ECLI:NL:RBROT:2026:13564

Datum uitspraak
18-06-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/10/720347 / JE RK 26-1016 en C/10/721242 / JE RK 26-1150
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing muhp (na intrekking) Afwijzing muhp gesloten

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummers: C/10/720347 / JE RK 26-1016

C/10/721242 / JE RK 26-1150

Datum uitspraak: 18 juni 2026

Beschikking van de meervoudige kamer over een verzoek machtiging tot uithuisplaatsing en een verzoek machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [roepnaam minderjarige] ,

advocaat mr. R. Zantman, kantoorhoudende in Krimpen aan den IJssel.

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] ,

samen te noemen: de ouders.

De rechtbank merkt als informant aan:

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen: de Raad, gevestigd in Rotterdam,

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 26 mei 2026, ontvangen op

27 mei 2026 en ingeschreven onder zaaknummer C/720347 / JE RK 26-1016,

  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 8 juni 2026, ontvangen op 10 juni 2026 en ingeschreven onder zaaknummer C/10/721242 / JE RK 26/1150,

  • de instemmende verklaring d.d. 9 juni 2026 van een gekwalificeerde gedragswetenschapper.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • [roepnaam minderjarige] met mr. E.J.M. van Daalhuizen, waarnemend voor zijn advocaat;

  • de ouders;

  • een tweetal vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] (Jeugdbescherming) en [persoon B] (Jeugdreclassering);

  • een tweetal vertegenwoordigers van de Raad, [persoon C] en [persoon D] .

1.3.

De zitting heeft tegelijk plaatsgevonden met de behandeling in de raadkamer gevangenhouding van het (nogmaals) aangehouden verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van [roepnaam minderjarige] (parketnummer 10-110473-26). De rechtbank heeft daarom bijzondere toegang tot de zitting verleend aan:

- de officier van justitie, mr. M.L. Goudzwaard;

1.4.

Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar

wel de Engelse taal, heeft de rechtbank het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van

N. Dogan, tolk in de Engelse taal. De rechtbank heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.

1.5.

De rechtbank heeft [roepnaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [roepnaam minderjarige] heeft hierover voorafgaand aan de mondelinge behandeling, samen met mr. Van Daalhuizen, een gesprek gevoerd met de voorzitter van de rechtbank. Tijdens de zitting heeft de voorzitter samengevat wat [roepnaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [roepnaam minderjarige] .

2.2.

[roepnaam minderjarige] verblijft in het kader van zijn voorlopige hechtenis in de [naam P.I.] in [detentieplaats] .

2.3.

Bij beschikking van 7 mei 2026 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank [roepnaam minderjarige] onder toezicht gesteld, met ingang van 7 mei 2026 tot 7 mei 2027.

3 De verzoeken

Het verzoek met zaaknummer C/10/720347 / JE RK 26-1016

3.1.

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [roepnaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 7 mei 2027.

Het verzoek met zaaknummer C/10/721242 / JE RK 26/1150

3.2.

De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [roepnaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 7 mei 2027.

4 De standpunten van partijen en visie van de informant

Het standpunt van de GI

4.1.

Ter zitting heeft de GI meegedeeld dat zij het verzoek tot het verlenen van een machtiging uithuisplaatsing met zaaknummer C/10/720347 / JE RK 26-1016 intrekt.

4.2.

De GI heeft het verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten plaatsing met zaaknummer C/10/721242 / JE RK 26-1150 gehandhaafd. Wel heeft de GI de kanttekening geplaatst dat het voornemen is om de machtiging voor een zo’n kort mogelijke periode in te zetten, zodat daarna kan worden toegewerkt naar een terugplaatsing van [roepnaam minderjarige] .

4.3.

De GI licht het verzoek als volgt toe. In eerste instantie werd geadviseerd om [roepnaam minderjarige] in een driemilieuvoorziening te plaatsen. Na gesprekken met de bemiddelingsbureaus van alle zorgaanbieders in de regio bleek dat zij [roepnaam minderjarige] niet kunnen plaatsen vanwege zijn zelfbepalende gedrag en de vrees dat hij zal weglopen. [roepnaam minderjarige] heeft zich tot nu toe niet gehouden aan zijn schorsingsvoorwaarden. Een gesloten setting is noodzakelijk om [roepnaam minderjarige] te beschermen tegen zijn netwerk. Ook in detentie onderhoudt [roepnaam minderjarige] contact met zijn vrienden, waarmee hij een contactverbod heeft. Er is nog niet gekeken naar de mogelijkheden voor een thuisplaatsing, omdat er nog geen concreet plan ligt voor hoe de ouders een eventuele thuisplaatsing zullen aanpakken. De ouders hebben zes weken de tijd voor het opstellen van een gezinsplan. De GI heeft er op dit moment weinig vertrouwen in dat het bij een eventuele thuisplaatsing goed blijft gaan met [roepnaam minderjarige] . Een langer verblijf in de jeugdgevangenis is ook niet wenselijk. De gesloten setting binnen [naam instelling] kan [roepnaam minderjarige] meer structuur, veiligheid en begeleiding bieden. Er dient nog een persoonlijkheidsonderzoek (hierna: PO) te worden afgenomen, zodat er helderheid komt over wat [roepnaam minderjarige] nodig heeft aan behandeling en hulpverlening.

Het standpunt van [roepnaam minderjarige]

4.4.

De advocaat van [roepnaam minderjarige] heeft verzocht om het verzoek tot gesloten plaatsing af te wijzen. [roepnaam minderjarige] wil het liefst vanuit de thuissituatie, bij zijn ouders, vervolgstappen zetten. In de afgelopen periode waren de ouders veel aan het werk, waardoor er weinig zicht was op [roepnaam minderjarige] . De ouders doen er alles aan om samen de leemtes thuis in te vullen. Zo werkte de vader tot voor kort in Duitsland, maar hij gaat nu in Nederland als taxichauffeur aan het werk. Hierdoor kan de vader vaker thuis zijn. Voordat een gesloten plaatsing aan de orde kan zijn, moet men eerst alle andere mogelijkheden proberen. Dat is nog niet gebeurd. School2Care lijkt voor wat betreft dagbesteding sterk op de invulling in een gesloten setting. Het kan daarom een goed alternatief zijn. Ook is [roepnaam minderjarige] bereid om mee te werken aan een PO. Verder kan er in het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis gedacht worden aan een avondklok en elektronische monitoring. Ook dat biedt meer structuur voor [roepnaam minderjarige] dan hij eerder heeft gehad.

Het standpunt van de ouders

4.5.

De ouders hebben verzocht om [roepnaam minderjarige] nog een kans te geven. In de thuissituatie is nog niet alles geprobeerd. De ouders werken bovendien mee aan de ondertoezichtstelling, die pas sinds 7 mei 2026 is verleend. De vader heeft voor een flexibele baan gekozen, zodat hij vaker thuis kan zijn en meer zicht op [roepnaam minderjarige] kan houden. Ook de moeder zal om die reden van baan gaan veranderen.

De visie van de Raad

4.6.

In het kader van de strafrechtelijke procedure heeft de Raad op 3 juni 2026 geadviseerd om de voorlopige hechtenis te schorsen. De Raad blijft bij die visie. Omdat nog niet alles in de thuissituatie is geprobeerd, vindt de Raad het op dit moment te vroeg voor een gesloten plaatsing. Zo is hulpverlening in de thuissituatie nog niet eerder ingezet. De ouders zijn bereid om hun medewerking te verlenen aan de hulpverlening en aanpassingen in de thuissituatie te doen. Ook kan School2Care mogelijk nog worden ingezet en is het toepassen van elektronische monitoring mogelijk.

5 De beoordeling

Het verzoek met zaaknummer C/10/720347 / JE RK 26/1016

5.1.

Nu de GI dit verzoek niet langer handhaaft, kunnen de gronden van het verzoek niet meer worden onderzocht. De rechtbank zal daarom dit verzoek afwijzen.

Het verzoek met zaaknummer C/10/721242 /JE RK 26/1150

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een machtiging gesloten jeugdhulp.1 Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

5.3.

[roepnaam minderjarige] is sinds het jaar 2024 meermaals betrokken geweest bij vechtincidenten. Hij is regelmatig in aanraking gekomen met politie. De jeugdreclassering is al langere tijd betrokken, maar dit heeft niet kunnen voorkomen dat [roepnaam minderjarige] opnieuw in voorlopige hechtenis verblijft. [roepnaam minderjarige] heeft zich tot op heden ook onvoldoende gehouden aan zijn schorsingsvoorwaarden. Dit zijn ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. Hiervoor is jeugdhulp noodzakelijk.

5.4.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de GI echter onvoldoende onderbouwd dat [roepnaam minderjarige] zich zal onttrekken aan de jeugdhulp die hij nodig heeft, of dat hij daaraan door anderen zou worden onttrokken. Hoewel er bij [roepnaam minderjarige] sprake is van gedragsproblemen en daardoor eerdere plaatsingen bij dagbesteding zijn stukgelopen, geeft hij ook aan open te staan voor een PO. Dat hij eerder niet is verschenen op de afspraak met de psycholoog is niet het gevolg geweest van het niet mee willen werken, maar van het feit dat hij opnieuw was aangehouden door de politie. Ook de ouders willen zich inzetten om jeugdhulp voor [roepnaam minderjarige] mogelijk te maken. Dat zijn netwerk een dermate grote invloed op hem zou hebben dat zij hem zouden onttrekken aan de jeugdhulp, heeft de GI niet onderbouwd.

5.5.

Verder is de rechtbank van oordeel dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de problemen van [roepnaam minderjarige] te behandelen. Op 7 mei 2026 is een ondertoezichtstelling verleend door de rechtbank. De GI heeft naar het oordeel van de rechtbank sinds 7 mei 2026 onvoldoende onderzocht hoe [roepnaam minderjarige] terug zou kunnen keren naar de thuissituatie en heeft daarmee ook onvoldoende onderbouwd dat dit niet mogelijk is. Dit betekent dat het verzoek wordt afgewezen.

5.6.

Het is belangrijk dat er bij [roepnaam minderjarige] een PO wordt afgenomen, zodat er zicht komt op zijn problematiek en een passende behandeling kan starten. Ouders hebben aangegeven hun werkende leven aan te zullen passen, zodat zij meer beschikbaar kunnen zijn voor [roepnaam minderjarige] in de thuissituatie. De GI dient met ouders in gesprek te gaan over hun mogelijkheden en hulpvragen in het kader van de opvoeding. Verder is het belangrijk dat een passende dagbesteding voor [roepnaam minderjarige] wordt gevonden.

6 De beslissing

De rechtbank:

Het verzoek met zaaknummer C/10/720347 / JE RK 26/1016

6.1.

wijst af het verzoek tot het verlenen van een machtiging uithuisplaatsing van [roepnaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.

Het verzoek met zaaknummer C/10/721242 /JE RK 26/1150

6.2.

wijst af het verzoek tot het verlenen van een machtiging om [roepnaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door

mr. R. van den Wildenberg, mr. W.M. Stolk en mr. R.T.K. Davidse, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. E.M. Borges Dias als griffier, en op schrift gesteld op 1 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »