ECLI:NL:RBROT:2026:7084

Datum uitspraak
08-05-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
11288671 \ CV EXPL 24-22077
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Partijen verschillen van mening of alle zeven door Eiser bij Gedaagde bestelde producten (voor een bedrag van € 4.326,98) bij Eiser zijn bezorgd. In het tussenvonnis van 2 mei 2025 heeft de kantonrechter deze vraag voorshands (voorlopig) bevestigend beantwoord. Eiser is in de gelegenheid gesteld om tegenbewijs te leveren. Dat houdt in dat hij het voorshands bewezen geachte feit dat alle zeven door hem bij Gedaagde bestelde producten (voor een bedrag van € 4.326,98) bij eiser zijn bezorgd moet ontzenuwen. Daarmee wordt bedoeld dat eiser de overtuiging die ervan uitgaat aan het wankelen moet brengen. Eiser slaagt daarin niet.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11288671 \ CV EXPL 24-22077

datum uitspraak: 8 mei 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiser] ,

woonplaats: [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: mr. J.S. de Gram,

tegen

COOLBLUE B.V.,

vestigingsplaats: Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. J. van Engelen.

De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘Coolblue’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 2 mei 2025 en de daarin genoemde stukken;- de akte uitlaten bewijslevering van [eiser];- het proces verbaal van het getuigenverhoor op 10 februari 2026;

- de conclusie na getuigenverhoor van Coolblue;

- de antwoordconclusie na enquête van [eiser].

2 De verdere beoordeling

De bewijsopdracht

2.1.

Partijen verschillen van mening of op 11 april 2023 alle zeven door [eiser] bij Coolblue bestelde producten (voor een bedrag van € 4.326,98) bij [eiser] zijn bezorgd. In het tussenvonnis van 2 mei 2025 heeft de kantonrechter deze vraag voorshands (voorlopig) bevestigend beantwoord. [eiser] is in de gelegenheid gesteld om tegenbewijs te leveren. Dat houdt in dat hij het voorshands bewezen geachte feit dat op 11 april 2023 alle zeven door [eiser] bij Coolblue bestelde producten (voor een bedrag van € 4.326,98) bij [eiser] zijn bezorgd moet ontzenuwen. Daarmee wordt bedoeld dat [eiser] de overtuiging die ervan uitgaat aan het wankelen moet brengen.

2.2.

[eiser] heeft in zijn akte na het tussenvonnis aangekondigd dat hij in het kader van het door hem te leveren tegenbewijs zowel de bezorger wil laten horen als zichzelf. Vervolgens is na opgave van verhinderdata een getuigenverhoor gepland op 10 februari 2026. Op die datum is echter alleen de bezorger, [getuige], verschenen als getuige en gehoord. De gemachtigde van [eiser] heeft laten weten dat [eiser] afwezig is wegens examens. Niet toegelicht is waarom dit ten tijde van het opgeven van de verhinderdata niet bekend was. De kantonrechter heeft daarom geen aanleiding gezien om een nieuwe datum in te plannen voor een verhoor van [eiser]. Coolblue heeft laten weten geen getuigen in contra-enquête te willen laten horen.

2.3.

De rechter ten overstaan van wie in deze zaak het bewijs is bijgebracht, is vanwege organisatorische redenen niet in staat dit vonnis te wijzen (artikel 155 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, hierna: Rv).

De uitkomst

2.4.

De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] niet is geslaagd in zijn bewijsopdracht. Dat betekent dat zijn vordering wordt afgewezen en dat hij de proceskosten moet betalen. Hierna wordt dit toegelicht.

De getuigenverklaring van [getuige]

2.5.

[getuige] heeft tijdens het getuigenverhoor onder andere het volgende verklaard:

“Ik kan mij niet herinneren dat ik op 11 april 2023 een pakket heb bezorgd bij [eiser] op het adres [adres]. (…) Ik kan mij ook niet herinneren dat Coolblue contact met mij heeft opgenomen over de bezorging van dit pakket. (…) Mr. De Gram vraagt mij of het wel eens voorkwam dat Coolblue contact met mij opnam over de bezorging van een product. Dat denk ik niet. (…) Mr. De Gram stelt mij de eerste vraag anders. Hij vraagt mij of ik door Coolblue wel eens ben gebeld over de bezorging van een product. Dat is het geval. Ja ik ben wel eens gebeld. Ik heb bij de eerdere vraag van mr. De Gram niet begrepen dat die in algemene zin luidde, maar ik dacht dat die specifiek op de kwestie van [eiser] zag. Vandaar dat mijn antwoord toen was “dat denk ik niet”. Het gebeurde niet heel vaak dat er contact met mij werd opgenomen over de bezorging van een pakket en er is nooit contact met mij opgenomen over een pakket dat niet bezorgd is. Coolblue heeft ook nooit contact met mij opgenomen over een product dat niet geleverd is. (…) Ik ben vanuit Coolblue wel in algemene zin benaderd, maar niet over de aflevering van een product. Ik ben niet gebeld over een gemist product, maar wel bijvoorbeeld over een adreswijziging.”

De bewijswaardering met betrekking tot het leveren van tegenbewijs door [eiser]

2.6.

Coolblue is van mening dat [eiser] het voorlopig oordeel niet heeft ontzenuwd. Volgens [eiser] is hij daar wel in geslaagd. Hij wijst er in dat verband op dat de verklaring van [getuige] niet te verenigen is met de door Coolblue overgelegde interne e-mail van 24 april 2023 waarin staat dat de bezorger tegen een medewerker van Coolblue een “zeer gedetailleerd verhaal” heeft verteld over de bezorging en dat de deur geopend is door een vrouw, terwijl [eiser] een man is en alleen woont. Aldus [eiser].

2.7.

De kantonrechter deelt het standpunt van [eiser] niet dat de verklaring van [getuige] niet te verenigen is met overgelegde interne e-mail van Coolblue. In die e-mail staat:

“We hebben zojuist de bezorger gesproken. Deze gaf aan dat er geen bijzonderheden waren. De bezorger wist overigens een zeer gedetailleerd verhaal te vertellen. De doos was nog volledig intact. Er deed een vrouw open. Verder geen bijzonderheden.”

2.8.

De e-mail dateert van 24 april 2023 en aan het gebruik van het woord “zojuist” kan worden afgeleid dat het gesprek met de bezorger kort daarvoor heeft plaatsgevonden. De omstandigheid dat de bezorger toen nog wel een zeer gedetailleerd verhaal kon vertellen over de bezorging van 11 april 2023 (nog geen twee weken daarvoor) maar dat hij zich die specifieke bezorging niet meer kan herinneren tijdens een getuigenverhoor dat bijna drie jaar later plaatsvindt, acht de kantonrechter niet zodanig opmerkelijk dat daardoor aan de e-mail geen bewijskracht (meer) kan worden toegekend. Ook de omstandigheid dat [getuige] heeft verklaard dat door Coolblue nooit contact met hem is opgenomen over een pakket of product dat niet geleverd is, brengt dat niet mee. [getuige] heeft de betreffende dag immers wel degelijk een pakket en producten afgeleverd bij [eiser] en uit de door Coolblue in de e-mail opgenomen antwoorden van [getuige] valt niet af te leiden of er meer is gevraagd dan alleen naar bijzonderheden en of de doos nog intact was bij de bezorging. De stelling van [eiser] dat hij een alleenwonende man is en dat hij zelf de deur voor de bezorger heeft opengedaan, is tot slot ook geen reden om geen bewijskracht (meer) toe te kennen aan de interne mail van Coolblue. [eiser] heeft zijn stelling namelijk op geen enkele manier onderbouwd en bovendien laat het mogelijke feit dat hij alleen woont onverlet dat een vrouwelijke bezoeker de deur kan openen. In dit verband is nog van belang dat [eiser] niet is verschenen bij het getuigenverhoor om zichzelf als getuige te laten horen.

2.9.

De kantonrechter merkt verder op dat de interne e-mail van Coolblue niet het enige element is waarop het voorlopig oordeel zoals opgenomen in het tussenvonnis van 2 mei 2025 was gebaseerd. Het maakt onderdeel uit van een door Coolblue gestelde concrete en met stukken onderbouwde weergave van de gang van zaken vanaf de bestelling tot en met de bezorging, waartegen [eiser] alleen had ingebracht (maar ten tijde van het tussenvonnis nog niet had onderbouwd):

- dat hij het pakket zelf van de bezorger heeft aangenomen,

- toen direct opgemerkt heeft dat de doos licht van gewicht voelde, en

- aan de bezorger heeft gevraagd of alles wel in het pakket zat, waarna

- de bezorger zou hebben gezegd dat de pakketten de laatste tijd niet meer zo zwaar hoeven zijn en dat de bestelling van [eiser] waarschijnlijk in verschillende zendingen zal worden gestuurd,

- dat [eiser] direct na het openen van het pakket dezelfde dag nog met Coolblue zou hebben gebeld om te zeggen dat hij vijf producten miste, waarna

- Coolblue zou hebben gemeld dat de vijf ontbrekende producten de volgende dag nog zouden komen.

Geen van deze stellingen is in het kader van de levering van het tegenbewijs door [eiser] nader onderbouwd.

2.10.

Het bovenstaande leidt tot het oordeel dat [eiser] er niet in geslaagd is het voorshands bewezen geachte feit dat alle zeven producten die in de factuur van 10 april 2023 worden genoemd, op 11 april 2023 op zijn adres zijn bezorgd, te ontzenuwen. Daarmee staat vast dit feit vast. Dat betekent dat de vordering van [eiser] wordt afgewezen. De nevenvorderingen (met betrekking tot buitengerechtelijke kosten en rente) delen in dat lot.

Proceskosten

2.11.

Omdat [eiser] ongelijk krijgt moet hij de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de zijde van Coolblue op aan € 864,- salaris voor de gemachtigde (3 punten x € 288,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.008.-. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend. De hierover gevorderde rente wordt toegewezen zoals in de beslissing vermeld. De kosten voor de getuige (in het proces-verbaal begroot op € 20,-) blijven voor rekening van [eiser], die deze getuige heeft voorgebracht.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de vorderingen van [eiser] af;

3.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de zijde van Coolblue worden begroot op € 1.008,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek vanaf de 15e dag na aanschrijving door Coolblue tot de dag dat volledig is betaald;

3.3.

bepaalt dat de kosten voor de getuige van € 20,- voor rekening van [eiser] blijven;

3.4.

verklaard dit vonnis voor wat de veroordeling in de proceskosten betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.

145

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »