kanker varken ik krijg hem heus wel gevonden hoor die [naam 4] of [naam 5] , i

dont give a fuck. Ik wil gewoon mijn geld terug kanker varken” en/of

- " Voor je eigen veiligheid en die van je zoon haal je mij snel van die blokkade af"

en/of

- " Vieze gore dikke stinkhoer jij hebt wel verkering met die [naam 4] . Wetboek van

Strafrecht jij gaat eraan voor mensenhandel. Ik zou maar heel gauw opbokken, ik ga

je aangeven" en/of

- “ Ik ga er alles aan doen om te zorgen dat ze jouw kinderen afnemen” en/of

- " Dus [naam 6] zegt dat jij verliefd bent en dat je een kindje van hem wel. Nou ik hoop

dat het niet zo'n megooltje wordt als die andere van jou. Ik hoop dat het allemaal

niet gebeurd en jij kan beter een spiraal zetten voor het leven. Veel succes de 18de

en ga maar aangifte doen van stalking dan kan ik zeggen waarom ik zo vaak bel,

omdat ik mijn geld terug wil. Ik geef je aan voor mensenhandel jij hebt mij met het

oogmerk tot het verduisteren van mijn geld, misbruikt. en/of

- “ Goeiemorgen volgens mij moet je alle extra inkomsten opgeven als je het nou niet

snel teruggestort heb dan geef ik je aan” en/of

- " Hey luister je gaat een paar mogelijkheden krijgen, mijn zusje gaat jou appen met

haar rekeningnummer. Stort het geld daarop, zo niet dan ga ik alles inschakelen als

jullie in de stront willen roeren dan gaat het stinken"

althans woorden van gelijke dwingende aard en/of strekking;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2024 tot en met 24 juli 2025 te

Roermond,

althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf een ander,

te weten [slachtoffer 2] ,

door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige

andere feitelijkheid gericht tegen die ander,

wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen en/of te dulden,

te weten de afgifte en/of storten van één of meer geldbedragen en/of het

deblokkeren van verdachte zijn telefoonnummer

door aan die [slachtoffer 2] (via voicemailberichten) de woorden heeft toegevoegd:

- “ Geef mij je geld” en/of

- " Nou ik zal me maar van de blokkade halen, artikel 236f wetboek van strafrecht"

en/of

- “ Beste [naam 1] , morgenmiddag heb ik een mogelijkheid om je te bellen ik hoop dat

je me van de blokkade afhaalt om met mij in gesprek te gaan. Doe je dat niet bel ik

morgen mijn eigen advocaat en [naam 2] en dan ga ik juridische stappen

ondernemen. Jij hebt het goed voor elkaar door mij aan het lijntje te houden tot

mijn geld er was en leugens loopt te verspreiden. Heel TikTok zal weten wat jij mij

geflikt hebt, toch zal ik nog heel even van je blijven houden" en/of

- " Mij van de blokkade afhalen en [naam 3] zal je ook nog wel een berichtje sturen.

Maandag heb ik een belafspraak staan wat jij niet wil, gewoon normaal doen en doe

je dat niet dan doe ik het" en/of

- " Kanker kneus dat je er rond loopt, jij hebt misbruikt gemaakt van iemand in een

kwetsbare situatie, ik zou het wetboek maar goed doorlezen. Je hebt tot half twee en

als er dan geen geld op mijn rekening staat ga ik aangifte doen. Ik ga ook WAJONG

in kennis stellen dat jij weer iemand in huis hebt. Ik ben alleen beperkt in mijn

communicatie maar ik kan alles doen wat ik wil, als ik aangifte wil doen dan kan

dat" en/of

- “ Vies dik kanker varken ik krijg hem heus wel gevonden hoor die [naam 4] of [naam 5] , i

dont give a fuck. Ik wil gewoon mijn geld terug kanker varken” en/of

- " Voor je eigen veiligheid en die van je zoon haal je mij snel van die blokkade af"

en/of

- " Vieze gore dikke stinkhoer jij hebt wel verkering met die [naam 4] . Wetboek van

Strafrecht jij gaat eraan voor mensenhandel. Ik zou maar heel gauw opbokken, ik ga

je aangeven" en/of

- “ Ik ga er alles aan doen om te zorgen dat ze jouw kinderen afnemen” en/of

- " Dus [naam 6] zegt dat jij verliefd bent en dat je een kindje van hem wel. Nou ik hoop

dat het niet zo'n megooltje wordt als die andere van jou. Ik hoop dat het allemaal

niet gebeurd en jij kan beter een spiraal zetten voor het leven. Veel succes de 18de

en ga maar aangifte doen van stalking dan kan ik zeggen waarom ik zo vaak bel,

omdat ik mijn geld terug wil. Ik geef je aan voor mensenhandel jij hebt mij met het

oogmerk tot het verduisteren van mijn geld, misbruikt. en/of

- “ Goeiemorgen volgens mij moet je alle extra inkomsten opgeven als je het nou niet

snel teruggestort heb dan geef ik je aan” en/of

- " Hey luister je gaat een paar mogelijkheden krijgen, mijn zusje gaat jou appen met

haar rekeningnummer. Stort het geld daarop, zo niet dan ga ik alles inschakelen als

jullie in de stront willen roeren dan gaat het stinken"

althans woorden van gelijke dwingende aard en/of strekking

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

10-296699-25

hij op of omstreeks 6 augustus 2025 te Zwijndrecht,

[slachtoffer 5] heeft mishandeld, door die [slachtoffer 5] in/op/tegen het gezicht, in

elk geval het hoofd te slaan en/of stompen,

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge had;

2 Bewijs / Vrijspraak

2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1 (met uitzondering van het medeplegen), 2, 3, 4 en feit 6 subsidiair met parketnummer 10-223251-25, en het feit met parketnummer 10-296699-25 (met uitzondering van zwaar letsel). Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 5 en feit 6 primair met parketnummer 10-223251-25.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 5 met parketnummer 10-223251-25. De verdediging heeft eveneens vrijspraak bepleit voor het feit met parketnummer 10-296699-25 omdat hem een beroep op noodweer toekomt. De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 4, en 6 met parketnummer 10-223251-25 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een diefstal uit een woning, bedreiging en belaging van [slachtoffer 1] , belaging en poging tot dwang van [slachtoffer 2] en een mishandeling. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de onderstaande feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven1.

10-223251-25

Feit 1

1. Bekennende verklaring van de verdachte 2

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van aangeefster [slachtoffer 3]3

3. Proces-verbaal van de politie, verklaring van aangever [slachtoffer 4] 4

Feit 2

1. Bekennende verklaring van de verdachte 5

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van aangeefster [slachtoffer 1]6

Feit 3

1. Bekennende verklaring van de verdachte 7

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van aangeefster [slachtoffer 1]8

3. Proces-verbaal van de politie9

Feit 4 en feit 6 subsidiair

1. Bekennende verklaring van de verdachte 10

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van aangeefster [slachtoffer 2]11

3. Proces-verbaal van de politie12

De bewezenverklaring van de mishandeling is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen13 en de onderstaande bewijsmotivering.

10-296699-25

1. Bekennende verklaring van de verdachte 14

Ik beken dat ik de aangever [slachtoffer 5] op 6 augustus 2025 heb geslagen.

2. Proces-verbaal van de politie15

Op 6 augustus 2025 in Zwijndrecht.

In een split second zag ik dat [verdachte] de woning uit liep met versnelde pas in de richting van [naam 7] . Ik zag dat zij beide met hun hoofden tegen elkaar stonden en hoorde wat onduidelijk geschreeuw over en weer. Ik zag dat [naam 7] de kraag van [verdachte] vast had en zijn rechterarm optilde en zijn hand tot vuist balde. Nog voordat zijn vuist volledig in de lucht was, zag ik dat [verdachte] met zijn linker vuist een onderhandse uppercut gaf op de rechterkaak van [naam 7] . Ik zag dat [naam 7] zijn lichaam direct verstijfde en als een plank achterover viel met

zijn achterhoofd op het trottoir, knock-out.

Ik zag dat [naam 7] roerloos op de grond lag en er bloed uit zijn achterhoofd kwam.

3. FARR-verklaring van 4 september 202516

-huidverwonding op het achterhoofd van +/- 6cm lengte.-verwonding van het wangslijmvlies aan de binnenzijde van de rechter wang langs de mondhoek van +/- 1cm lengte-CT-scan: een botbreuk van het neusbot waargenomen zonder standsafwijking van de bottige structueren.

De verwonding op het achterhoofd is behandeld middels het plaatsen van 5 hechtingen.De verwonding in de wang is behandeld middels het plaatsen van 1 hechting.Betrokkene werd vervolgd op de polikliniek van de Keel-Neus-Oorheelkunde voor het gebroken neusbot.

Bij een ongecompliceerd beloop is de geschatte genezingsduur 4-6 weken.

2.3.2.

Bewijsmotivering – beroep op noodweer

Voor een geslaagd beroep op noodweer is vereist dat sprake is van een verdediging, tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding, die het lijf, de eerbaarheid of een goed betreft, en dat die verdediging noodzakelijk en proportioneel is.

Voor zover er sprake is geweest van een noodweersituatie, is de reactie van de verdachte in ieder geval niet proportioneel geweest. De gekozen gedraging van de verdachte als verdedigingsmiddel, namelijk het direct uitdelen van een dermate harde uppercut met een vuist waardoor de aangever viel en een gat in zijn achterhoofd en een gebroken neus heeft opgelopen, staat niet in redelijke verhouding tot de ernst van de aanranding. De grenzen van de noodzakelijke verdediging zijn dus overschreden. Om die reden komt de verdachte geen beroep op noodweer toe. Het verweer wordt verworpen.

2.3.3.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

10-223251-25

1.

hij op 10 augustus 2025 te Zwijndrecht,

in een woning, te weten

[adres] , alwaar verdachte zich buiten weten of

tegen de wil van de rechthebbende bevond,

- twee tablets van het merk Lenovo en Samsung en

- een laptop en

- een telefoon van het merk Samsung, model S9+ en

- parfums en

- pakjes shag 26 stuks van het merk Zilverzwaar en

- een stekkerdoos en

- opladers en

- contant geld ongeveer 2700,00 euro en

- een VVV-bon t.w.v. 25,00 euro en

- een Kluskaart t.w.v. 25,00 euro en

- diverse sleutels en

- vlees ongeveer 2,5 kilo en

- een portemonnee en

- sportschoenen en

- handtassen en

- een horloge,

die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] of [slachtoffer 4]

toebehoorden heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen

2.

hij in de periode van 1 augustus 2025 tot en met 10 augustus 2025

in Nederland,

[slachtoffer 1] heeft bedreigd met

- enig misdrijf tegen het leven gericht of

- zware mishandeling

door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen:

"He even voor je eigen veiligheid zeg ik tegen jou. Haal mij van die blokkade af, dat

moet je bij mij niet doen. Steek je gewoon in de kanker flikker. Dus haal mij er van

af."

3.

hij in de periode 2 augustus 2025 tot en met 11 augustus 2025 in Nederland,

wederrechtelijk

stelselmatig

opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt

op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] ,

door veelvuldig:

- dreigende en/of chanterende berichten te sturen naar die [slachtoffer 1] en

- te bellen naar die [slachtoffer 1] en

- naar de woning van die [slachtoffer 1] te gaan en zich te bevinden in de buurt

van die woning

met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, te

dulden en vrees aan te jagen;

4.

hij in de periode van 31 oktober 2024 tot en met 19 november in Nederland,

wederrechtelijk

stelselmatig

opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt

op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] ,

door veelvuldig of meermaals,

- voicemailberichten in te spreken op het telefoonnummer van die [slachtoffer 2] en

- valse melding te maken over die [slachtoffer 2] bij zorginstantie,

met het oogmerk die [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen en te dulden;

6.

subsidiair

hij in de periode van 31 oktober 2024 tot en met 19 november 2024 in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf een ander,

te weten [slachtoffer 2] ,

door bedreiging met geweld of enige

andere feitelijkheid gericht tegen die ander,

wederrechtelijk te dwingen iets te doen,

te weten de afgifte of storten van één of meer geldbedragen en het

deblokkeren van verdachte zijn telefoonnummer

door aan die [slachtoffer 2] via voicemailberichten de woorden heeft toegevoegd:

- “ Geef mij je geld” en

- " Nou ik zal me maar van de blokkade halen, artikel 236f wetboek van strafrecht" en

- “ Beste [naam 1] , morgenmiddag heb ik een mogelijkheid om je te bellen ik hoop dat

je me van de blokkade afhaalt om met mij in gesprek te gaan. Doe je dat niet bel ik

morgen mijn eigen advocaat en [naam 2] en dan ga ik juridische stappen

ondernemen. Jij hebt het goed voor elkaar door mij aan het lijntje te houden tot

mijn geld er was en leugens loopt te verspreiden. Heel TikTok zal weten wat jij mij

geflikt hebt, toch zal ik nog heel even van je blijven houden" en

- " Mij van de blokkade afhalen en [naam 3] zal je ook nog wel een berichtje sturen.

Maandag heb ik een belafspraak staan wat jij niet wil, gewoon normaal doen en doe

je dat niet dan doe ik het" en

- " Kanker kneus dat je er rond loopt, jij hebt misbruikt gemaakt van iemand in een

kwetsbare situatie, ik zou het wetboek maar goed doorlezen. Je hebt tot half twee en

als er dan geen geld op mijn rekening staat ga ik aangifte doen. Ik ga ook WAJONG

in kennis stellen dat jij weer iemand in huis hebt. Ik ben alleen beperkt in mijn

communicatie maar ik kan alles doen wat ik wil, als ik aangifte wil doen dan kan dat" en

- “ Vies dik kanker varken ik krijg hem heus wel gevonden hoor die [naam 4] of [naam 5] , i

dont give a fuck. Ik wil gewoon mijn geld terug kanker varken” en

- " Voor je eigen veiligheid en die van je zoon haal je mij snel van die blokkade af" en

- " Vieze gore dikke stinkhoer jij hebt wel verkering met die [naam 4] . Wetboek van

Strafrecht jij gaat eraan voor mensenhandel. Ik zou maar heel gauw opbokken, ik ga je aangeven" en

- “ Ik ga er alles aan doen om te zorgen dat ze jouw kinderen afnemen” en

- " Dus [naam 6] zegt dat jij verliefd bent en dat je een kindje van hem wel. Nou ik hoop

dat het niet zo'n megooltje wordt als die andere van jou. Ik hoop dat het allemaal

niet gebeurd en jij kan beter een spiraal zetten voor het leven. Veel succes de 18de

en ga maar aangifte doen van stalking dan kan ik zeggen waarom ik zo vaak bel,

omdat ik mijn geld terug wil. Ik geef je aan voor mensenhandel jij hebt mij met het

oogmerk tot het verduisteren van mijn geld, misbruikt” en

- “ Goeiemorgen volgens mij moet je alle extra inkomsten opgeven als je het nou niet

snel teruggestort heb dan geef ik je aan” en

- " Hey luister je gaat een paar mogelijkheden krijgen, mijn zusje gaat jou appen met

haar rekeningnummer. Stort het geld daarop, zo niet dan ga ik alles inschakelen als

jullie in de stront willen roeren dan gaat het stinken"

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

10-296699-25

hij op 6 augustus 2025 te Zwijndrecht,

[slachtoffer 5] heeft mishandeld, door die [slachtoffer 5] tegen het hoofd te stompen,

terwijl het feit lichamelijk letsel ten gevolge had.

2.3.4.

Vrijspraak

De beschuldigingen van feit 5 (bedreiging) en feit 6 primair (dwang) zijn niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

10-223251-25

Feit 1

diefstal, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt;

Feit 2

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven of zware mishandeling;

Feit 3

belaging;

eendaadse samenloop van:

Feit 4

belaging;

en

Feit 6 subsidiair

poging tot een ander door enige andere feitelijkheid en bedreiging met geweld, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen.

10-296699-25

mishandeling.

3.2.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4 Straf en maatregelen

4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht en een tbs-maatregel met de voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd en dat deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard. Daarnaast moet aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel (38v) in de vorm van een contact- en locatieverbod met [slachtoffer 2] en met [slachtoffer 1] voor de duur van 5 jaren met per overtreding 2 weken hechtenis met een maximum van 6 maanden en dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest en daarna tbs met voorwaarden. Subsidiair verzoekt de verdediging om de onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan te vullen met en een voorwaardelijke gevangenisstraf, en tbs met daaraan gekoppeld de voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks van strafbare feiten waar meerdere personen het slachtoffer van zijn geworden.

Ten eerste heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal. Hij is een woning binnengelopen en heeft op brutale wijze diverse goederen uit de woning weggenomen, terwijl de aangeefster zich op dat moment boven in haar slaapkamer bevond. Dergelijke vermogensdelicten bezorgen de aangeefster naast de nodige schade ook veel hinder. De verdachte heeft met zijn handelen blijk gegeven van een gebrek aan respect voor andermans eigendommen. Bovendien veroorzaken misdrijven als de onderhavige gevoelens van onveiligheid en verontwaardiging bij de aangeefster en in de maatschappij in het algemeen.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging en belaging van zijn ex-partner en belaging en dwang van een tweede ex-partner. Hij heeft veelvuldig contact gezocht met zijn ex-partners, terwijl duidelijk was dat de relaties voorbij waren en dat zijn ex-partners dat contact niet wilden. De verdachte heeft zich daar niets van aangetrokken en heeft zijn ex-partners toch (voicemail)berichten van dreigende en dwingende aard gestuurd en vaak gebeld. De verdachte heeft door zijn handelen stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en de persoonlijke integriteit van zijn ex-partners. Het handelen van de verdachte heeft grote impact op hen beiden gehad, zo blijkt ook uit de door hen overgelegde schriftelijke slachtofferverklaringen. De verdachte heeft met zijn handelen gevoelens van angst en onveiligheid bij hen veroorzaakt en versterkt.

Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een mishandeling. Omdat de aangever de kraag van de verdachte pakte en zijn vuist balde, heeft de verdachte hem direct met zijn vuist een uppercut tegen zijn kaak gegeven. De aangever is daardoor gevallen en heeft onder meer een gat in zijn hoofd en een gebroken neus opgelopen. De verdachte heeft daarmee op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de aangever.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 6 februari 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor onder andere een gekwalificeerde diefstal, bedreiging en mishandeling. De verdachte liep zelfs nog in twee proeftijden.

Rapporten van deskundigen en de reclassering en hun verklaring op de zitting

In het rapport van Fivoor van 18 december 2025 staat– voor zover hier relevant - het volgende.

Het risico op recidive en het risico op letsel wordt ingeschat als hoog. Het risico op onttrekken aan de voorwaarden wordt ingeschat als gemiddeld.

Er is sprake van beperkt ziekte-inzicht en een (grotendeels) extrinsieke motivatie tot het bewerkstelligen van gedragsverandering. De verwachting is dat zijn intrinsieke motivatie vergroot kan worden tijdens het verloop van een (klinische) behandeling. De verdachte is in staat om – naar zijn vermogen – behandeldoelen te formuleren en er lijkt sprake te zijn van een behandelcommitment. Ondanks dat er sprake is van (m)eerdere negatief beëindigde reclasseringstrajecten, is de verdachte bereid zich aan onderstaande voorwaarden te conformeren. De verdachte beseft zich dat een tbs met voorwaarden een stringenter kader is met grote(re) gevolgen bij het niet naleven van de voorwaarden.

Concluderend adviseren wij positief over tbs met voorwaarden met de onderstaande voorwaarden. De reclassering kan het toezicht hierop uitoefenen. De verdachte heeft zich bereid verklaard tot medewerking aan deze voorwaarden.

• Geen strafbaar feit plegen

• Meewerken aan reclasseringstoezicht

• Meewerken aan time-out

• Niet naar het buitenland

• Opname in een zorginstelling

• Ambulante behandeling

• Begeleid wonen of maatschappelijke opvang

• Drugsverbod

• Alcoholverbod

• Contactverbod

• Locatieverbod (zonder elektronische monitoring)

• Geven van openheid

• Dagbesteding

• Meewerken aan schuldhulpverlening

Indien tbs met voorwaarden wordt opgelegd adviseren wij dadelijke uitvoerbaarheid van de tbs met voorwaarden. De kans is groot dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen – of gevaar veroorzaakt – voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Wij adviseren hierbij eveneens de combinatie met een schorsing van de voorlopige hechtenis onder deze zelfde voorwaarden als de tbs met voorwaarden.

Bij een veroordeling tot tbs of (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf adviseren wij een

gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM, artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht) op te leggen, zodat gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende voorwaarden toegepast kunnen worden na de tbs of gevangenisstraf. Er is sprake van beperkt probleembesef. Daarnaast hebben eerder ingezette interventies onvoldoende bijgedragen aan het bewerkstelligen van gedragsverandering en het terugdringen van het risico op recidive. Er is sprake van enige ambivalentie ten aanzien van een tbs met voorwaarden met een klinische behandeling. Dit maakt dat de kans aanwezig is dat de huidige problematiek nog altijd aanwezig is na het aflopen van een (eventuele) tbs maatregel.

In het rapport van psychiater [naam 8] van 30 oktober 2025 staat – voor zover hier relevant - het volgende.

Er is bij de verdachte sprake van een gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline trekken, een stoornis in het gebruik van cocaïne (ernstig), cannabis (matig) en alcohol (licht). Deze stoornissen waren ook aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde. Daarom is het advies om betrokkene het ten laste gelegde, indien bewezen, in een verminderde mate toe te rekenen. Het risico op geweld bij stalking, het risico op terugval in stalkingsgedrag, en het risico op psychosociale schade bij de verdachte wordt als gemiddeld ingeschat. Een stringenter strafrechtelijk kader is noodzakelijk om de behandeling en resocialisatie succesvol te laten verlopen, zodat de verdachte zich blijftconformeren aan voorwaarden. Een tbs-maatregel met voorwaarden wordt noodzakelijk geacht. Het risico wordt door de verdachte erkend, wat tevens neerkomt op erkenning van het feitelijke delictgedrag. Hij is momenteel met name extern gemotiveerd voor behandeling, vooral vanwege zijn kinderen en verdraagt controle. Hierbij komt de verdachte oprecht over. Het beperkte ziekte-inzicht en de overschatting van zichzelf zal voor de verdachte een kwetsbaar punt blijven in de toekomst in de verschillende fasen van de behandeling en in relaties.

In het rapport van gezondheidspsycholoog [naam 9] van 31 oktober 2025 staat – voor zover hier relevant - het volgende.

In dit onderzoek is vastgesteld dat er sprake is van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis (met antisociale en borderline trekken), en stoornissen in cocaïne (ernstig), cannabis (matig) en alcohol (licht). Er was ten tijde van het plegen van de delicten ook sprake van bovenstaande problematiek. Dit leidt tot het advies om het tenlastegelegde, indien bewezen, in een verminderde mate toe te rekenen. De verwachting ten aanzien van het recidiverisico op geweld in het algemeen, bij een scenario van zonder hulp uit detentie gaan, is hoog. Het risico op acuut dreigend geweld wordt ingeschat op laag-matig. Het risico op terugval in belaging wordt op gemiddeld ingeschat, evenals het risico op stalkinggeweld.Mede gezien de nood aan een stringenter kader bij chronische en langdurige problematiek bij een man die zich onvoldoende responsief heeft getoond, wordt de maatregel tbs met voorwaarden geadviseerd. Omdat de aard van het risico voldoende concreet is (bij terugval in middelengebruik en het impulsief aangaan van relaties), het risico door de verdachte in enige mate wordt erkend, risico - en beschermende factoren geïdentificeerd zijn, de dynamische risicofactoren specifiek genoeg zijn om te managen en de verdachte in het verleden bij een klinische opname ook wel in enige mate responsief bleek (zij het voor kortere tijd), wordt het advies gegeven om de behandeling vorm te geven binnen het juridische kader van tbs met voorwaarden.

Op basis van de rapporten van de psychiater [naam 8] en de psycholoog [naam 9] , stelt de rechtbank vast dat bij de verdachte een psychische stoornis bestond en dat deze het gedrag van de verdachte tijdens het begaan van de strafbare feiten beïnvloedde. De feiten worden daarom in verminderde mate aan de verdachte toegerekend.

4.3.3.

Oplegging straf en maatregel

Straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Daarom wordt een gevangenisstraf van 10 (tien) maanden opgelegd.

Terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden

De rechtbank oordeelt verder dat de verdachte ter beschikking moet worden gesteld ter zake van de diefstal in een woning, bedreiging en belagingen.

Er bestond bij de verdachte tijdens het plegen van bovengenoemde strafbare feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, namelijk een gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline trekken, een stoornis in het gebruik van cocaïne (ernstig), cannabis (matig) en alcohol (licht). Daarnaast is het feit diefstal uit een woning een misdrijf waarop in de wet een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld, en zijn de feiten belaging en bedreiging in de wet vermelde misdrijven waarvoor de maatregel van terbeschikkingstelling mogelijk is. Gelet op de aard en ernst van de feiten en het gevaar voor herhaling eist de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld. Ter bescherming van die veiligheid moet de verdachte zich houden aan voorwaarden, namelijk, geen strafbaar feit plegen, meewerken aan reclasseringstoezicht, meewerken aan time-out, niet naar het buitenland, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, drugsverbod, alcoholverbod, geven van openheid, dagbesteding en meewerken aan schuldhulpverlening. De verdachte heeft verklaard dat hij zich realiseert wat de voorwaarden inhouden en dat hij bereid is deze voorwaarden na te leven.

Vanwege het herhalingsgevaar is het noodzakelijk dat de voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. Daarom bepaalt de rechtbank dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

De rechtbank legt de terbeschikkingstelling op omdat de verdachte met de bedreiging en de belaging misdrijven heeft gepleegd die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De eventuele terbeschikkingstelling met dwangverpleging kan daarom langer duren dan vier jaar.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor de oplegging van de door de officier van justitie gevorderde contact- en locatieverboden in de vorm van bijzondere voorwaarden, nu deze via de maatregel van 38v worden opgelegd en dat naar het oordeel van de rechtbank afdoende is. Het dubbel opleggen van een contact- en locatieverbod is niet noodzakelijk en kan aanleiding geven voor onduidelijkheid bij de executie.

Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht)

Om de maatschappij te beveiligen en om strafbare feiten te voorkomen, wordt een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor de duur van 5 (vijf) jaren. Deze maatregel houdt in:

- een gebiedsverbod voor de Monseigneur Nolensstraat te Roermond en de Celebeslaan te Zwijndrecht; en

- een contactverbod met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 1988 en [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 4] 1985.

Voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, kan vervangende hechtenis worden toegepast van twee weken, met een totale duur van maximaal zes maanden. De hechtenis heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.

De rechtbank verklaart de maatregel dadelijk uitvoerbaar, omdat er gelet op dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging van twee personen en de oplegging van een gedragsaanwijzing geen indruk heeft gemaakt, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend zal gedragen ten aanzien van [slachtoffer 2] of [slachtoffer 1] . Dit betekent dat de maatregel ook geldt als de verdachte in hoger beroep gaat.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

5 Vordering van de benadeelde partijen

5.1.

Vordering [slachtoffer 2]

heeft als benadeelde partij voor de feiten 4, 5 en 6 met parketnummer 10-223251-25, € 273,00 als vergoeding voor materiële schade en € 3.500,00 als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

5.2.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Als de vordering wordt toegewezen, dan moet ook de rente en de schadevergoedingsmaatregel worden toegewezen.

5.3.

Standpunt van de verdediging

De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, omdat de vordering niet is onderbouwd.

5.4.

Oordeel van de rechtbank

5.4.1.

Materiële schade

De benadeelde partij heeft dit deel van haar de vordering niet onderbouwd met een factuur of bankoverschrijving van de aanschaf van de camera. De verdediging heeft dit deel van de vordering van de benadeelde partij met argumenten betwist. Gelet op het voorgaande verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in dit gedeelte van de vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

5.4.2.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van het feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is door de verdachte belaagd. De aard en de ernst van de normschending brengen mee dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Dit is aan de verdachte toe te rekenen. De omvang van de geleden schade wordt naar billijkheid begroot op € 1.000,00. Hierbij is, kijkend naar de aard en ernst van het bewezenverklaarde, in het bijzonder rekening gehouden met het smartengeld passend bij de categorie ‘tamelijk ernstig’ van belaging zoals omschreven in de Rotterdamse Schaal.

Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 1.000,00 als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen. Het door de benadeelde partij meer gevorderde wordt niet-ontvankelijk verklaard.

5.4.3.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 19 november 2024.

De rechtbank bepaalt dat de verdachte en de benadeelde partij ieder de eigen proceskosten draagt, omdat de vordering voor een gedeelte is toegewezen en voor een gedeelte niet-ontvankelijk is verklaard.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij.

Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 10 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

5.5.

Vordering [slachtoffer 1]

heeft als benadeelde partij voor de feiten 2 en 3 met 10-223251-25 € 2.250,00 als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

5.6.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Als de vordering wordt toegewezen, dan moet ook de rente en de schadevergoedingsmaatregel worden toegewezen.

5.7.

Standpunt van de verdediging

De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, omdat de vordering niet is onderbouwd.

5.8.

Oordeel van de rechtbank

5.8.1.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van het feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is door de verdachte belaagd. De aard en de ernst van de normschending brengen mee dat de relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Dit is aan de verdachte toe te rekenen. De omvang van de geleden schade wordt naar billijkheid begroot op € 1.000,00. Hierbij is, kijkend naar de aard en ernst van het bewezenverklaarde, in het bijzonder rekening gehouden met het smartengeld passend bij de categorie ‘tamelijk ernstig’ van belaging zoals omschreven in de Rotterdamse Schaal.

Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 1.000,00 als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen. Het door de benadeelde partij meer gevorderde wordt niet-ontvankelijk verklaard.

5.8.2.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 11 augustus 2025.

De rechtbank bepaalt dat de verdachte en de benadeelde partij ieder de eigen proceskosten draagt, omdat de vordering voor een gedeelte is toegewezen en voor een (groter) gedeelte niet-ontvankelijk is verklaard.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij.

Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 10 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6 Vordering tot tenuitvoerlegging

6.1.

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting twee vorderingen ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 90 dagen (parketnummer 10-279089-24) en de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 1 maand (parketnummer 10-299522-21), omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

6.2.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de beide vorderingen moeten worden toegewezen.

6.3.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering met parketnummer 10-279089-24 moet worden afgewezen omdat deze al ten uitvoer is gelegd. De vordering met parketnummer 10-299522-21 moet eveneens worden afgewezen.

6.4.

Oordeel van de rechtbank

De nu bewezen feiten zijn tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan de vonnissen verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen.

Daarom worden de beide vorderingen toegewezen en beslist de rechtbank tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gedeeltes van de straffen.

De rechtbank neemt er nota van dat indien blijkt dat er sprake is van een dubbel bevel tenuitvoerlegging, dit bevel maar één keer zal worden uitgevoerd.

7 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregelen zijn gebaseerd op de artikelen 36f, 38, 38a, 38v, 38w, 45, 55, 57, 284, 285, 285b, 300 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 5 met parketnummer 10-223251-25 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3, 4 en feit 6 met parketnummer 10-223251-25 en het feit met parketnummer 10-296699-25, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf en maatregelen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 10 (tien) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

TBS-maatregel

beveelt dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en stelt daarbij de volgende voorwaarden:

  • de verdachte verleent ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;

  • de verdachte maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit;

  • de verdachte werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:

 de verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;

 de verdachte laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van de verdachte vast te stellen;

 de verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden;

 de verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;

 de verdachte werkt mee aan huisbezoeken;

 de verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;

 de verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;

 de verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het toezicht;

  • Als de reclassering dat nodig vindt en de verdachte daarmee instemt, kan de verdachte voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de verdachte deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;

  • de verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering;

  • de verdachte laat zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt de verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

  • de verdachte laat zich behandelen door Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;

  • de verdachte verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

  • de verdachte gebruikt geen drugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd;

  • de verdachte gebruikt geen alcohol, en werkt mee aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd;

  • de verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van (on)betaald werk of scholing met een vaste structuur.

  • de verdachte werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

geeft aan Fivoor opdracht de verdachte bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden onmiddellijk uitvoerbaar is;

Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr)

legt de verdachte voor de feiten 2, 3, 4 en 6 subsidiair met parketnummer 10-223251-25 op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 (vijf) jaar, inhoudende dat de verdachte:

1a. zich niet bevindt in de Monseigneur Nolensstraat te Roermond, gedurende 5 (vijf) jaren na de datum van dit vonnis;

1b. zich niet bevindt in de Celebeslaan te Zwijndrecht, gedurende 5 (vijf) jaren na de datum van dit vonnis;

2a. op geen enkele wijze direct of indirect contact zoekt of heeft met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 1988, gedurende 5 (vijf) jaren na de datum van dit vonnis;

2b. op geen enkele wijze direct of indirect contact zoekt of heeft met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 4] 1985, gedurende 5 (vijf) jaren na de datum van dit vonnis;

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 2 (twee) weken, met een totale duur van ten hoogste 6 (zes) maanden;

beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10-279089-24)

beveelt de tenuitvoerlegging van de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 90 (negentig) dagen, zoals opgelegd in het vonnis van 28 november 2024;

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10-299522-21)

beveelt de tenuitvoerlegging van de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 (één) maand, zoals opgelegd in het vonnis van 31 januari 2022;

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]

veroordeelt de verdachte, aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feiten 4 en 6 subsidiair met parketnummer 10-223251-25), te betalen een bedrag van € 1.000,00, bestaande uit immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 19 november 2024 tot de dag van volledige betaling.

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen;

legt aan de verdachte voor de feiten 4 en 6 subsidiair met parketnummer 10-223251-25 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] aan de staat € 1.000,00 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 19 november 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 10 (tien) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]

veroordeelt de verdachte, aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 2 en 3 met parketnummer 10-223251-25), te betalen een bedrag van € 1.000,00, bestaande uit immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 11 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling.

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen;

legt aan de verdachte voor de feiten 2 en 3 met parketnummer 10-223251-25 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] aan de staat € 1.000,00 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 10 (tien) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

9 Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.P. Hameete, voorzitter,

en mrs. W.J.M. Diekman en B. Vaz, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Loggen, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 4 maart 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »