RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/721995 / FA RK 26-5056
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 15 juli 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1974, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
BRP-adres te [plaats] ,
op dit moment verblijvende in het Leger des Heils, nachtopvang [naam locatie] te Rotterdam,
advocaat mr. J. van Veelen-de Hoop te Rotterdam.
1 Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 23 juni 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
-
de medische verklaring opgesteld door [zorgverlener 1] , psychiater, van 22 juni 2026;
-
de niet-ingevulde zorgkaart;
-
het zorgplan van 20 mei 2026;
-
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
-
de relevante politiegegevens van betrokkene;
-
het bericht dat er geen relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
Het historisch overzicht, waaruit blijkt of eerder machtigingen zijn afgegeven is niet bij het verzoekschrift overgelegd. De rechtbank heeft het overzicht voorafgaand aan de mondelinge behandeling opgevraagd. De officier heeft het overzicht twee dagen na de mondelinge behandeling alsnog ingediend.
Op 13 juli 2026 is de behandeling aangehouden omdat betrokkene niet was verschenen. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt.
Betrokkene is wederom niet verschenen.
De voortgezette mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 juli 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
-
de hiervoor genoemde advocaat;
-
[zorgverlener 2] , verpleegkundig specialist, verbonden aan Antes.
2 Beoordeling
De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. Betrokkene is op 13 juli 2026 per brief opgeroepen. De brief is naar zijn feitelijke verblijfplaats gestuurd. Een kopie van het proces verbaal van 13 juli 2026 is naar het BRP-adres van betrokkene gestuurd. Daarin staat:
‘De rechter houdt de behandeling van het verzoek aan tot de mondelinge behandeling op
woensdag 15 juli 2025 te 9:30 uur. Met mevrouw [zorgverlener 3] , begeleidster van het Leger des Heils, is afgesproken dat zij de oproepingsbrief voor de nieuwe mondelinge behandeling via de mail krijgt toegestuurd en dat zij deze zal uitprinten en overhandigen aan betrokkene. Ook zal zij betrokkene mondeling op de hoogte stellen van de datum en het tijdstip van de nieuwe mondelinge behandeling. Afgesproken is dat [zorgverlener 3] , van het voorgaande, via de mail verslag zal doen aan de griffier. Dit zal in het dossier worden gevoegd.
De rechter bepaalt dat wanneer betrokkene ook op deze mondelinge behandeling niet
verschijnt, kan worden vastgesteld dat betrokkene niet bereid is zich te doen horen.’
Op 13 juli 2026 om 12:41 uur heeft [zorgverlener 3] van het Leger des Heils aan de griffier bericht: ‘De brief is aan meneer overhandigd. Meneer heeft hem aangenomen en gelijk in de prullenbak gegooid. Vond het niet rechtsgeldig en heeft het niet gelezen.’ Naar aanleiding van de vraag van de griffier of [zorgverlener 3] de inhoud van de brief aan betrokkene heeft medegedeeld en of hij begreep dat de zitting diezelfde woensdag zou plaatsvinden, ook als hij daarbij niet aanwezig zou zijn, heeft [zorgverlener 3] op 13 juli 2026 om 14:18 uur bericht: ‘Hij wilde er niets van horen, heb het geprobeerd.’
De rechtbank is van oordeel dat er veel moeite is gedaan om te zorgen dat de oproep betrokkene heeft kunnen bereiken. Hij heeft de oproep kunnen lezen als hij dat had gewild.
Tijdens de mondelinge behandeling is gesproken over de toets door de onafhankelijk psychiater. De verpleegkundig specialist heeft in dat kader ook verklaard dat er sprake is van een externe aanwijzing van de gemeente omdat er zorgen zijn. Vanuit Antes is er evenwel geen urgentie voor een machtiging en lijkt het disproportioneel om betrokkene op te nemen. Daar is geen grond voor. Er is geen sprake van een stoornis waarbij ingrijpen nodig is. Er is geen sprake van agressie. Betrokkene houdt zich staande en hij is binnen de opvang de beste van de groep. De advocaat bepleit afwijzing omdat de medische verklaring onvoldoende is en ook het ernstig nadeel.
De rechtbank oordeelt dat ook het causaal verband niet kan worden vastgesteld.
Gelet op het voorgaande wordt het verzoek dan ook afgewezen.
3 Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek tot verlenen van een zorgmachtiging af.
|
Deze beschikking is op 15 juli 2026 mondeling gegeven door mr. S.L. Raphael, rechter, in tegenwoordigheid van L. Mast, griffier op 29 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend. |
||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.