RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11395821 CV EXPL 24-28151
datum uitspraak: 2 mei 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
DW Pompen B.V.,
vestigingsplaats: Badhoevedorp,
eiseres,
gemachtigde: D.G. van Hooff,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: Capelle aan den IJssel,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘DW Pompen’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
-
de dagvaarding van 18 oktober 2024, met bijlagen;
-
het mondelinge antwoord.
Op 3 april 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren de gemachtigde van DW Pompen en [gedaagde] aanwezig.
2 De beoordeling
Wat is de kern?
Op 4 september 2024 heeft er in de middag een Fiat Panda met kenteken [kenteken] getankt zonder te betalen. Het geregistreerde kenteken stond op het moment van doorrijden op naam van [gedaagde]. De persoon die heeft getankt, heeft bij de shop van DW Pompen aangegeven op een later moment te betalen. Dit is niet meer gebeurd. In deze procedure vordert DW Pompen betaling van het openstaande bedrag (€ 67,05). Daarnaast eist DW Pompen incassokosten, kosten ter vaststelling van de schade en de wettelijke rente. Tot slot eist DW Pompen dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.
[gedaagde] betwist dat hij heeft getankt bij DW Pompen. Hij geeft aan dat het kenteken wel op zijn naam stond, maar dat de auto van ene [naam] is. Hij had met [naam] afgesproken dat hij het kenteken van de auto voor enige tijd op zijn naam zou krijgen, terwijl [naam] in de auto rond zou blijven rijden. [gedaagde] voert aan dat hij niet aansprakelijk is voor de gevolgen van het handelen van [naam].
De kantonrechter wijst de vorderingen van DW Pompen gedeeltelijk toe. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] is aansprakelijk en moet de schade van DW Pompen vergoeden
[gedaagde] heeft onrechtmatig gehandeld tegenover DW Pompen en moet de schade die DW Pompen daardoor heeft geleden vergoeden. Hierna wordt uitgelegd waarom dat het geval is.
Het staat vast dat [gedaagde] niet de persoon is die heeft getankt zonder te betalen. Het staat ook vast dat het kenteken van de auto ten tijde van het incident op naam van [gedaagde] stond. Op de kentekenhouder rust een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de kentekenhouder zich moet inspannen om te voorkomen dat derden, die de auto met zijn goedvinden gebruiken, onrechtmatige handelingen plegen waarbij de auto betrokken is. Als dit wel gebeurt, dan is het aan de kentekenhouder om de naam en adresgegevens te verstrekken van de persoon die de auto met zijn goedvinden gebruikte op het moment dat de onrechtmatige handelingen plaatsvonden. Als de kentekenhouder verzuimt deze gegevens te delen en de benadeelde daardoor zijn schade niet kan verhalen op degene die de auto daadwerkelijk gebruikt heeft, dan levert dat in beginsel een onrechtmatige daad op en is hij gehouden om de schade die daarvan het gevolg is te vergoeden. In dit geval had [gedaagde] moeten weten wie er in de auto reed (naam en adresgegevens) en had het op zijn weg gelegen om deze gegevens na het verzoek van DW Pompen met haar te delen. [gedaagde] heeft echter pas bij antwoord gegevens van de betreffende persoon gedeeld en dan nog alleen de naam. Daarmee heeft hij verzuimd DW Pompen de gegevens aan te leveren die zij nodig had om haar schade te verhalen op de persoon die getankt heeft.
De kosten van de getankte brandstof worden toegewezen
[gedaagde] moet de waarde van de getankte brandstof aan DW Pompen vergoeden. Het staat vast dat met de auto voor een bedrag van € 67,05 is getankt zonder te betalen. [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van dat bedrag aan DW Pompen.
De kosten voor het vaststellen van de aansprakelijkheid worden toegewezen
[gedaagde] moet de gemaakte kosten voor het vaststellen van aansprakelijkheid aan DW Pompen vergoeden (€ 52,50). DW Pompen heeft voldoende gesteld welke kosten zijn gemaakt en [gedaagde] heeft dit niet tegengesproken.
De incassokosten worden afgewezen
De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. DW Pompen heeft niet gesteld dat er meer werkzaamheden zijn uitgevoerd dan die om deze procedure voor te bereiden (artikel 241 Rv). Het versturen van één of meer aanmaningen zonder bijzondere inhoud is niet genoeg (ECLI:NL:HR:2019:590).
[gedaagde] moet rente betalen
De rente wordt toegewezen, omdat DW Pompen genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan DW Pompen moet betalen op € 113,54 aan dagvaardingskosten, € 130,00 aan griffierecht, € 80,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 40,00) en € 20,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 343,54. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat DW Pompen dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan DW Pompen te betalen € 120,08 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 67,05 vanaf 15 oktober 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van DW Pompen worden begroot op € 343,54;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
64363