Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 19 oktober 2023
[verzoeker] ,
[adres]
[woonplaats],
verzoeker.
1 De procedure
Verzoeker heeft op 15 augustus 2023 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). Verzoeker is gehoord ter terechtzitting van 12 oktober 2023.
2 De feiten
Verzoeker ontvangt inkomsten uit arbeid. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 76.228,13.
3 De beoordeling
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. De rechtbank oordeelt dat hieraan niet is voldaan. Verzoeker zal dus niet worden toegelaten tot de wsnp.
De redenen hiervoor zijn als volgt. Verzoeker heeft redelijk recent betrokkenheid bij een hennepplantage gehad. In verband hiermee is medio 2022 een ontnemingsmaatregel opgelegd. Er is derhalve een recente schuld aan het CJIB van € 30.000,00. Schuldhulpverlening heeft bovendien verklaard dat de schuld aan de Belastingdienst van
€ 34.376,00 (gedateerd begin 2023) eveneens verband houdt met de hennepplantage. Schuldhulpverlening heeft in verband met deze schulden ook het minnelijk traject beëindigd.
De strafrechtelijke schuld staat op grond van artikel 288 lid 2 onder c Fw aan toelating in de weg. De schuld aan de Belastingdienst is eveneens niet te goeder trouw ontstaan en valt binnen de driejaarstermijn van artikel 288 lid 1 onder b Fw. Ook die schuld staat aan toelating in de weg.
Feiten en omstandigheden die – ondanks het ontbreken van de goede trouw – toelating rechtvaardigen zijn niet voldoende aannemelijk geworden. De rechtbank merkt op dat het een goede ontwikkeling is dat verzoeker een opleiding volgt en fulltime werk heeft gevonden bij DHL. De rechtbank is echter van oordeel dat deze ontwikkelingen op dit moment onvoldoende (althans onvoldoende bestendig van aard) zijn om een toelating tot de schuldsaneringsregeling op dit moment te rechtvaardigen, mede gelet op de recente datum en de hoogte van de schulden die aan misdrijf gerelateerd zijn. Indien het leven van verzoeker zich (verder) stabiliseert zal een volgend verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling mogelijk meer kans van slagen hebben.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.
4 De beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van
A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2023. 1