RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10374339 / CV EXPL 23-6446
datum uitspraak: 4 augustus 2023
Vonnis in het incident van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser] , die handelt onder de naam [handelsnaam 1],
kantoorhoudende in [plaatsnaam 1],
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
gemachtigde: mr. M.B. Visser te Rotterdam,
tegen
[gedaagde] , die handelt onder de naam [handelsnaam 2],
zaakdoende in [plaatsnaam 2] en wonende in [plaatsnaam 3],
gedaagde in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
gemachtigde: mr. drs. I. Heijselaar te Amsterdam.
De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
-
de dagvaarding van 20 februari 2023, met bijlagen;
-
het antwoord met een bevoegdheidsincident;
-
het antwoord in het bevoegdheidsincident.
2. De beoordeling
in het incident
[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat [eiser] deze zaak bij de kantonrechter in de Rechtbank Amsterdam had moeten aanbrengen, omdat [gedaagde] zaakdoende is in Amsterdam. [gedaagde] eist daarom in het bevoegdheidsincident dat de kantonrechter zich onbevoegd verklaart en de zaak naar de kantonrechter in de Rechtbank Amsterdam verwijst.
In artikel 99 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat dat de rechter van de woonplaats van de gedaagde partij de bevoegde rechter is, tenzij de wet anders bepaalt. [gedaagde] woont in Rotterdam (zie artikel 1:10 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, ‘BW’). Daarom is de kantonrechter in de Rechtbank Rotterdam bevoegd om deze zaak te behandelen en daarop te beslissen. Dat [gedaagde] zaakdoende is in Amsterdam, doet hier niet aan af. Dit leidt er enkel toe dat de kantonrechter in de Rechtbank Amsterdam mede, maar niet uitsluitend bevoegd is om deze zaak te behandelen en daarop te beslissen. Het is in zo’n geval aan de eisende partij om te kiezen bij welke rechtbank hij/zij de zaak aanbrengt en in deze zaak heeft [eiser] ervoor gekozen om dat bij de Rechtbank Rotterdam te doen.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de eis van [gedaagde] dat de kantonrechter zich onbevoegd verklaart en de zaak naar de kantonrechter in de Rechtbank Amsterdam verwijst, wordt afgewezen.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten in het incident aan de kant van [eiser] tot vandaag vast op € 199,00 aan salaris voor de gemachtigde (één punt). Voor kosten die [eiser] maakt na deze uitspraak moet [gedaagde] een bedrag betalen van € 99,50. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2022:853).
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
in de hoofdzaak
De kantonrechter wil de zaak met partijen bespreken op een zitting. Partijen krijgen op de zitting de mogelijkheid om hun kant van het verhaal te vertellen. Ook stelt de kantonrechter vragen en onderzoekt of partijen samen tot een oplossing kunnen komen.
Bij het plannen van de zitting wil de rechtbank zoveel mogelijk rekening houden met de agenda van partijen. Daarom wordt nu eerst aan partijen gevraagd de kantonrechter te laten weten op welke ochtenden en/of middagen in de maanden september, oktober en november 2023 zij echt niet naar een zitting kunnen komen. Ook wil de kantonrechter graag de e-mailadressen van partijen ontvangen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
in het incident
wijst de eis af;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] tot vandaag worden vastgesteld op € 199,00;
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak
bepaalt dat partijen uiterlijk op woensdag 16 augustus 2023 moeten laten weten op welke ochtenden/middagen in de maanden september, oktober en november 2023 zij echt niet naar een zitting kunnen komen en hun e-mailadres moeten opgeven;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
38671