ECLI:NL:RBOVE:2026:6098

Datum uitspraak
30-09-2026
Instantie
Rechtbank Overijssel
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/08/351031 / HA ZA 26-321
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eisers vorderen van gedaagden betaling van de hoofdsom van € 35.000,00. Eisers hebben een koopovereenkomst gesloten met gedaagden betreffende een woning, die deel uitmaakt van de nalatenschap van de ouders van eisers. Gedaagden zijn tekortgeschoten in de nakoming van deze koopovereenkomst en zijn daarom de contractuele boete van € 35.000,00, zijnde 10% van de koopsom, verschuldigd aan eisers. Gedaagden zijn niet verschenen in deze procedure. Zij hebben geen verweer gevoerd tegen de vorderingen van eisers.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/351031 / HA ZA 26-321

Vonnis van 30 september 2026

in de zaak van

1 [eiser 1] ,

te [woonplaats 1] ,2. [eiser 2],

te [woonplaats 2] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eisers] ,

advocaat: mr. G.J. Ligtenberg,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

te [woonplaats 3] ,2. [gedaagde 2],

te [woonplaats 4] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [gedaagden] ,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het tegen [gedaagden] verleende verstek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Waar gaat de zaak over?

2.1.

[eisers] vorderen van [gedaagden] betaling van de hoofdsom van

€ 35.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente alsmede betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

[eisers] hebben een koopovereenkomst gesloten met [gedaagden] betreffende de woning te [plaats], die deel uitmaakt van de nalatenschap van de ouders van [eisers] .

[gedaagden] zijn tekortgeschoten in de nakoming van deze koopovereenkomst en zijn daarom de contractuele boete van € 35.000,00, zijnde 10% van de koopsom, verschuldigd aan [eisers] .

2.2.

[gedaagden] zijn niet verschenen in deze procedure. Zij hebben geen verweer gevoerd tegen de vorderingen van [eisers] .

3 De beoordeling

3.1.

[eisers] hebben gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

3.2.

De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal met inachtneming van en behoudens het navolgende worden toegewezen.

3.3.

[eisers] vorderen betaling van de wettelijke rente over de contractuele boete van € 35.000,00. [eisers] hebben echter niet gesteld en/of onderbouwd vanaf wanneer zij deze wettelijke rente vorderen, zodat de rechtbank dit zal toewijzen vanaf de datum van dagvaarding, zijnde 25 augustus 2026 tot de dag van volledige betaling.

3.4.

Verder vorderen [eisers] vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De rechtbank stelt vast dat [gedaagden] consumenten zijn (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de rechtbank controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. [eisers] hebben aan [gedaagden] een aanmaning verstuurd die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. In de aanmaning is namelijk geen betalingstermijn van veertien dagen gegeven die ingaat op de dag na ontvangst van de aanmaning door [gedaagden] . Dit is wel vereist op grond van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen.

3.5.

[gedaagden] zijn (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

155,59

- griffierecht

€

1.414,00

- salaris advocaat

€

836,00

(1 punt × € 836,00)

- nakosten

€

157,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

2.562,59

3.6.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zullen als na te melden worden toegewezen. De rechtbank zal een termijn van 14 dagen bepalen voor betaling van deze kosten en beslissen dat de wettelijke rente over deze kosten pas is verschuldigd wanneer betaling binnen deze termijn uitblijft.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

verklaart voor recht dat de koopovereenkomst tussen partijen bij brief van 28 april 2026 is ontbonden,

4.2.

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 35.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW hierover vanaf 25 augustus 2026 tot de dag van volledige betaling,

4.3.

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 2.562,59, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met € 89,00 plus de kosten van betekening, indien [gedaagden] niet binnen genoemde termijn betalen en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag € 2.562,59 vanaf de vijftiende dag na dit vonnis en over het bedrag van € 89,00 plus de kosten van betekening vanaf de vijftiende dag na de betekening;

4.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026. (ak)

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »