RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12250771 CV EXPL 26-13577
datum uitspraak: 9 oktober 2026 (bij vervroeging)
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Lometi B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. R.S. Namjesky,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. D.A. IJpelaar.
De partijen worden hierna ‘Lometi’ en ‘ [gedaagde] genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
-
de dagvaarding van 21 mei 2026, met bijlagen;
-
het antwoord, ontvangen op 21 juli 2026, met bijlagen.
Op 24 september 2026 is deze zaak tijdens een zitting besproken, tegelijk met het kort geding met zaaknummer 12356549 VV EXPL 26-511. Daarbij waren aanwezig:
-
namens Lometi [gedaagde] ( [functie] ) en de gemachtigde;
-
[gedaagde] en de gemachtigde.
2 Waar gaat de zaak over?
Lometi verhuurt sinds 1 november 2025 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] te [plaats] (hierna: het gehuurde). Volgens Lometi is de huurovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd (tot 26 december 2026). De overeengekomen huurprijs bedraagt € 1.350,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.
Lometi heeft bij dagvaarding van 21 mei 2026 gesteld dat de huurachterstand € 9.045,- berekend tot en met mei 2026 bedraagt. Ten tijde van de mondelinge behandeling was er een huurachterstand van meer dan 9 maanden. Lometi eist dat [gedaagde] de huurachterstand tot en met mei 2026 betaalt. Lometi wil ook dat de huurovereenkomst eindigt, dat [gedaagde] de woning ontruimt en dat [gedaagde] vanaf het moment van de ontbinding tot het moment van de ontruiming € 1.350,- betaalt.
De kantonrechter wijst de eis toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Huurachterstand
Op de zitting is komen vast te staan dat [gedaagde] na november 2025 geen betalingen meer heeft gedaan. Dit betekent dat de gevorderde huurachterstand van € 9.045,-, berekend tot en met mei 2026, toewijsbaar is. De kantonrechter begrijpt dat het voor [gedaagde] financieel niet makkelijk is, zeker omdat hij als gevolg van een ernstig lichamelijk letsel en de daaruit voortvloeiende arbeidsongeschiktheid gedurende een periode geen inkomen had, maar dat betekent niet dat hij te laat mag betalen of niet hoeft te betalen. De kantonrechter overweegt daarbij dat [gedaagde] bij antwoord heeft aangegeven dat hij inmiddels weer over inkomsten uit arbeid beschikt, maar dat tijdens de zitting is gebleken dat hij nog steeds niet de huur betaalt. Het gevorderde bedrag van € 9.045,- aan huurachterstand zal dan ook worden toegewezen.
De huurovereenkomst wordt ontbonden en [gedaagde] moet de woning ontruimen
De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] verplicht was om de huur op tijd te betalen en dat niet heeft gedaan (artikel 6:265 BW).
De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is meestal zo bij een achterstand van meer dan drie maanden, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden.1 De medische situatie van [gedaagde] maakt niet dat zijn belangen zwaarder wegen dan die van Lometi. Er is immers een zeer forse huurachterstand van ruim negen maanden, terwijl de lopende huur ook niet wordt betaald. Alles afwegend kan van Lometi onder deze omstandigheden niet worden gevergd dat zij de huurovereenkomst met [gedaagde] voortzet.
Met betrekking tot de omstandigheid dat [gedaagde] ter zitting heeft verklaard dat hij met een minderjarig kind (van 17 jaar) in de woning woont, wordt het volgende overwogen. Lometi heeft betwist dat er een minderjarig kind in de woning verblijft, maar zij heeft die betwisting onvoldoende gemotiveerd. De kantonrechter gaat daarom uit van dat wat [gedaagde] daarover gesteld heeft. Op grond van artikel 3 lid 1 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) moeten de belangen van het kind in een zaak die strekt tot ontbinding en ontruiming de eerste overweging vormen. Een ontruiming van een woning is namelijk een ingrijpende maatregel voor minderjarigen. Dat er een minderjarig kind in het gehuurde woont staat in dit geval naar het oordeel van de kantonrechter echter niet in de weg aan ontbinding en ontruiming. Wel ziet de kantonrechter daarin aanleiding om een langere ontruimingstermijn te bepalen dan Lometi heeft geëist, te weten twee maanden na de datum van betekening van dit vonnis. Deze termijn geeft [gedaagde] de kans om alsnog, zo nodig, met hulpverlening, alternatief onderdak te regelen.
[gedaagde] moet een gebruiksvergoeding betalen
Vanaf het moment van de ontbinding tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 1.350,- per maand betalen (artikel 7:225 BW).
[gedaagde] moet rente betalen
De rente wordt toegewezen, omdat Lometi genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. De rente wordt toegewezen over de onbetaald gebleven huur ingaande de dag waarop [gedaagde] in verzuim raakte tot de dag van de betaling.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Lometi moet betalen op € 153,02 aan dagvaardingskosten, € 559,- aan griffierecht, € 360,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt) en € 144,- aan nakosten. Voor de mondelinge behandeling wordt geen punt toegekend, omdat het salaris daarvoor geacht wordt al te zijn begrepen in de kostenveroordeling in het kort geding. De proceskosten bedragen in totaal € 1.216,02. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. De reden dat de kantonrechter tot dit oordeel komt is dat het belang van [gedaagde] en zijn minderjarige kind om in de woning te blijven totdat er over een eventueel hoger beroep is beslist, niet opweegt tegen het belang dat Lometi erbij heeft om de woning na het einde van de ontruimingstermijn aan een andere huurder te kunnen verhuren.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Lometi te betalen € 9.045,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom die na iedere wijziging vanaf 1 december 2025 heeft opengestaan tot de dag dat volledig is betaald;
ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen twee maanden na de datum van betekening van dit vonnis de woning aan [adres] in [plaats] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Lometi te stellen;
veroordeelt [gedaagde] om vanaf vandaag tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Lometi te betalen € € 1.350,- per maand met de verhoging die is toegestaan;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Lometi worden begroot op € 1.216,02, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na vandaag tot de dag dat volledig is betaald;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
821