RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/724005 / JE RK 26-1492
Datum uitspraak: 7 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] .
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 28 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna: de GI, [persoon B] .
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] uitgenodigd voor een kindgesprek. [minderjarige 1] heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en een gesprek gevoerd met de kinderrechter op een moment voorafgaand aan de zitting. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] .
[minderjarige 1] woont bij haar moeder.
3 Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige 1] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De standpunten
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. [minderjarige 1] is bij de Raad in beeld gekomen doordat er een ondertoezichtstelling loopt voor haar oudere zus [minderjarige 2] . Er zijn al langere tijd zorgen over de thuissituatie waarin [minderjarige 1] en haar zus opgroeien. De tienjarige [minderjarige 1] heeft al best veel meegemaakt en is in de thuissituatie getuigen geweest van huiselijk geweld. De moeder is niet altijd voldoende emotioneel beschikbaar voor [minderjarige 1] en draagkracht van de moeder lijkt niet in verhouding met haar draaglast. Daarnaast zijn er signalen van structurele verwaarlozing en heeft [minderjarige 1] een hoog schoolverzuim. Het lukt betrokken partijen zoals hulpverlening en school, niet om af te spraken met de moeder te maken. Hierdoor ontbreekt het aan zicht op de thuissituatie en komt hulpverlening niet van de grond.
De GI maakt ter zitting kenbaar hetzelfde ertegenaan te kijken als de Raad. Het is de GI in het kader van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] nog niet gelukt om met de moeder in contact te komen. Ook het wijkteam komt niet bij de moeder binnen. Hierdoor is er geen zicht op de thuissituatie. Vanmiddag hebben de bij jeugdbeschermers, die bij [minderjarige 2] betrokken zijn, een afspraak met de moeder staan. Ook al loopt er een ondertoezichtstelling voor [minderjarige 2] , dit geeft de GI geen bevoegdheid om ook de school of huisarts van [minderjarige 1] te bellen. Ook is het langs deze weg lastiger om ondersteuning of hulpverlening voor [minderjarige 1] in te zetten. Als [minderjarige 1] ook onder toezicht wordt gesteld, dan kan de GI er ook voor [minderjarige 1] zijn. De maatregel zal door dezelfde jeugdbeschermers worden uitgevoerd.
De moeder maakt ter zitting kenbaar dat zij het verzoek aan de ene kant begrijpt en de zorgen erkent, maar andere kant ook van mening is dat [minderjarige 1] kan worden meegenomen bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] . Er is pas twee weken geleden contact met de moeder opgenomen voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] . De moeder is op dit moment slecht bereikbaar omdat haar mobiel kapot is. Over twee weken verwacht de moeder een nieuwe mobiel aan te kunnen schaffen. De moeder heeft de afgelopen jaren veel heftige dingen meegemaakt, wat heeft geleid tot terughoudend en vermijdend gedrag, ook richting hulpverlening. Daarnaast werd het voor de moeder erg chaotisch door de vele verschillende betrokken partijen. Sinds twee maanden gaat het beter met de moeder. Er zijn op dit moment maar twee partijen bij haar betrokken waardoor het overzichtelijk is en er niet aan alle kanten aan de moeder wordt getrokken. De moeder heeft zich alvast aangemeld bij de huisarts voor therapie, maar heeft op dit moment nog niet genoeg ruimte in haar leven om hiermee te starten. Mocht het nodig zijn om [minderjarige 1] ook onder toezicht te stellen, ziet de moeder graag dat haar ondertoezichtstelling gelijkloopt met de maatregel van [minderjarige 2] .
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat [minderjarige 1] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige 1] groeit op bij de moeder samen met haar oudere zus [minderjarige 2] . Er zijn al langere tijd zorgen over de thuissituatie en de mate waarin de moeder beschikbaar is voor [minderjarige 1] . De moeder heeft veel meegemaakt en haar draagkracht en draaglast lijken niet in balans te zijn. Daarnaast heeft [minderjarige 1] een hoog schoolverzuim en zijn er signalen van verwaarlozing. De afgelopen periode is er in het vrijwillige kader geprobeerd met de moeder in contact te komen om de benodigde hulpverlening in te zetten en om zicht te verkrijgen op de thuissituatie, maar zonder succes. Ter zitting is gebleken dat de moeder wel bereid is om mee te werken met de hulpverlening, maar dat zij door de grote hoeveelheid betrokken partijen geen overzicht meer had en hier niet toe in staat was. Het is echter van belang dat zich komt op de thuissituatie van [minderjarige 1] en dat er stappen worden gezet om de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] weg te nemen. De komende periode is het daarom belangrijk dat er een vaste jeugdbeschermer betrokken raakt die de regie kan voeren en de moeder hierbij kan ondersteunen.
De oudere zus van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , is eerder dit jaar al onder toezicht gesteld. De moeder heeft ter zitting kenbaar gemaakt dat zij het fijn zou vinden als de termijnen van de ondertoezichtstellingen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gelijklopen. Nu hiertegen geen verweer is gevoerd door de andere partijen en de kinderrechter zich kan voorstellen dat dit overzichtelijker is voor de moeder, zal de kinderrechter hierin meegaan.
Dit betekent dat de kinderechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] zal uitspreken voor een kortere periode dan verzocht, te weten tot 23 maart 2027. De rest van het verzoek zal om die reden worden afgewezen.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige 1] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 7 september 2026 tot 23 maart 2027;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer verzochte af.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2026 door mr. J.S. van den Berge, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 21 september 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.