ECLI:NL:RBROT:2026:14700

Datum uitspraak
25-09-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/10/726167 / JE RK 26-1796
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling. Minderjarigen wonen sinds een paar maanden weer thuis na een lange periode in een pleeggezin. De situatie is nog onvoldoende stabiel om de ondertoezichtstelleing te beëindigen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/726167 / JE RK 26-1796

Datum uitspraak: 25 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,

gevestigd in Dordrecht, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

De kinderrechter merkt als informant aan:

[naam stiefvader]

hierna te noemen: de stiefvader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 september 2026;

  • een bericht van de vader, ontvangen op 22 september 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

- twee vertegenwoordigers van de GI, [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2] .

1.3.

De vader, de moeder en de stiefvader hebben zich voorafgaand aan de zitting afgemeld.

1.4.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen mening gegeven.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 oktober 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 1 oktober 2026.

2.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 juli 2026 de GI toestemming verleend tot wijziging van het verblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (van het pleeggezin naar de moeder).

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

4.1.

De GI handhaaft ter zitting het verzoek en brengt de volgende informatie naar voren. De moeder is niet aanwezig, omdat zij een dagje weg is met [minderjarige 1] . Dit stond al langer gepland en zij heeft er in overleg met de hulpverlening voor gekozen om hier prioriteit aan te geven om de band tussen haar en [minderjarige 1] te versterken. De GI heeft van de moeder begrepen dat het de laatste tijd wat minder goed gaat met de vader. Het kan dat hij zich om die reden heeft afgemeld. De nieuwe situatie vraagt veel voor iedereen. Vooral [minderjarige 2] heeft grote moeite met het verwerken van zijn emoties en dat kan volledig escaleren. Daarom is er twee weken geleden ambulante spoed ingezet. Dat heeft inmiddels voor de benodigde rust gezorgd. [minderjarige 2] had eerst ook veel verwijten naar de moeder toe, wat gelukkig nu afneemt. De moeder leert hier steeds beter mee om te gaan. De hulpverlening van [zorg instelling] zal ook gaan starten en zij zullen zich op het systeem richten. Daarnaast komt er voor beide jongens individuele behandeling. Daarvoor zijn al twee gesprekken geweest. [zorg instelling] zal de rol van de ambulante spoedhulp overnemen. De GI gaat ook proberen omgangsmomenten met de pleegouders te regelen, maar deze omgang zal wel begeleid moeten worden. [minderjarige 1] lijkt minder moeite te hebben met de overstap van het leven op de boerderij naar de stad, maar hij is een echte binnenvetter. Dit moet dus goed in de gaten worden gehouden. De moeder en de stiefvader zijn nog altijd bezig met het vinden van een nieuwe woning. De GI ondersteunt hen daarin. De jongens hebben nu wel allebei een eigen kamer. De situatie is dus nog niet zoals de GI zou willen, maar de moeder en de stiefvader doen hun uiterste best.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

De ontwikkeling van de 12-jarige [minderjarige 1] en de 10-jarige [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen sinds kort (weer) bij de moeder en de stiefvader. Uit de toelichting van de GI op de zitting is gebleken dat de nieuwe situatie veel van iedereen vraagt. Vooral het gedrag van [minderjarige 2] brengt de nodige zorgen met zich mee. Dankzij de inzet van ambulante spoedhulp is de situatie enigszins tot rust gekomen. Tegelijkertijd is langdurige, intensieve hulpverlening voor zowel de kinderen als voor de moeder en de stiefvader noodzakelijk. Dit bevindt zich pas in een opstartende fase. Gelet op deze recente ontwikkelingen is de situatie nog (veel) te pril om de ondertoezichtstelling te beëindigen.

5.3.

De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voor de duur van een jaar.2

5.4.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 1 oktober 2027;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2026 door mr. D.G.J. Roset, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J. Korshuize als griffier, en op schrift gesteld op 6 oktober 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »