ECLI:NL:RBROT:2025:12190

Datum uitspraak
29-08-2025
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
11432512 CV EXPL 24-30484
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Huurkoop.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11432512 CV EXPL 24-30484

datum uitspraak: 29 augustus 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Hiltermann Lease B.V.,

vestigingsplaats: Hoofddorp,

eiseres,

gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] , die handelt onder de naam [handelsnaam] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘Hiltermann’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 19 november 2024, met bijlagen;

  • het antwoord, met bijlagen;

  • de repliek, met bijlagen;

  • de reactie van [gedaagde] ;

  • de mail van [gedaagde] van 19 mei 2025, met bijlagen;

  • de mail van [gedaagde] van 25 juli 2025, met een bijlage;

  • de mail van [gedaagde] van 31 juli 2025, met bijlagen;

  • de mail van Hiltermann van 31 juli 2025, met bijlagen.

1.2.

Op 31 juli 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:

  • de heer [persoon A] , teammanager debiteurenbeheer bij Hiltermann, bijgestaan door de heer [persoon B] namens de gemachtigde;

  • [gedaagde] .

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

Volgens Hiltermann heeft [gedaagde] een auto van haar geleased. Hiltermann voert aan dat [gedaagde] elke maand een leasebedrag aan Hiltermann moest betalen, maar dat heeft hij niet gedaan. Hiltermann heeft daarom de overeenkomst ontbonden. Zij eist in deze procedure dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt de auto terug te geven, de achterstand te betalen en de schade van Hiltermann te vergoeden.

2.2.

[gedaagde] is het niet eens met de eis. Hij betwist dat hij een auto van Hiltermann heeft geleased. Rond de datum waarop de overeenkomst volgens Hiltermann is gesloten was [gedaagde] opgenomen in een zorginstelling. Pas toen hij een boete kreeg, ontdekte hij dat er een auto op zijn naam was geleased. Volgens [gedaagde] is de handtekening op de overeenkomst niet van hem. [gedaagde] vermoedt dat sprake is van identiteitsfraude en heeft aangifte bij de politie gedaan.

2.3.

De eis wordt afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

Het staat niet vast dat [gedaagde] de overeenkomst heeft gesloten

2.4.

[gedaagde] heeft gemotiveerd betwist dat hij een overeenkomst met Hiltermann heeft gesloten. Hij heeft ter onderbouwing van zijn betwisting stukken overgelegd, zoals een beschikking waarin een zorgmachtiging is verleend, zijn aangifte bij de politie van identiteitsfraude en stukken van de RDW en de Belastingdienst waaruit blijkt dat zij zijn beroep op identiteitsfraude hebben gehonoreerd. Het ligt vervolgens op de weg van Hiltermann om nader te onderbouwen dat de overeenkomst daadwerkelijk met [gedaagde] is gesloten (artikel 150 Rv). Tijdens de zitting heeft Hiltermann nadere informatie naar de kantonrechter gemaild. [gedaagde] heeft daarop gereageerd. Hiltermann heeft vervolgens gevraagd om op basis van de overgelegde stukken een beslissing te nemen. Zij wil geen nader bewijs leveren.

2.5.

Op basis van de stukken die Hiltermann in het geding heeft gebracht, komt niet vast te staan dat [gedaagde] degene is die de overeenkomst getekend heeft. Het is duidelijk te zien dat de handtekening op de overeenkomst anders is dan de handtekening op het paspoort van [gedaagde] . Zo ontbreken op de overeenkomst de cijfers ‘010’ in de handtekening, die wel zichtbaar zijn op het paspoort van [gedaagde] en ook op het proces-verbaal van de aangifte van [gedaagde] bij de politie van 21 november 2024. Gelet op de stukken die door [gedaagde] zijn overgelegd, kan aan de verklaring van de leverancier van de auto dat hij bij het aangaan van de overeenkomst de identiteit van [gedaagde] heeft geverifieerd, geen waarde worden gehecht. Die verklaring is slechts in algemene bewoordingen opgesteld. Hierin ontbreken details, zoals bijvoorbeeld het type identiteitsbewijs of het nummer daarvan. Dat de handtekening op het machtigingsformulier van de RDW minder lijkt af te wijken van de handtekening op het paspoort, zegt niets over de echtheid van de handtekening op de overeenkomst. Hiltermann heeft ook niet kunnen aangeven of beide documenten op hetzelfde moment zijn getekend. Tot slot is ook het overgelegde bankafschrift van [naam] niet doorslaggevend, omdat [gedaagde] heeft betwist dat dit zijn bankrekening is.

2.6.

Omdat niet vast komt te staan dat partijen een overeenkomst met elkaar hebben gesloten, wordt de eis afgewezen.

Hiltermann moet de proceskosten betalen

2.7.

De proceskosten komen voor rekening van Hiltermann, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die Hiltermann aan [gedaagde] moet betalen op € 50,00, omdat hij in deze procedure niet is bijgestaan door een gemachtigde.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de eis af;

3.2.

veroordeelt Hiltermann in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.

43416

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »