ECLI:NL:RBROT:2026:13474

Datum uitspraak
07-09-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/10/724573 / JE RK 26-1573
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een eerste ondertoezichtstelling.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/724573 / JE RK 26-1573

Datum uitspraak: 7 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2026 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 7 augustus 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;

- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .

1.3

De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de broer van de moeder, tevens haar mentor.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .

2.2.

[voornaam minderjarige] verblijft met de moeder bij het babyhuis in Dordrecht.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 juni 2026 [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 11 september 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

4.1.

De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. Het is nog niet zeker of de ouders in staat zijn om [voornaam minderjarige] te bieden wat hij nodig heeft om zich goed te ontwikkelen. Dit heeft te maken met de verstandelijke beperking van beide ouders en de complexe verhouding tussen hen. Het contact met de vader zorgt voor spanning en onzekerheid bij de moeder. Dit is niet in [voornaam minderjarige] zijn belang. Ook de relatie tussen de moeder en de oma vaderszijde (hierna: vz) is gecompliceerd. De moeder vindt het lastig om haar grenzen aan te geven bij de vader en de oma vz en het gesprek met hierover aan te gaan. Bij het babyhuis wordt gezien dat moeder veel aansturing en hulp nodig heeft bij de dagelijkse verzorging van [voornaam minderjarige] . De komende periode moet worden uitgezocht in hoeverre de ouders leerbaar zijn en een plan voor de toekomst worden gemaakt, waarbij ook gekeken kan worden naar een mogelijke rol van het netwerk van de moeder

4.2.

De GI maakt ter zitting kenbaar de meerwaarde van een ondertoezichtstelling te zien en onderstrepen. De GI ziet een moeder die keihard werkt en heel erg haar best doet. De moeder maakt keuzes in het belang van [voornaam minderjarige] en zet stappen bij het babyhuis. De vraag is echter of het aangeleerde bij de moeder beklijft. De GI heeft maandelijks een evaluatiemoment met alle betrokkenen om het hierover te hebben. Het is nog onduidelijk of het de moeder uiteindelijk gaat lukken om volledig zelfstandig belast te zijn met de opvoeding en verzorging van [voornaam minderjarige] . Hoewel de moeder een betrokken netwerk heeft, is er de komende periode nog een rol weggelegd voor de vaste jeugdbeschermer om de moeder (en haar netwerk) te ondersteunen.

4.3.

De moeder maakt ter zitting kenbaar dat zij het fijn zou vinden als de vaste jeugdbeschermer langer betrokken blijft om haar te ondersteunen. De moeder heeft het fijn bij het babyhuis. Zij krijgt hier basiszorg aangeleerd over de opvoeding en verzorging van [voornaam minderjarige] die zij zelf nog niet wist. De moeder wordt goed begeleid en doet er alles aan om ervoor te zorgen dat [voornaam minderjarige] zich goed kan ontwikkelen. Het leren gaat langzaam, maar zo voorkomt de moeder dat zij fouten maakt. De moeder erkent de moeilijkheden in de relatie met de vader en de oma vz. Gelukkig heeft de moeder goed contact met haar eigen familie en ondersteunen zij haar als dat nodig is.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

De ontwikkelingsbedreiging van [voornaam minderjarige] is gelegen in de verstandelijke beperking van de moeder en de complexe relatie tussen de ouders. [voornaam minderjarige] is een jonge baby van twee maanden oud en daardoor volledig afhankelijk van de volwassenen om hem heen. Op dit moment verblijft hij samen met de moeder bij het babyhuis in Dordrecht. Hier gaat het goed met [voornaam minderjarige] en wordt een liefdevolle relatie tussen hem en de moeder gezien. De moeder doet enorm haar best en is gemotiveerd om te leren hoe zij voor [voornaam minderjarige] moet zorgen. Tegelijkertijd betwijfelt het babyhuis of al het aangeleerde bij de moeder beklijft. Ook zijn er zorgen over de spanningen tussen de ouders en tussen de moeder en de oma vz. De komende periode moet worden onderzocht of de moeder uiteindelijk in staat is om de opvoeding en verzorging van [voornaam minderjarige] zelfstandig op zich te nemen. In de tussentijd is het van belang dat de moeder doorgaat met stappen zetten en keuzes blijft maken in het belang van [voornaam minderjarige] . Langere betrokkenheid van de vaste jeugdbeschermer is noodzakelijk om de moeder hierin te ondersteunen. Daarnaast kan de jeugdbeschermer samen met de ouders bekijken wat er nodig is om de onderlinge spanningen tussen de ouders weg te nemen en onderzoeken op welke wijze zij samen het ouderschap kunnen vormgeven.

5.3.

De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar.

5.4.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 7 september 2026 tot 7 september 2027;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2026 door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 21 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »