RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10852394 CV EXPL 23-33537
datum uitspraak: 1 november 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres] ,
woonplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: [persoon A] ,
tegen
[gedaagde] , die voorheen handelde onder de naam [handelsnaam],
woonplaats: Barendrecht,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit het tussenvonnis van 24 mei 2024 en de daarin genoemde processtukken.
Op 30 september 2024 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij was [gedaagde] aanwezig. [eiseres] en haar gemachtigde zijn niet verschenen.
2 De verdere beoordeling
Het geschil kort samengevat
Partijen zijn in het verleden een samenwerkingsverband met elkaar aangegaan en hebben in dat kader een aantal afspraken met elkaar gemaakt. [eiseres] stelt dat zij zoals afgesproken een bedrag van € 6.000,- aan [gedaagde] heeft betaald. Volgens [eiseres] is [gedaagde] de tussen partijen gemaakte afspraken niet nagekomen. Daarom heeft [eiseres] de samenwerkingsovereenkomst ontbonden en vordert zij terugbetaling van het bedrag van € 6.000,- met rente en kosten. [gedaagde] zegt dat het niet klopt wat [eiseres] stelt en wil dat de vordering wordt afgewezen.
De vordering van [eiseres] wordt afgewezen
De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] af. Hierna wordt toegelicht waarom.
Om de vordering van [eiseres] te kunnen toewijzen, moet in de eerste plaats komen vast te staan dat [eiseres] een bedrag van € 6.000,- aan [gedaagde] heeft betaald. Daarnaast moet komen vast staan dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten samenwerkingsovereenkomst. Ten slotte moet kunnen worden vastgesteld dat deze tekortkoming de ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst rechtvaardigt.
[gedaagde] heeft bij antwoord en dupliek gesteld dat [eiseres] slechts een bedrag van
€ 2.900,- aan haar heeft betaald en daarnaast gemotiveerd betwist dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst. Op de zitting heeft [gedaagde] deze stellingen verder toegelicht en gemotiveerd.
[gedaagde] heeft onder meer gezegd dat de winkel gereed was voor verkoop en dat de kosten en de winst tussen partijen eerlijk werden verdeeld. De samenwerkings-overeenkomst is volgens [gedaagde] nooit op schrift gesteld, omdat [eiseres] vanwege haar bijstandsuitkering geen zaken op haar naam wilde hebben staan. Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] al na drie à vier maanden de samenwerking eenzijdig beëindigd omdat de winst haar tegen viel. Van het door [eiseres] ingebrachte geld waren op dat moment al inkopen voor de winkel gedaan.
[eiseres] is niet verschenen op de zitting en heeft de stellingen van [gedaagde] niet weersproken. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat het waar is wat [gedaagde] heeft gezegd. Dat betekent dat niet komt vast te staan dat [eiseres] aan [gedaagde] een bedrag van € 6.000,- heeft betaald. Ook komt niet vast te staan dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst. [eiseres] had de samenwerkingsovereenkomst dus niet mogen ontbinden. Dat betekent dat [gedaagde] niets aan [eiseres] hoeft (terug) te betalen.
[eiseres] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan [gedaagde] moet betalen op € 50,- aan onkosten (artikel 238 lid 1 Rv).
3 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
495