RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 12344382 \ CV EXPL 26-2735
Vonnis in kort geding van 1 oktober 2026
in de zaak van
de stichting WONINGSTICHTING DE WOONPLAATS,gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,
eisende partij,
hierna te noemen: De Woonplaats,
gemachtigde: mr. M. Douwenga,
advocaat te Hardenberg,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ARCA MATCH B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen
die toebehoren aan [gedaagde] , hierna te noemen: [gedaagde] ,gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
gemachtigde: mr. J.F. Vanhommerig,
advocaat te Enschede
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding met producties;
-
de conclusie in het incident en tevens conclusie van antwoord;
-
de van de zijde van De Woonplaats overgelegde producties;
-
de email d.d. 16 september 2026 van de gemachtigde van De Woonplaats;
-
de mondelinge behandeling d.d. 17 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
-
het antwoord in het incident tevens spreekaantekeningen van De Woonplaats;
-
de pleitnota van de bewindvoerder.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Tussen De Woonplaats en [gedaagde] is een huurovereenkomst voor bepaalde tijd overeengekomen, met betrekking tot de woning, gelegen aan de [adres 1] . In de huurovereenkomst is onder meer het navolgende opgenomen:
Tijdelijke Huurovereenkomst zelfstandige DAEB woonruimte
[… .]
De woningstichting De Woonplaats [… .],” verhuurder ”,
en
de heer [gedaagde] [… .], “ huurder ”,
OVERWEGEN HET NAVOLGENDE
1. Huurder behoort tot één of meer van de bij ministeriële regeling vastgestelde doelgroepen, waarvoor toegelaten instellingen op grond van artikel 48 van de Woningwet overeenkomsten van huur en verhuur voor bepaalde tijd voor de duur van twee jaren of korter mogen sluiten.
2. Op deze huurovereenkomst is artikel 7:228 lid 1 BW van toepassing, hetgeen betekent dat deze huurovereenkomst zonder dat daartoe een opzegging vereist is, eindigt wanneer de overeengekomen periode verstrijkt.
[… .]
Artikel 3 – De huurperiode
3.1.
De huurovereenkomst is met ingang van 11 juli 2024 aangegaan voor de bepaalde tijd van 2 jaar en eindigt van rechtswege op 10-07-2026 .
[… .]
Artikel 10 – De bijlagen bij dit contract
10.1
Met ondertekening van deze overeenkomst verklaart Huurder te hebben ontvangen, en deze te zullen naleven:
- de Algemene Voorwaarden d.d. juli 2017 van verhuurder
- bij deze huurovereenkomst is onlosmakelijk verbonden de Bijlage Aanvullende Voorwaarden d.d. 11-07-2024.
10.2
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van de huurovereenkomst.
[… .]
In de Bijlage aanvullende Voorwaarden is onder meer het navolgende opgenomen:
[… .]
De woningstichting De Woonplaats [… .], “verhuurder”,
en
de heer [gedaagde] [… .], ”huurder”,
KOMEN HET NAVOLGENDE OVEREEN
Gelet op de hieronder onder “aanleiding” omschreven feiten en omstandigheden is De Woonplaats bereid om onder de volgende voorwaarden een huurovereenkomst met u aan te gaan. Zonder de acceptatie van deze aanvullende voorwaarden komt u gelet de aanleiding niet in aanmerking voor een huurwoning bij de woningcorporaties in Enschede en omstreken.
U bent aangemeld voor WoonStaP (Samenwerkingsverband tussen de Enschedese corporaties Domijn, Ons Huis en De Woonplaats, Gemeente Enschede en Wijkteams Enschede), met als doel u als woningzoekende te ondersteunen die via de reguliere weg belemmeringen ondervindt in het zoeken naar een woning.
Deze bijlage maakt onlosmakelijk deel uit van de huurovereenkomst ingaande per 11-07-2024 aangaande de woning aan de [adres 1] .
Aanleiding
In het verleden heeft u samen met uw broer een woning van De Woonplaats aan de [adres 2] gekraakt. Dit leverde destijds niet alleen een gevaarlijke situatie op, maar ook onrust in de wijk, een juridische procedure en enkele krantenartikelen. U en uw broer zijn destijds ontruimd en veroordeeld in de proceskosten.
Inmiddels heeft u grote stappen gemaakt; u accepteert hulpverlening van zorgpartij Ambulante Zorg Twente en lost maandelijks af op de openstaande vordering bij De Woonplaats.
Gezien deze stappen die u heeft gemaakt, is De Woonplaats bereid u kans te geven. Om deze kans te krijgen dient u akkoord te gaan met een aantal aanvullende voorwaarden. Deze voorwaarden zijn tevens opgesteld om het wonen te laten slagen. Wij gaan er vanuit dat u deze kans aangrijpt.
Aanvullende voorwaarden met betrekking tot uw persoonlijke situatie
Deze aanvullende voorwaarden zijn onlosmakelijk verbonden met de huurovereenkomst dd. 11-07-2024.
Hieronder vindt u de aanvullende voorwaarden met daarbij een korte toelichting;
[… .]
4 Evaluaties
- De eerste evaluatie tussen huurder, De Woonplaats en zorgpartij vindt plaats drie maanden na ondertekening van de begeleidingsovereenkomst. Vervolgens wordt er om de drie â vier maanden een evaluatie gehouden. De frequentie kan desgewenst aangepast worden. Het eerste evaluatiemoment wordt na ingang van het huurcontract met alle betrokken partijen gepland.
5 Afspraken met betrekking tot het bewonen van de woning
- U houdt zich aan de gemaakte afspraken met De Woonplaats (de huurovereenkomst, de Algemene Huurvoorwaarden Zelfstandige Woonruimte d.d. 1 september 2018 en de afspraken in deze clausule). [… .].
- U zorgt dat uw woning en de bijbehorende tuinen/balkon netjes en verzorgd zijn. Dat betekent dat er geen afval verzameld wordt in uw tuin/balkon, geen goederen worden opgeslagen en het onderhoud van de tuin wordt bijhouden. Wekelijks draagt u de zorg om het afval af te voeren.
- U verleent medewerking en geeft toegang tot de woning wanneer de woningcorporatie De Woonplaats en de hulpverlening u daartoe verzoekt.
[… .]
Indien blijkt dat u geen medewerking verleent aan een huisbezoek of de gemaakte afspraken niet nakomt, start de corporatie een procedure op tot ontbinding van huurovereenkomst.
Laatste kans
U dient zich te realiseren dat uw kansen op het opnieuw verkrijgen van huisvesting dan op nihil ingeschat kunnen worden. U krijgt dan van de woningcorporaties geen positieve verhuurdersverklaring. Deze bijlage met aanvullende voorwaarden zal gedurende de gehele looptijd van de huurovereenkomst deel uit blijven maken van het huurcontract.
Wij vertrouwen er echter op dat er zich geen problemen voor zullen doen gezien uw contacten met De Woonplaats en uw begeleiding over deze woningtoewijzing. En daarnaast de door u getoonde medewerking voor het opstellen en akkoord gaan met de aanvullende afspraken in deze clausule.
Door het ondertekenen van dit aanhangsel geeft u aan, op de hoogte te zijn van, en akkoord te gaan met, de met u gemaakte aanvullende afspraken.
Enschede, d.d. 11-07-2024
Op 18 november 2024 heeft het eerste evaluatiemoment plaatsgevonden. Tijdens dit evaluatiemoment is geconstateerd dat het gehuurde nog niet is aangekleed en er geen meubels in de woning staan. Ook heeft de voortuin onderhoud nodig. Aan [gedaagde] is duidelijk gemaakt dat de inrichting van de woning en aankleding van de ramen van belang is, omdat dit een verplichting is die voortvloeit uit de huurovereenkomst.
Op 3 december 2024 heeft het tweede evaluatiemoment plaatsgevonden. De Woonplaats heeft geconstateerd dat de tuin van [gedaagde] was onderhouden en er voor een gedeelte raambekleding in de woning is opgehangen. Er lag geen vloerbekleding en er stonden geen meubels.
Op 10 januari 2025 heeft het derde evaluatiemoment plaatsgevonden. Hieruit bleek dat omwonenden geluidoverlast van [gedaagde] ervaren vanwege harde muziek. [gedaagde] voert daarnaast regelmatig duiven hetgeen ertoe heeft geleid dat omwonenden veel vogelpoep op hun terrein en auto krijgen. Tevens werd geconstateerd dat geen vloerbekleding in de woning is gelegd.
Op 10 februari 2025 e-mailt [naam 2] , ambulant hulpverlener, hierna ook: [naam 2], naar De Woonplaats:
[….]
Afgelopen vrijdag ben ik bij de heer [gedaagde] geweest en hij heeft toen verteld dat de wijkbeheerder bij hem langs is geweest, Zoals ik toen al aangaf, is het verstandig om te stoppen met het voeren van de duiven om overlast te voorkomen. Ik heb dit ook met hem besproken.
[… .]
Op 4 juli 2025 heeft er een evaluatiemoment plaatsgevonden. Geconstateerd werd dat er geen vloerbekleding in het gehuurde was gelegd. Omwonenden geven aan nog steeds last te hebben van vogels. De overlastklachten omtrent de duiven zijn met [gedaagde] besproken.
Op 1 augustus 2025 schrijft De Woonplaats aan [gedaagde] onder meer het navolgende:
[… .]
Evaluatiemomenten
U woont inmiddels één jaar in de woning. Gedurende deze periode hebben meerdere evaluatiemomenten plaatsgevonden. Een terugkerend onderwerp hierbij was het voeren van duiven.
Tijdens het laatste evaluatiemoment op 4 juli 2025 is afgesproken dat u de duiven uitsluitend nog aan de voorzijde van de woning zou voeren, omdat omwonenden overlast ervaren.
Nieuwe meldingen overlast
Na 4 juli hebben wij echter opnieuw van meerdere omwonenden, meldingen ontvangen over het voeren van duiven. Dit geeft aan dat de overlast niet is gestopt [… .]
Gevolgen bij niet naleven van deze afspraak
Indien u deze afspraak niet naleeft, zullen wij genoodzaakt zijn om passende maatregelen te nemen. In het ergste geval kan dit leiden tot het beëindigen van de tijdelijke huurovereenkomst.
[… .]
Op 3 december 2025 heeft De Woonplaats een overlastformulier van een omwonende ontvangen, waarin wordt geklaagd over geluidshinder door apparatuur, tuinonderhoud, vervuiling/verwaarlozing en het voeren van duiven.
Op 12 december 2025 heeft er een evaluatiemoment plaatsgevonden. Bij brief van 19 december 2025 is aan [gedaagde] een terugkoppeling gegeven over dit evaluatiemoment. De Woonplaats schrijft onder meer:
[… .]
Huidige woonsituatie
Sinds 11-07-2024 woont u in de woning aan de [adres 1] . Vanaf de start van de huurovereenkomst hebben er meerdere evaluatiemomenten plaatsgevonden. Bij deze evaluaties waren De Woonplaats, u als huurder, uw begeleider van Ambulante Zorg Twekkelerveld en een vertegenwoordiger van WoonStaP aanwezig.
Tijdens deze evaluaties is gesproken over het correct inrichten van de woning en het onderhouden van de woning en de bijbehorende tuin. Daarnaast is met u besproken dat meerdere omwonenden overlast ervaren doordat u duiven voert. Hierbij is onder andere gemeld dat er een duif bij een buurvrouw naar
binnen is gevlogen en dat er sprake is van vervuiling door duivenpoep. Ondanks dat wij u hier meerdere malen op hebben aangesproken en dit ook schriftelijk aan u hebben bevestigd, constateren wij dat het voeren van duiven nog steeds plaatsvindt. Ook uw tuin wordt nog steeds niet onderhouden zoals wij verwachten en in de huurvoorwaarden geschreven staat. Tijdens de laatste evaluatie op 12 december zijn bovenstaande onderwerpen opnieuw met u besproken. U gaf hierbij aan een andere denkwijze te hebben. Vanuit De Woonplaats hebben wij u gewezen op uw verplichtingen als huurder, waaronder het voorkomen van overlast en het correct inrichten en onderhouden van de woning. Wij constateren dat de woning, ondanks dat deze inmiddels anderhalf jaar wordt bewoond, nog steeds niet correct is ingericht.
[… .]
Vervolg
Op 26 februari 2026 om 14:00 vindt er nogmaals een evaluatiemoment plaats, waarbij uw situatie opnieuw zal worden beoordeeld. Wij benadrukken dat deze beoordeling van groot belang is in verband met een eventuele omzetting van de huurovereenkomst.
[… .]
Tijdens het evaluatiemoment op 6 maart 2026 heeft de Woonplaats geconstateerd dat de woning nog altijd niet is ingericht.
Op 18 maart 2026 heeft [naam 2] een plan van aanpak gemaakt met betrekking tot het verder bewoonbaar maken van de woning van [gedaagde] .
Bij brief van 2 april 2026 heeft De Woonplaats de heer [gedaagde] , geadresseerd aan de bewindvoerder, onder meer het navolgende bericht:
[… .]
Tijdens de laatste evaluatie op 6 maart 2026 is aangegeven dat er beoordeeld wordt of het uitvoeren van het plan van aanpak geaccepteerd wordt. De evaluatiemomenten en het plan van aanpak zijn besproken in de WoonStaP vergadering van 24 maart 2026, waarbij is beoordeeld dat WoonStaP geen vertrouwen heeft in de huidige en toekomstige samenwerking tussen u, Ambulante Zorg Twente en De Woonplaats.
Er is besloten om het tijdelijke tweejarig contract (ingangsdatum 11-07-2024) aan de [adres 1] op te zeggen per 11 april 2026. De einddatum van het huurcontract is zaterdag 11 juli 2026 (Omdat de de laatste huurdag in het weekend valt is maandag 13 juli 2026 de einddatum).
Motivatie beëindiging tijdelijk huurcontract
Door WoonStaP en De Woonplaats is tijdens meerdere evaluatiemomenten aangegeven dat er onvoldoende navolging wordt gegeven aan begeleiding, aanvullende voorwaarden vanuit WoonStaP en de algemene huurvoorwaarden van De Woonplaats.
Het verbaast ons ten zeerste dat pas na de vierde evaluatie de noodzaak in het plan van aanpak beschreven wordt. Na de derde evaluatie op 12 december 2025 bent u er nogmaals op gewezen, zowel mondeling als schriftelijk dat er geen sprake is van goed huurderschap.
[… .]
Terugkijkend op alle evaluaties ervaren wij bij Dhr. [gedaagde] weerstand richting De Woonplaats, waarbij hij ontwijkend gedrag vertoont en onvoldoende zelfredzaamheid ten toon spreidt.
Het plan van aanpak heeft de betrokkenen onvoldoende vertrouwen gegeven dat de woonsituatie beter wordt. Dit heeft niet alleen te maken met het inrichten van de woning, maar ook met de houding van de dhr. [gedaagde] . U heeft meermaals aangegeven dat hij zich onder druk gezet voelt. Dhr. [gedaagde] heeft bij ieder huisbezoek aangegeven zich te storen aan de bemoeienissen van De Woonplaats en WoonStaP.
Er is een te lange periode geweest waarin huurder veel te weinig stappen gemaakt heeft om zijn woonsituatie onder controle te krijgen. Dit is meermaals mondeling en per brief aangekondigd. Begeleiding en huurder hebben er niet voor gezorgd dat De Woonplaats vertrouwen heeft dat de dhr. [gedaagde] zonder verplichte betrokkenheid kan voldoen aan de verplichtingen ten aanzien van goed huurderschap.
Wij missen de intrinsieke motivatie bij dhr. [gedaagde] om de samenwerking aan te gaan met De Woonplaats richting de toekomst. De begeleiding van dhr. [gedaagde] heeft onvoldoende bijgedragen en niet tijdig bijgestuurd om hem te motiveren en de afspraken na te komen. Dhr. [gedaagde] heeft een historie bij De Woonplaats en had zich bewust moeten zijn van de tweede kans via WoonStaP en De Woonplaats.
Samenvattend is er geen vertrouwen in de samenwerking in het achterliggende traject en ook richting de toekomst.
We begrijpen dat u hiermee dakloos wordt en gezien de korte tijdsperiode informeren wij de procesmanager [naam 1] van de gemeente Enschede.
Bij brief van 13 april 2026 heeft De Woonplaats de heer [gedaagde] , geadresseerd aan de bewindvoerder, onder meer het navolgende bericht:
[… .]
Herroepen brief
Op 10 april 2026 heeft u een brief ontvangen met datumafschrift 9 april in verband met de beëindiging van de huuroverkomst. Per abuis is deze brief vanwege een technische aangelegenheid eerder verstuurd dan gepland en bieden wij onze excuses aan voor de gang van zaken.
Wij herroepen de voorgaande brief en bevestigen met deze brief de beëindiging van de huurovereenkomst met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn van 3 maanden.
Beëindiging tijdelijke huurovereenkomst
Op 11 juli 2024 zijn wij met u een tijdelijke huurovereenkomst aangegaan voor 2 jaar. Deze tijdelijke huurovereenkomst eindigt zoals afgesproken op 10 juli 2026. En wordt niet verlengd of omgezet naar een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Reden van beëindiging
De huurovereenkomst wordt beëindigd omdat u zich niet heeft gehouden aan de afspraken die in de overeenkomst staan. Ondanks eerdere gesprekken en waarschuwingen zijn de afspraken niet nagekomen.
Verzoek tot oplevering van de woning
Wij vragen u om de woning uiterlijk op 9 juli 2026 leeg en netjes op te leveren zoals
afgesproken in de huurovereenkomst.
[ … .]
Als de woning na juli 2026 niet leeg is, nemen we juridische stappen om de woning alsnog te ontruimen. Dit brengt extra kosten met zich mee, die in dat geval voor uw rekening zijn.
[… .]
[gedaagde] heeft het gehuurde niet ontruimd en opgeleverd.
3 Het geschilin de hoofdzaak en in het incident
De Woonplaats vordert, na wijziging van haar vordering bij e-mail d.d. 16 september 2026, dat de kantonrechter de bewindvoerder veroordeelt om binnen twee weken na betekening van dit vonnis de woning staande en gelegen aan de [adres 1] te ontruimen, in goede staat aan De Woonplaats op te leveren en deze vervolgens ontruimd te houden. De Woonplaats vordert voorts dat de kantonrechter de bewindvoerder veroordeelt tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 719,07 per maand vanaf 11 juli 2026 tot aan de dag van de algehele ontruiming van voormelde woning.
De Woonplaats legt aan haar vordering ten grondslag dat zij met [gedaagde] een huurovereenkomst voor bepaalde tijd ex artikel 7:271 lid 2 BW is aangegaan. Meer concreet stelt De Woonplaats dat [gedaagde] behoort tot één van de doelgroepen in het Besluit specifieke doelgroepen tijdelijke huurovereenkomst, waarmee zij een huurovereenkomst voor bepaalde tijd van maximaal twee jaar mag aangaan. [gedaagde] behoort tot de doelgroep ‘personen in een sociale noodsituatie met een aantoonbare urgente huisvestingsbehoefte’. Deze huurovereenkomst is van rechtswege geëindigd op 10 juli 2026. [gedaagde] is van deze beëindiging tijdig op de hoogte gesteld, zodat is voldaan aan het gestelde in artikel 7:271 lid 2 BW. De Woonplaats stelt zich op het standpunt dat zij zonder opgave van reden het einde van de huurovereenkomst kan aanzeggen, doch dat zij de bewindvoerder onverplicht en slechts ter toelichting heeft uitgelegd om welke reden zij heeft besloten tot het aanzeggen van het einde van de huurovereenkomst met [gedaagde] .
De bewindvoerder voert verweer.
Zij beroept zich voor alle weren op de onbevoegdheid van de kantonrechter om van de onderhavige vordering kennis te nemen, zoals in haar conclusie verwoord.
De bewindvoerder verzet zich ten principale tegen de door De Woonplaats gevorderde ontruiming. Zij voert daartoe een vierledig verweer:
I. de tijdelijke huurconstructie van artikel 7:271 lid 2 BW in niet rechtsgeldig tot stand gekomen nu de vereiste doelgroepkwalificatie niet aantoonbaar is gemaakt;
II. de aanzegging van het einde van de huur is intern tegenstrijdig en deels buiten de wettelijke aanzeggingstermijn gedaan, zodat de huurovereenkomst van rechtswege voor onbepaalde tijd is verlengd;
III. het niet verlengen van de huurovereenkomst levert, gelet op de bijzondere omstandigheden van dit geval, misbruik van bevoegdheid op als bedoeld in artikel 3:13 BW;
IV. de gestelde tekortkomingen zijn voor een deel feitelijk onjuist en rechtvaardigen voor het overige in geen geval een zo ingrijpende en onomkeerbare maatregel als ontruiming in kort geding.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
In het incident:
Zoals door de kantonrechter reeds tijdens de mondelinge behandeling aangegeven acht zij zich bevoegd van de vordering van De Woonplaats kennis te nemen. De Woonplaats vordert ontruiming van de woning op de grond dat de huurovereenkomst is geëindigd en [gedaagde] vanaf dat moment zonder recht of titel in het gehuurde verblijft. De vorderingen vloeien dus voort uit het einde van de huurovereenkomst. De kantonrechter is dan exclusief bevoegd hiervan kennis te nemen. Het bevoegdheidsincident van de bewindvoerder wordt dan ook afgewezen.
In de hoofdzaak:
Aan de orde is of [gedaagde] zonder recht of titel in het gehuurde verblijft, nu De Woonplaats dat aan haar vordering tot ontruiming ten grondslag stelt. Meer specifiek gaat het om de vraag of de huurovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd. De bewindvoerder voert hiertegen verweer.
De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet
- volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.
Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vordering.
De kantonrechter stelt bij de beoordeling het volgende voorop. Op 1 juli 2024 is de zogenoemde Wet vaste huurcontracten in werking getreden. Daarmee is artikel 7:271 BW gewijzigd. Uitgangspunt van het nieuwe artikel 7:271 lid 1 BW is dat een huurovereenkomst die ná 1 juli 2024 is gesloten voor een bepaalde tijd, niet tussentijds kan worden opgezegd door partijen en dat huurder aan het einde van die bepaalde tijd huurbescherming heeft. Het einde van de bepaalde tijd doet de huurovereenkomst niet eindigen en verhuurder kan de huurovereenkomst op grond van artikel 7:271 BW alleen opzeggen op één van de in de wet genoemde opzeggingsgronden.
In het tweede lid van artikel 7:271 BW is bepaald dat lid 1 niet van toepassing is op een voor bepaalde tijd voor de duur van twee jaar of korter aangegane huur in geval van een woonruimte die wordt verhuurd aan personen die deel uitmaken van bij algemene maatregel van bestuur genoemde categorieën van personen, zijnde het Besluit specifieke groepen tijdelijke huurovereenkomst (hierna: het Besluit). Eén van die categorieën van personen zijn personen in een sociale noodsituatie met een aantoonbaar urgente huisvestingsbehoefte (zie artikel 1 lid c van het Besluit).
Volgens De Woonplaats behoort [gedaagde] tot één van de doelgroepen in het Besluit, te weten ‘’personen in een sociale noodsituatie met een aantoonbaar urgente huisvestingsbehoefte’ en mocht zij met [gedaagde] een huurovereenkomst voor bepaalde tijd van twee jaar aangaan. De bewindvoerder betwist dat sprake was van een noodsituatie met een aantoonbaar urgente huisvestingsbehoefte. Volgens de bewindvoerder is daarom sprake van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd die nog doorloopt.
De kantonrechter is van oordeel dat De Woonplaats voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [gedaagde] behoort tot de doelgroep personen in een sociale noodsituatie met een aantoonbaar urgente huisvestingsbehoefte (artikel 1 lid c van het Besluit).
Niet althans niet gemotiveerd is weersproken en dus staat vast dat [gedaagde] vanaf 2016 op verschillende plekken heeft gewoond, op straat heeft geleefd en in 2018 een woning van De Woonplaats heeft gekraakt. In maart 2021 is [gedaagde] voor het eerst in contact gekomen met WoonStaP. WoonStaP is een samenwerking tussen de Enschedese woningcorporaties, de gemeente Enschede en de maatschappelijke opvang. WoonStaP heeft als doel om mensen die niet via de reguliere weg in aanmerking komen voor een sociale huurwoning, toch een woning aan te bieden onder de voorwaarde dat de huurder zich laat begeleiden. In 2021 is geoordeeld dat [gedaagde] nog niet klaar was voor WoonStaP.
Op verzoek van de bewindvoerder heeft in april 2024 een herbeoordelingsgesprek bij De Woonplaats plaatsgevonden. Het was [gedaagde] toen nog niet gelukt om voor een woning in aanmerking te komen. [gedaagde] verbleef op dat moment in een caravan bij een loods, maar diende daar te vertrekken. Volgens de bewindvoerder was ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst sprake van een kwetsbare positie van [gedaagde] en was De Woonplaats daarvan op de hoogte. Mede daarom is een bijzondere zorgrelatie, een begeleidingstraject onderdeel geworden van de huurverhouding, aldus de bewindvoerder.
De huurovereenkomst is vervolgens onder een aantal voorwaarden aangegaan, namelijk: bewindvoering in stand houden, aanhouden ambulante hulpverlening, monitoring door WoonStaP en een tijdelijk contract voor de duur van twee jaar. De bewindvoerder en [gedaagde] zijn met die voorwaarden akkoord gegaan.
De kantonrechter is van oordeel dat De Woonplaats hiermee voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de rechter in een bodemprocedure tot het oordeel zal komen dat op grond van deze feiten en omstandigheden ten tijde van het aangaan van de huur voor [gedaagde] sprake was van sociale noodsituatie en een aantoonbaar urgente huisvestingsbehoefte.
De huurovereenkomst voor bepaalde tijd is dan ex artikel 7:271 lid 2 BW rechtsgeldig aangegaan omdat [gedaagde] behoort tot één van de doelgroepen in het Besluit specifieke doelgroepen tijdelijke huurovereenkomst.
Op grond van artikel 7:228 lid 1 BW en artikel 3 van de huurovereenkomst is de huurovereenkomst van rechtswege geëindigd op 10 juli 2026. De huurovereenkomst is ook rechtsgeldig geëindigd. De beëindiging van de huur is tijdig aangezegd. Nu de huurovereenkomst is geëindigd is voor het opleggen van een gedragsmaatregel geen plaats.
Het beroep op misbruik van bevoegdheid door gebruik making van de wettelijke bevoegdheid een rechtsgeldige tijdelijke huurovereenkomst niet te verlengen, zoals de bewindvoerder stelt, gaat niet op. Van ernstige onevenredigheid tussen het belang van De Woonplaats en het belang van [gedaagde] is geen sprake. De Woonplaats heeft haar belang bij eindigen van de huurovereenkomst voldoende aannemelijk gemaakt. [gedaagde] komt de gemaakte afspraken niet na. Hij richt de woning en de tuin niet in en onderhoudt deze niet zoals overeengekomen. Buren ervaren overlast door het voeren van duiven, harde muziek en het gebrek aan tuinonderhoud.
Daarnaast volgt uit de verslagen van evaluaties van De Woonplaats die als productie 2 zijn overgelegd dat gedurende het gehele traject meerdere keren aan de orde is geweest of dit wel de juiste plek is voor [gedaagde] om te wonen. De Woonplaats heeft gedurende het traject onvoldoende duidelijk in beeld welke stappen zijn gezet of moeten worden gezet door begeleiding om de woonsituatie te verbeteren en onder controle te krijgen. [gedaagde] spreidt onvoldoende zelfredzaamheid ten toon en er is onvoldoende vertrouwen dat de woonsituatie beter wordt. [gedaagde] was helaas zelf niet ter zitting aanwezig. Ook was niemand van de hulpverlening aanwezig om op dit punt een toelichting te kunnen geven.
De bewindvoerder verzoekt in geval van ontruiming de termijn voor ontruiming op 12 maanden te zetten. De Woonplaats maakt hiertegen bezwaar omdat in april 2026 al is aangezegd dat de huurovereenkomst op 10 juli 2026 eindigt en men dus al meerdere maanden op de hoogte is van einde huur. De kantonrechter ziet in de kwetsbaarheid van [gedaagde] aanleiding de termijn op acht weken te zetten in plaats van de gebruikelijke twee weken.
De bewindvoerder zal als de in het ongelijk gestelde partij in de (na-)kosten van deze procedure worden veroordeeld tot op heden aan de zijde van De Woonplaats gevallen en begroot op een bedrag van € 1.304,74, te weten:
-
kosten dagvaarding € 156,74;
-
griffierecht € 139,00;
-
salaris gemachtigde € 865,00;
-
nakosten € 144,00;
totaal € 1.304,74.
5 De beslissing
De kantonrechter:
In het incident:
wijst de vordering af;
In de hoofdzaak:
veroordeelt de bewindvoerder om binnen acht weken na betekening van dit vonnis de woning staande en gelegen te [adres 1] aan de [adres 1] te ontruimen, in goede staat aan De Woonplaats op te leveren en deze vervolgens ontruimd te houden;
veroordeelt de bewindvoerder om aan De Woonplaats een gebruiksvergoeding te betalen van € 719,07 per maand vanaf 11 juli 2026 tot aan de dag van de algehele ontruiming van voormelde woning;
veroordeelt de bewindvoerder in de kosten van deze procedure tot een bedrag van € 1.304,74;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026.
|
+ |