ECLI:NL:RBOVE:2026:6155

Datum uitspraak
13-10-2026
Instantie
Rechtbank Overijssel
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/08/352063 KG RK 26-431
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De wrakingskamer verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot wraking omdat het verzoek is ingediend nadat in de hoofdzaak uitspraak is gedaan.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Wrakingskamer

Zittingsplaats Zwolle / Almelo / Enschede

zaaknummer: C/08/352063 KG RK 26-431

Beslissing van 13 oktober 2026

in de zaak van

[verzoeker 1], [verzoeker 2] en [verzoeker 3] ,

allen wonende te [woonplaats],

verzoekers tot wraking.

1 De procedure

1.1.

Op 5 oktober 2026 hebben verzoekers het verzoek tot wraking gedaan van mr. A.P.W. Esmeijer, rechter in deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de zaak die is geregistreerd onder ZWO 26/2457.

2 De beoordeling

2.1.

De wrakingskamer verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot wraking en overweegt daartoe het volgende.

2.2.

Uit artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht volgt dat een verzoek tot wraking moet worden gedaan voordat uitspraak is gedaan. Nadat uitspraak is gedaan, is de zaak immers niet langer bij de rechter in behandeling. Een na de uitspraak gedaan verzoek om wraking dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.3.

In dit geval is het wrakingsverzoek ingediend nadat de rechter op 29 september 2026 uitspraak heeft gedaan. De procedure is geëindigd met de uitspraak. Er is dan geen behandelend rechter meer en daarmee kan het doel van de wraking, dat een andere rechter de zaak behandelt, niet meer worden bereikt.

2.4.

Uit artikel 5, lid 2 aanhef en onder d van het wrakingsprotocol van de rechtbank volgt dat de wrakingskamer een verzoek tot wraking dat is ingediend na het tijdstip dat in de hoofzaak einduitspraak is gedaan zonder behandeling ter zitting kan afdoen.

2.5.

Nu vaststaat dat verzoekers na de uitspraak om wraking van de rechter hebben verzocht, wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Dit brengt mee dat een inhoudelijke beoordeling van wat verzoekers in het kader van het verzoek om wraking hebben aangevoerd, achterwege blijft.

3 De beslissing

De wrakingskamer

3.1.

verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven door de mrs. U. van Houten, H. Stam en M. van Bruggen in tegenwoordigheid van de griffier A.B. Knook en in openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »