RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: 12387898 \ EJ VERZ 26-304
Beschikking van 12 oktober 2026
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING OVERIJSSEL, gevestigd te Zwolle,
hierna te noemen: Jeugdbescherming,
belast met de voorlopige voogdij over de minderjarigen:
1. [minderjarige 1],
geboren te [geboorteplaats 1] (Nepal) op [geboortedatum 1] 2014,
2. [minderjarige 2],
geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2016,
3. [minderjarige 3],
geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedatum 3] 2022.
procederend in de persoon van: dhr. [naam], coördinator vermogensbeheer minderjarigen en nalatenschappen,
inzake de nalatenschap van erflaatster:
[erflaatster] , geboren op [geboortedatum 4] 1988 te [geboorteplaats 4] (Bhutan) en overleden te [plaats] op [overlijdensdatum] 2026, laatst wonende te [plaats].
1 De procedure
Op 14 september 2026 is een verzoekschrift binnengekomen op de griffie van de rechtbank. In het verzoekschrift wordt verzocht om ontheffing van de verplichting om te vereffenen op grond van artikel 4:202 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW).
De inhoud van het verzoekschrift spreekt voor zich. Daarom is afgezien van het houden van een mondelinge behandeling. De kantonrechter beslist vandaag op het verzoek in deze beschikking.
2 De feiten
Op [overlijdensdatum] 2026 is te [plaats] overleden mevrouw [erflaatster], geboren op [geboortedatum 4] 1988 te [geboorteplaats 4] (Bhutan), hierna te noemen erflaatster. Zij was de moeder van de minderjarigen.
Erflaatster heeft geen testament achtergelaten.
De in artikel 4:193 BW bedoelde termijn is verstreken zonder dat namens de minderjarigen een verklaring van verwerping is afgelegd. De nalatenschap geldt daarmee van rechtswege als beneficiair aanvaard.
3 Het verzoek
Jeugdbescherming verzoekt op grond van artikel 4:202 lid 2 BW ontheffing te verlenen van de verplichting de nalatenschap volgens de wet te vereffenen. Na verlening van de ontheffing zal Jeugdbescherming de verdere afwikkeling van de nalatenschap voortzetten en het aan de minderjarigen toekomende vermogen overeenkomstig haar taak als voogd beheren.
Jeugdbescherming heeft de nalatenschap geïnventariseerd. Uit de bijgevoegde boedelbeschrijving blijkt dat de baten toereikend zijn om de bekende schulden van de nalatenschap volledig te voldoen en dat na de voldoening daarvan een positief saldo resteert. Voortzetting van de wettelijke vereffening brengt in deze situatie aanvullende administratieve handeling en kosten met zich mee, terwijl de beschikbare middelen gering, maar voldoende zijn om de bekende schulden van de nalatenschap te voldoen.
4 De beoordeling
De kantonrechter is relatief bevoegd
De kantonrechter is relatief bevoegd kennis te nemen van het verzoek. Op grond van artikel 268 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in zaken van nalatenschappen bevoegd de kantonrechter van de laatste woonplaats van de overledene. Uit de Basisregistratie Personen blijkt dat de laatste woonplaats van erflaatster Zwolle is. Deze woonplaats ligt in het arrondissement van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle.
Ontheffing wettelijke vereffening
In artikel 4:202 lid 2 BW is bepaald dat indien het saldo van de nalatenschap positief is, de wettelijk vertegenwoordiger van een erfgenaam die voor deze beneficiair heeft aanvaard, de kantonrechter kan verzoeken om ontheffing van de verplichting om te vereffenen volgens de wet.
Op basis van de overgelegde stukken, waaronder de boedelbeschrijving, is gebleken dat het saldo van de nalatenschap positief is.
De kantonrechter overweegt dat het verzoek op de wet is gegrond en dat het verlenen van de gevraagde ontheffing in het belang van de erfgenaam blijkt te zijn. Daarnaast is niet gebleken van feiten of omstandigheden die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten.
5 De beslissing
De kantonrechter
verleent de verzochte ontheffing van de vereffening,
bepaalt dat de griffier zorg zal dragen voor inschrijving van de ontheffing in het boedelregister.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. D.N.R. Wegerif en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2026. (jb) Tegen deze beslissing kan, behoudens berusting, hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dagtekening van deze eindbeschikking door indiening van een beroepschrift (door een advocaat) ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. |
||