RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/723111 / JE RK 26-1376
Datum uitspraak: 8 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. G.E. van der Pols, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. L.A. Alderlieste, kantoorhoudende in Rotterdam.
1 Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 24 augustus 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
Op 8 september 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat en bijgestaan door een tolk;
- de moeder met haar advocaat en bijgestaan door een tolk;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Spaanse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van mw. F.G. Moretto, tolk in de Spaanse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
[voornaam minderjarige] woont bij zijn moeder.
Bij beschikking van 24 augustus 2026 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 9 september 2026. Het overige verzochte is aangehouden.
3 Het aangehouden verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van één jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Er dient nog beslist te worden over de periode tot 29 augustus 2027.
4 De standpunten
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt nader toegelicht. De vaste jeugdbeschermer van het gezin is uitgevallen. De ondertoezichtstelling wordt in afwachting van een nieuwe vaste jeugdbeschermer uitgevoerd door wisselende jeugdbeschermers. Het is vervelend dat door de uitval de communicatie slecht is verlopen. [voornaam minderjarige] is in ieder geval aangemeld bij [naam instelling] en daar gaat het goed. De communicatie tussen de ouders moet wel verbeterd worden. Daar zal de komende periode de nadruk op liggen.
Door en namens de moeder is gerefereerd aan het oordeel van de kinderrechter. De moeder verblijft samen met [voornaam minderjarige] bij het Centrum voor Dienstverlening (hierna: CVD). Een medewerker van het CVD heeft aangegeven dat de moeder daar voorlopig kan blijven met [voornaam minderjarige] . Dus er is geen risico op dakloosheid. Op dit moment is er al geruime tijd geen contact tussen de vader en [voornaam minderjarige] . Om dat contact te herstellen is er regie nodig van de jeugdbeschermer. De hoop is dan ook dat dit de komende periode opgepakt gaat worden. Daarnaast blijft de onderlinge communicatie een probleem en is het lastig om dingen voor [voornaam minderjarige] op te pakken, zoals het regelen van een paspoort. De moeder wil meewerken aan hulpverlening.
Door en namens de vader is ingestemd met het verzoek van de GI. De vader is niet tegen de ondertoezichtstelling, maar heeft problemen met de invulling ervan. De moeder is in maart vertrokken en sindsdien is er geen communicatie tussen de vader en de moeder en de vader en [voornaam minderjarige] . Dit moet opgepakt worden door de GI. De vader is meerdere keren in het ziekenhuis geweest voor de cursus over diabetes, maar dit moet nu in de praktijk gebracht worden. Daarvoor moet [voornaam minderjarige] naar het ziekenhuis gebracht worden, zodat de vader kan oefenen. Dit is nog niet gebeurd.
5 De beoordeling
De kinderrechter is op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel dat de gronden van de ondertoezichtstelling zoals gesteld in art. 1:255 BW aanwezig zijn. De ondertoezichtstelling zal worden verlengd tot 29 augustus 2027.
Door en namens de ouders is aangegeven dat zij de ondertoezichtstelling als helpend en nodig ervaren. De communicatie tussen de ouders is uiterst moeizaam en daar zal de komende periode, in het belang van [voornaam minderjarige] , aan gewerkt moeten worden. De ouders hebben aangegeven dat zij hierbij de hulp en begeleiding van de GI nodig achten. Daarnaast is ook het contact tussen [voornaam minderjarige] en de vader nog niet opgestart. De GI zal ook dit moeten begeleiden om te zorgen dat dit voor [voornaam minderjarige] op een veilige wijze gaat. Daarbij dient vooral gelet te worden op de medische vaardigheden van de vader. De kinderrechter begrijpt dat de vader bezig is met de diabetescursus en hoopt dat hij dit spoedig zal afronden. Het is positief om te zien dat de vader zich hiervoor wil inzetten.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 29 augustus 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. N.E. Moerkerken als griffier, en op schrift gesteld op 21 september 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.