RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/725639 / JE RK 26-1714
Datum uitspraak: 9 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader],
hierna te noemen: de ouders,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. G. Kartal, kantoorhoudende in Rotterdam.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 31 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de ouders met hun advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] .
De GI is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de GI wel juist is opgeroepen.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
[voornaam minderjarige] verblijft bij [naam instelling] in [plaats] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 augustus 2026 [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 29 november 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 augustus 2026 een spoedmachtiging verleend [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 26 september 2026.
3 Het verzoek
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van vier weken en daaropvolgend de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Bij beschikking van 29 augustus 2026 is het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling voor de duur van drie maanden en het verzoek tot een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] voor de duur van vier weken toegewezen. Er resteert thans een beslissing op de verlenging van de machtiging uithuisplaatsing voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.
4 De standpunten
De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. Het is volgens de Raad duidelijk hoe groot de zorgen zijn over [voornaam minderjarige] . Er zijn hevige escalaties geweest, waarbij zelfs de politie moest komen en er medicatie moest worden toegediend. [voornaam minderjarige] verblijft nu op een crisisplek in [plaats] , bij [naam instelling] . Het is van belang dat [voornaam minderjarige] nu passende hulp en behandeling krijgt. Hierna kan naar haar perspectief worden gekeken. Er is eerder al van alles geprobeerd en er zijn verschillende opnames geweest. De Raad vindt het spijtig dat het uiteindelijk zover heeft moeten komen dat er kinderbeschermingsmaatregelen noodzakelijk waren.
De ouders brengen ter zitting het volgende naar voren. De ouders vinden de situatie heel erg. Bij de ouders overheerst het gevoel dat, als zij eerder serieus waren genomen, deze situatie nooit was ontstaan. De ouders hebben alles geprobeerd. Toen [voornaam minderjarige] weer thuis kwam wonen was er een goede dagbesteding voor haar. Bij de dagbesteding werd medegedeeld dat [voornaam minderjarige] medicijnen zou moeten nemen voor haar agressieproblemen. Hiertoe zijn de ouders heel vaak naar de huisarts geweest en zij zijn steeds opnieuw doorverwezen, maar hier kwam niets uit of ze kwamen op een lange wachtlijst. Nadat er bij de dagbesteding een derde agressieaanval was geweest mocht zij daar niet meer komen. Sindsdien zit [voornaam minderjarige] thuis en daar werd zij ook steeds agressiever. [voornaam minderjarige] wordt ook steeds groter en sterker, waardoor de ouders haar eigenlijk niet meer aan kunnen. [voornaam minderjarige] heeft autisme, maar zij is niet teruggetrokken in het contact met anderen, wat mensen zouden verwachten bij iemand met autisme. [voornaam minderjarige] zoekt vaak juist contact met anderen, maar dit zijn dan vaak kinderen van drie tot zeven jaar oud, vanwege de ontwikkelingsleeftijd van [voornaam minderjarige] . Die noemt zij dan haar vrienden, wat soms voor moeilijke situaties zorgt bijvoorbeeld buiten op straat. De ouders wilden al langere tijd onderzoek van een psychiater, maar helaas heeft het eerst zover moeten komen, voordat er hulp geboden kon worden. [voornaam minderjarige] heeft ook echt behoefte aan contact met meiden van haar leeftijd, maar in [naam instelling] woont zij helaas met alleen maar oudere medebewoners. Ze zou zo ontzettend graag een vriendin willen. [voornaam minderjarige] wil ook heel graag naar school toe, zij zoekt ook zelfstandig op internet naar scholen. De ouders zouden haar die kans graag willen geven, maar tegen hen wordt gezegd dat dat niet kan vanwege haar gedrag.
De ouders denken dat haar gedrag juist voortkomt uit het feit dat zij eigenlijk niets kan of mag doen en dat zij hierdoor gefrustreerd raakt. De ouders denken wel dat [naam instelling] een goede organisatie is en de locatie is fijn voor de ouders. Zij kunnen haar daar makkelijk bezoeken. Hopelijk kan [voornaam minderjarige] daar blijven, want iedere verandering is eigenlijk te veel voor [voornaam minderjarige] .
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan.1 Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen. De kinderrechter laat daarom de voorlopige ondertoezichtstelling in stand.
Daarnaast is een (verlenging van de) machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.2 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Allereerst verdienen de ouders een groot compliment voor de inzet die zij hebben getoond om passende hulp te krijgen voor [voornaam minderjarige] . De ouders hebben alles geprobeerd voor [voornaam minderjarige] en het tekortschieten van de hulpverlening is dan ook geenszins aan de ouders te wijten. Alle betrokkenen zijn het erover eens dat het op dit moment niet mogelijk is dat [voornaam minderjarige] thuis verblijft. [voornaam minderjarige] heeft intensieve zorg nodig en dit kunnen de ouders haar niet bieden. Het is daarom in het belang van [voornaam minderjarige] dat de reeds afgegeven machtiging tot uithuisplaatsing in stand blijft. Daarnaast verlengt de kinderrechter deze machtiging voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling. In de komende maanden zal er veel moeten gebeuren voor [voornaam minderjarige] . De kinderrechter geeft hierbij aan zowel de Raad als de GI mee dat het voor [voornaam minderjarige] belangrijk is dat zij ook contact kan hebben met leeftijdsgenoten. Daarnaast zijn veranderingen moeilijk voor [voornaam minderjarige] . De kinderrechter hoopt dat de Raad en de GI dit meeneemt in de toekomstige beslissingen ten aanzien van [voornaam minderjarige] . Het is bij dit alles eveneens de vraag in hoeverre het kader van de kinderbeschermingsmaatregelen (nog) passend blijft nu de zorg voor [voornaam minderjarige] zoals het zich laat aanzien blijvend is en een WLZ-indicatie voor [voornaam minderjarige] noodzakelijk lijkt.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
laat de voorlopige ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] , die bij beschikking van 29 augustus 2026 zijn uitgesproken, in stand;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 29 november 2026;
verklaart de beslissing onder 6.2 uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J. Korshuize als griffier, en op schrift gesteld op 22 september 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.3