ECLI:NL:RBROT:2024:8010

Datum uitspraak
05-07-2024
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
10902004 CV EXPL 24-2176
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Onrechtmatige Daad. Toedracht komt niet vast te staan. Onvoldoende gesteld. Vordering afgewezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 10902004 CV EXPL 24-2176

datum uitspraak: 5 juli 2024

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres],

woonplaats: [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde: Stichting CORE/Juridisch Advies Rotterdam,

tegen

[gedaagde],

vestigingsplaats: [vestigingsplaats],

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 18 januari 2024, met bijlagen;

  • het antwoord van [gedaagde] van 1 februari 2024;

  • de e-mail van 7 februari 2024 (20:17 uur) van [gedaagde] aan [eiseres];

  • de e-mail van 7 februari 2024 (20:54) van [eiseres] aan [gedaagde];

  • de e-mail van 30 mei 2024 van [eiseres] aan [gedaagde];

  • de brief van 31 mei 2024 van [eiseres] met bijlagen.

De e-mail van 7 juni 2024 van [gedaagde] aan [eiseres], met bijlagen, is buiten beschouwing gelaten nu [eiseres] ter zitting heeft gesteld dat deze niet is ontvangen.

1.2.

Op 18 juni 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren namens [eiseres] [naam 1] van Stichting CORE/Juridisch Advies Rotterdam aanwezig en namens [gedaagde] [naam 2] en [naam 3].

2 Het geschil

2.1.

[eiseres] eist – na eiswijziging - samengevat:

  • voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door [eiseres] geleden schade aan haar auto;

  • [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 5.311,90 met rente;

  • [gedaagde] te veroordelen op last van dwangsom mee te werken aan het betalen van de herstelkosten;

  • [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, waaronder de kosten voor het opstellen van de dagvaarding van € 400,00 en nakosten met rente;

  • het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

2.2.

[eiseres] baseert de eis op het volgende.

In de nacht van 20 op 21 december 2023 is tijdens een zware storm/harde wind een verkeersbord van [gedaagde] op de achterbumper en klep van de auto van [eiseres] beland. Daardoor is schade aan de auto ontstaan. De schade is begroot op een bedrag van € 5.311,90. [gedaagde] is aansprakelijk voor die schade.

2.3.

[gedaagde] is het niet eens met de eis en voert het volgende aan. Het staat niet vast dat de schade aan de auto is veroorzaakt doordat het verkeersbord van [gedaagde] op de auto is gewaaid. Het zou ook zo kunnen zijn dat tegen het bord is aangereden of er kan sprake zijn van vandalisme. [gedaagde] heeft om camerabeelden gevraagd waaruit de toedracht zou blijken maar die heeft zij niet ontvangen.

3 De beoordeling

3.1.

Ter beoordeling ligt de vraag voor of [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade aan de auto van [eiseres]. [gedaagde] heeft de door [eiseres] gestelde toedracht gemotiveerd betwist en aangevoerd dat alternatieve scenario’s mogelijk zijn voor de schade die [eiseres] stelt te hebben geleden.

3.2.

Uit de door [eiseres] overgelegde foto’s blijkt niet zonder meer dat de door haar gestelde toedracht (dat de schade is ontstaan omdat het bord van [gedaagde] op de auto van [eiseres] is gewaaid) juist is. Ter zitting is namens [eiseres] verklaard dat er geen (bruikbare) camerabeelden zijn. Andere stukken waaruit de gestelde toedracht zou (kunnen) blijken zijn door [eiseres] niet overgelegd.

3.3.

Dit leidt tot het oordeel dat [eiseres] de door haar gestelde toedracht onvoldoende heeft onderbouwd. Er is daarom geen reden voor het opdragen van bewijs, dat door [eiseres] overigens ook niet is aangeboden. Hierop stranden alle vorderingen van [eiseres].

[eiseres] moet de proceskosten betalen

3.4.

[eiseres] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [gedaagde] tot vandaag ambtshalve vast op € 50,00 aan onkosten.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

wijst de vorderingen af;

4.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.

62574

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »