ECLI:NL:RBROT:2026:12372

Datum uitspraak
22-09-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Zaaknummer
ROT 24/4000
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV eisers dagloon in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) terecht heeft vastgesteld op € 201,47. Het beroep is ongegrond.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/4000

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 september 2026 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. J. Jansen),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: mr. T. Rook).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Gemeente Rotterdam, uit Rotterdam, werkgever

(gemachtigde: mr. R.N. Duivenvoorde).

Samenvatting

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV eisers dagloon in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) terecht heeft vastgesteld op € 201,47. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

1.1.

Met het primaire besluit van 18 september 2023 heeft het UWV aan eiser per 12 juli 2023 een WIA-uitkering toegekend met een dagloon van € 213,62.

1.2.

Naar aanleiding van het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit heeft het UWV op 6 maart 2024 een voornemen tot wijziging van het primaire besluit gestuurd. Hierin heeft het UWV medegedeeld voornemens te zijn om het totale SV-loon te wijzigen van € 47.084,64 naar € 44.407,34 en het dagloon daarom te wijzigen naar € 201,47. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen deze voorgenomen wijziging.

1.3.

Met het bestreden besluit van 4 april 2024 heeft het UWV het bezwaar van eiser tegen het voornemen tot wijziging van de beslissing ongegrond verklaard.

1.4.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.5.

Met toepassing van artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank bij beslissing van 29 oktober 2025 bepaald dat mr. R.N. Duivenoorde geen inzage krijgt in de in deze procedure overgelegde medische stukken ten aanzien van eiser.

1.6.

Partijen hebben toestemming gegeven voor het doen van een uitspraak zonder zitting. Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 10 augustus 2026 gesloten.

Het bestreden besluit

2. Aan het bestreden besluit heeft het UWV ten grondslag gelegd dat voor de berekening van het dagloon moet worden gekeken naar het sociale verzekeringsloon (SV-loon). Onderdeel van dit loon is het opgespaarde vakantiegeld en de eindejaarsuitkering. In eisers geval is het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering onderdeel van een Individueel Keuze Budget (IKB). Enkel het opgespaarde IKB telt mee als SV-loon. Bij eiser is zowel het opgespaarde als het uitbetaalde IKB bij de Belastingdienst aangegeven als SV-loon. Dit had tot gevolg dat een deel van eisers IKB dubbel werd meegeteld in de berekening van de hoogte van het SV-loon. Om tot de juiste vaststelling van het dagloon te komen, heeft het UWV de uitbetaalde IKB van het geregistreerde SV-loon afgetrokken en het opgebouwde IKB-budget erbij opgeteld. Als gevolg van deze heroverweging heeft het UWV de hoogte van eisers WIA-uitkering per 17 mei 2024 verlaagd op basis van het gewijzigd dagloon naar 201,47.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiser stelt zich op het standpunt dat de uitkomst van de berekening van zijn dagloon onrechtvaardig is, omdat deze volgens hem geen representatief beeld geeft van het loon dat hij feitelijk tijdens zijn dienstverband heeft ontvangen. Met name het effect van de verwerking van het IKB leidt er volgens eiser toe dat zijn dagloon lager uitvalt dan hij, gelet op zijn feitelijke inkomenssituatie, redelijk acht. Eiser heeft in zijn aanvullend beroepschrift toegelicht dat zijn bezwaren zien op de wijze waarop de wettelijke dagloonregels in zijn situatie uitwerken en niet tegen een specifieke rekenkundige fout in het bestreden besluit.

4. Op grond van artikel 14 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen (Dagloonbesluit) wordt onder loon verstaan loon in de zin van artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen. In artikel 15, eerste lid, van het Dagloonbesluit is bepaald dat voor de toepassing van dit hoofdstuk de werknemer wordt geacht zijn loon te hebben genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever van dat loon opgave heeft gedaan. Op grond van het tweede lid van dit artikel wordt onder loon als bedoeld in artikel 14 mede begrepen het loon waarvan de werknemer aantoont dat dit in de referteperiode vorderbaar maar niet tevens inbaar is geworden.

5. Artikel 16, eerste lid, van het Dagloonbesluit bepaalt dat het dagloon van uitkeringen op grond van de Wet WIA en de WAO de uitkomst is van de volgende berekening:

(A – B + C) / D

waarbij:

A staat voor het loon dat de werknemer in de referteperiode heeft genoten bij alle werkgevers;

B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die in de referteperiode als loon zijn uitbetaald ten laste van een opgebouwd bedrag en de bedragen die in die periode als loon zijn uitbetaald ten laste van een arbeidsvoorwaardenbedrag;

C staat voor de in de referteperiode opgebouwde bedragen ten behoeve van vakantiebijslag dan wel ten behoeve van een arbeidsvoorwaardenbedrag; en

D staat voor 261.

6. De systematiek die volgt uit de bepalingen in het Dagloonbesluit betekent dat het UWV het dagloon berekent door van het SV-loon het betaalde vakantiegeld of het betaalde arbeidsvoorwaardenbedrag af te trekken en het gereserveerde vakantiegeld of het gereserveerde arbeidsvoorwaardenbedrag op te tellen. Het bedrag dat overblijft wordt gedeeld door het totale aantal werkdagen in de maanden waarin loon is ontvangen. Gelet op de definitie van het arbeidsvoorwaardenbedrag kunnen verschillende loonbestanddelen een bijdrage leveren aan het arbeidsvoorwaardenbedrag. In het geval van eiser valt het IKB onder het arbeidsvoorwaardenbedrag.

7. Het is niet gebleken dat het UWV bij de berekening van eisers dagloon een onjuiste toepassing heeft gegeven aan het Dagloonbesluit. De omstandigheid dat de bepalingen in het Dagloonbesluit, zoals eiser stelt, in zijn geval ongunstig uitwerken, betekent niet dat voor hem een ander dagloon kan worden vastgesteld. Het gevolg van de hiervoor uiteengezette systematiek is dat de verwerking van het IKB ertoe leidt dat eisers dagloon lager uitvalt. Het Dagloonbesluit biedt bovendien geen mogelijkheid in de vorm van een hardheidsclausule of een uitzonderingsbepaling om in geval van een onevenredige uitwerking van de gestelde regels af te wijken.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, rechter, in aanwezigheid van mr. T.T. Nguyen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 22 september 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »