beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/722562 / HA RK 26-651
Beschikking van 2 september 2026
in de zaak van
1 [verzoeker],
woonplaats: [woonplaats 1],
2. [verzoekster],
woonplaats: [woonplaats 2],
verzoekers,
advocaat mr. W.M. Smeets te Hellevoetsluis.
Belanghebbende:
Stichting Erasmus MC Foundation,
vestigingsplaats: Rotterdam.
1 Het procesverloop
Op 29 juni 2026 is bij de rechtbank ingekomen het verzoekschrift van verzoekers om een vereffenaar te benoemen op grond van artikel 4:203 lid 1 onder a BW, met producties.
De griffier heeft bij aangetekende brief van 8 juli 2026 aan belanghebbende gevraagd of zij verweer wil voeren tegen het ingekomen verzoekschrift. Belanghebbende heeft niet gereageerd.
Omdat belanghebbende niet heeft aangegeven verweer te willen voeren en verzoekers hebben afgezien van het recht op een mondelinge behandeling, heeft de rechtbank besloten om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.
2 De beoordeling
Verzoekers vragen om [naam 1] tot vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van [naam 2] (hierna: de overledene), die op [datum] is overleden in [plaatsnaam]. De rechtbank wijst het verzoek toe. Hierna wordt toegelicht hoe tot dit oordeel is gekomen.
De rechtbank kan als een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard (de zogenoemde beneficiaire aanvaarding) een vereffenaar benoemen op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie, wanneer hij die met het beheer van de nalatenschap is belast in ernstige mate in de vervulling van zijn verplichtingen tekortschiet, daartoe ongeschikt is of niet voldoet aan een last tot zekerheidsstelling, wanneer de schulden van de nalatenschap de baten lijken te overtreffen, of wanneer tot een verdeling van de nalatenschap wordt overgegaan voordat deze vereffend is (artikel 4:203 lid 1 onder b BW).
Aan de eerste voorwaarde is voldaan, want de nalatenschap is op 13 januari 2026 beneficiair aanvaard door belanghebbende.
Aan de voorwaarde dat het verzoek door een belanghebbende is ingediend is ook voldaan. Verzoekers zijn schuldeisers van de nalatenschap van de overledene. Verzoekers hebben namelijk een vordering op de nalatenschap bestaande uit hun legitieme portie in de nalatenschap van hun vader ([naam 3]). Daarnaast zijn verzoekers ook legitimarissen in de nalatenschap van de overledene, hun moeder. De overledene heeft in haar testament verzoekers onterfd en zij heeft belanghebbende en twee andere stichtingen tot erfgenamen benoemd. De twee andere stichtingen hebben de nalatenschap verworpen. Belanghebbende is gelet hierop de enige erfgenaam van de overledene.
Voorts is voldaan aan de voorwaarde dat degenen die met het beheer van de nalatenschap belast zijn in de vervulling van hun verplichtingen tekortschieten. Belanghebbende is belast met het beheer van de nalatenschap. Door de beneficiaire aanvaarding moet namelijk de nalatenschap van de overledene vereffenen. Niet gebleken is echter dat daartoe is overgegaan, want de schuld die de overledene heeft aan verzoekers is niet voldaan. Daaruit volgt voldoende dat belanghebbende in ernstige mate tekortschiet in de vervulling van zijn verplichtingen
Verzoekers hebben ook voldoende toegelicht dat zij er een belang bij hebben als een vereffenaar wordt benoemd, omdat belanghebbende en verzoekers de kennis noch de ervaring hebben om zonder bijstand van een professionele vereffenaar tot een behoorlijke vereffening van de nalatenschap te komen. Het gevaar bestaat daarom dat de vorderingen van verzoekers onbetaald zullen blijven. Er is dus een belang om een vereffenaar te benoemen die tot taak heeft om de nalatenschap te beheren en voor zover mogelijk de schulden van een nalatenschap te voldoen.
Het verzoek is gelet op het voorgaande voor toewijzing vatbaar. Op grond van artikel 4:206 lid 1 BW moet de rechtbank echter, voor zover zij bestaan en bekend zijn, de erfgenamen van de overledene, de executeur en de boedelnotaris horen voordat zij beslist op het verzoek om een vereffenaar te benoemen. De rechtbank heeft daarom bij brief van 8 juli 2026 aan belanghebbende gevraagd of zij verweer wil voeren en in deze brief vermeld dat de zaak schriftelijk zal worden afgedaan als belanghebbende niet reageert. Belanghebbende heeft niet gereageerd, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat belanghebbende geen verweer wil voeren. Gelet hierop en omdat verzoekers afzien van een mondelinge behandeling, heeft de rechtbank besloten om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.
Het verzoek wordt gelet op het voorgaande toegewezen. De rechtbank benoemt de door verzoekers voorgestelde vereffenaar, [naam 1], tot vereffenaar, die zich daartoe ook bereid heeft verklaard. De vereffenaar moet de benoeming zelf bekend maken in de Staatscourant.
Het verzoek van verzoekers om het loon van de vereffenaar vast te stellen conform de Recofa-richtlijnen wijst de rechtbank af. Nog daargelaten dat de kantonrechter gaat over de vaststelling van het loon van een vereffenaar, geldt op grond van de Handleiding erfrechtprocedures kantonrechter (pagina 115) dat de kantonrechter voor de vaststelling van het loon in beginsel zal aansluiten bij de Recofa-richtlijnen. Een nadere beslissing over het concrete loon kan niet vooraf worden genomen.
De benoeming van de vereffenaar wordt, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv).
3 De beslissing
De rechtbank
benoemt [naam 1] (kantoorhoudende bij Frederiks & Groenendijk Advocaten te Zwijndrecht (postadres: [postadres]) tot vereffenaar in de nalatenschap van:
[naam 2] ,
geboren op [geboortedatum] 1936 in [geboorteplaats],
laatstelijk wonende in [woonplaats 3],
overleden op [datum] in [plaatsnaam],
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant;
verzoekt de griffier de benoeming onverwijld in te schrijven in het boedelregister van de rechtbank op voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW;
verzoekt de griffier de kantonrechter te Rotterdam, locatie Rotterdam, op de hoogte te stellen van deze benoeming;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.
3120