RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10456700 CV EXPL 23-10848
datum uitspraak: 24 november 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser01] ,
woonplaats: [woonplaats01] ,
eiser,
gemachtigde: mr. M.T. Somohardjo,
tegen
[gedaagde01] , mede handelend onder de naam [handelsnaam01]
woonplaats: [woonplaats02] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. M.R. Dill.
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
-
de dagvaarding van 11 april 2023, met bijlagen;
-
het antwoord, met bijlagen;
-
de brief van [gedaagde01] van 4 juli 2023, met één bijlage;
-
de akte van [gedaagde01] van 28 september 2023 met aanvullende producties;
-
de brief van [eiser01] van 4 oktober 2023, met één bijlage;
-
de brieven van [gedaagde01] van 5 en 10 oktober 2023, met bijlagen.
Op 11 oktober 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met partijen besproken.
2 De beoordeling
Samenvatting en conclusie
[eiser01] stelt dat hij aan [gedaagde01] opdracht heeft gegeven voor de reparatie van de motor en de automaatbak van zijn auto. Volgens [eiser01] heeft [gedaagde01] deze opdracht vervolgens aan [bedrijf01] uitbesteed en heeft [bedrijf01] de werkzaamheden ondeugdelijk uitgevoerd. Na de reparatie heeft [eiser01] gebreken geconstateerd aan de auto en heeft hij dit direct bij [gedaagde01] gemeld. Omdat [gedaagde01] geen adequate oplossing biedt, vordert [eiser01] primair vervangende schadevergoeding van [gedaagde01] , met rente en kosten, alsmede expertisekosten. Subsidiair vordert [eiser01] deugdelijk herstel van alle door [bedrijf02] geconstateerde gebreken, op straffe van een dwangsom.
[gedaagde01] betwist dat hij opdracht aan [bedrijf01] heeft gegeven om het motorblok te repareren. Volgens [gedaagde01] heeft [eiser01] dat zelf gedaan. [gedaagde01] heeft alleen de onderdelen naar [bedrijf01] vervoerd. Er is geen causaal verband tussen de vermeende schade van [eiser01] en de door [gedaagde01] uitgevoerde werkzaamheden, zodat de vordering van [eiser01] moet worden afgewezen.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde01] niet aansprakelijk is voor de door [eiser01] gestelde gebreken en schade. Hierna wordt uitgelegd waarom dit de uitkomst is.
Niet komen vast te staan dat [gedaagde01] de opdracht aan [bedrijf01] heeft uitbesteed
De vordering van [eiser01] is gebaseerd op zijn stelling dat de door [gedaagde01] ingeschakelde partij ( [bedrijf01] ) de werkzaamheden ondeugdelijk heeft uitgevoerd. Volgens [gedaagde01] heeft hij het werk echter niet uitbesteed, maar heeft [eiser01] zélf de opdracht aan [bedrijf01] gegeven.
De kantonrechter komt tot de conclusie dat niet kan worden vastgesteld dat [gedaagde01] de opdracht heeft uitbesteed. Deze conclusie baseert de kantonrechter op het feit dat [gedaagde01] in zijn offerte heeft aangegeven dat hij er niet tussen zit, maar dat het werk voor [eiser01] wordt uitgevoerd en door [eiser01] wordt voldaan aan [bedrijf01] . Uit de door [eiser01] overgelegde offerte van [bedrijf01] van 3 maart 2020 (productie 1 bij dagvaarding) blijkt dat [bedrijf01] [eiser01] als opdrachtgever ziet. [eiser01] heeft de facturen van [bedrijf01] (in twee delen) ook aan [bedrijf01] betaald. Verder volgt ook uit de verklaring van de heer [naam01] van [bedrijf01] van 9 oktober 2023 dat [eiser01] opdracht aan [bedrijf01] heeft gegeven om de motorblok te repareren en dat [gedaagde01] alleen als tussenpersoon heeft gefunctioneerd.
Omdat niet is komen vast te staan dat [gedaagde01] de opdracht van [eiser01] heeft uitbesteed, valt niet in te zien waarom [gedaagde01] aansprakelijk zou zijn voor het werk dat door [bedrijf01] (volgens [eiser01] ) ondeugdelijk is uitgevoerd. Zowel het primair gevorderde als het subsidiaire gevorderde zullen dan ook worden afgewezen.
De daarmee samenhangende nevenvorderingen zullen eveneens worden afgewezen.
Proceskosten
[eiser01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [gedaagde01] tot vandaag vast op € 792,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 396,00). Voor kosten die [gedaagde01] maakt na deze uitspraak moet [eiser01] ook een bedrag betalen van € 132,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist. 1 De wettelijke rente wordt toegewezen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
3 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt [eiser01] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde01] tot vandaag worden vastgesteld op € 792,00;
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken.
821