ECLI:NL:RBOVE:2026:6043

Datum uitspraak
07-10-2026
Instantie
Rechtbank Overijssel
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12350537 \ CV EXPL 26-2748
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

In geschil is of partijen zijn overeengekomen dat gedaagde de webshop inclusief voorraad, abonnementen en lopende contracten van eiser moet overnemen. Naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter moet deze vraag bevestigend worden beantwoord. In dit kort geding is voldoende aannemelijk geworden dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de essentialia. Daarom is er tussen partijen een koopovereenkomst tot stand gekomen. De vordering van eiser tot nakoming van deze overeenkomst wordt dan ook toegewezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 12350537 \ CV EXPL 26-2748

Vonnis in kort geding van 7 oktober 2026

in de zaak van

[eiser], tevens handelend onder de naam

[bedrijf 1] ,

te [woonplaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. H.M. de Vries,

tegen

[gedaagde], tevens handelend onder de naam

[bedrijf 2] ,

te [woonplaats 2],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1 De zaak in het kort

1.1.

In geschil is of partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] de webshop [bedrijf 1] inclusief voorraad, abonnementen en lopende contracten van [eiser] moet overnemen. Naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter moet deze vraag bevestigend worden beantwoord. In dit kort geding is voldoende aannemelijk geworden dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de essentialia. Daarom is er tussen partijen een koopovereenkomst tot stand gekomen. De vordering van [eiser] tot nakoming van deze overeenkomst wordt dan ook toegewezen. Dit oordeel zal hierna worden toegelicht.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;- de schriftelijke reacties daarop van [gedaagde];- de mondelinge behandeling van 23 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en de spreekaantekeningen van [eiser] die daar zijn gedeeld.

3 De feiten

3.1.

[eiser] heeft een webshop met de naam [bedrijf 1]. Via deze webshop verkoopt hij onder meer laminaat, tapijt, vinyl en pvc.

3.2.

In mei 2026 heeft hij de webshop te koop aangeboden op Marktplaats.

3.3.

[gedaagde] exploiteert meerdere webshops. Naar aanleiding van de advertentie op Marktplaats heeft hij op 27 mei 2026 in de chatfuncties van Marktplaats zijn interesse kenbaar gemaakt voor de webshop van [eiser]:

Graag meer informatie over de winstmarges en het groeipotentieel en omzet afgelopen jaren. Daarnaast ontvang ik ook grag een overzicht van de vaste verplichtingen en kosten. Ik heb wel interesse als ik die 18k kan lenen bij Shopify. Dan zou dit een mooie toevoeging kunnen zijn op onze portfolio.

3.4.

Op 28 mei 2026 bellen [eiser] en [gedaagde] met elkaar. Vervolgens bericht [gedaagde] [eiser] via Whatsapp:

Thanks voor het fijne gesprek! Ik denk dat het qua financiering wel kan. Die 18k kan je namelijk financieren middels de voorraad. Die 2k zou ik zelf inleggen dan. Zelf ben ik nog wel benieuwd naar wanneer je de zaak van de hand wil doen en wat je aan vaste kosten beetje kwijt bent (voorkeur overzicht ervan). Ik hoor graag wat mogelijk is en denk wellicht goed om op korte termijn even een bakkie te doen!

3.5.

Diezelfde dag reageert [eiser]:

Vaste kosten:

* Beheer pakket domein registratie €31,33 per maand. ex btw

* netfort Seo €658,75 per maand ex btw

* Shopify ca €36 per maand incl. btw

* Huurpand €350 ex per maand , maar deze deel ik nog met mijn andere bedrijf.

* inboedel verzekering ca €20 per maand.

Telefoonkosten ca €10 per maand

Als je hier facturen van wilt zien dan kan ik je ze laten zien als we bakkie doen Ik heb eventueel morgen rond de middag tijd Als je serieus geïnteresseerd bent dan kunnen we het snel regelen als je dat zou willen , ik ben aankomende tijd nog druk zat voor de emigratie.

3.6.

Partijen spreken de volgende dag, 29 mei 2026, om 12.00 uur af bij de loods van [bedrijf 1].

3.7.

Diezelfde dag, na het gezamenlijke bezoek aan de loods, appt [eiser] aan [gedaagde]:

Afspraken juridische vastleggen:

€5000 aanbetalen voor de webshop factuur

€ 15000 betaald worden over maximaal 2 jaar met 10%

1 juli overname

Bij de overname inbegrepen: blauw oranje stellingen met rollen vinyl en tapijt (foto)

Heftruck met oplader en tapijtpen (foto)

Bij overname bovenste rollen tapijt en vinyl en grijze stellingen waar het in ligt (foto)

Bij overname: grijze stellingen met laminaat tapijt en vinyl (foto)

Bij overname: grijs oranje stellingen met tapijt rollen en laminaat. Lijmen en ondervloer niet inbegrepen. (foto)

2 bakken met profielen zijn niet inbegrepen in de grote blauwe oranje stelling (foto)

Samsung mobiele zakelijke telefoon is ook inbegrepen

Stalen collectie interfloor en gelasta zijn inbegrepen (foto)

Overname webshop

[website]

Verkoop tot 1 juli gaat door onder normale verkoop , geen actie of leeg verkoop om het eerlijkewijs over te dragen

De opslag kan gebruiken worden tot maximaal 31 december 2026 , de huur bedraagt €350 ex btw per maand. Ben je akkoord met bovenstaande? Dan laten we dit juridische vastleggen (…)

3.8.

[gedaagde] antwoordt in de app:

Idd per 1 juli overschrijven vanaf eind juli zal ik pas veel actief zijn ivm vakantie en verhuizing

Zeker akkoord dank voor het fijne gesprek! (…)

3.9.

Enkele uren later schrijft [gedaagde]:

Zojuist nog even met mijn vriendin erover gehad over de overname. Ze geeft aan dat mijn hulp wel erg nodig is als we per 1 juli de sleutel krijgen en dat een overdracht beter per 1 augustus kan plaatsvinden (…) is dat mogelijk? Die 2k kan ik dan wel alvast overmaken en dat we de 18k dan maandelijkse regeling doen van 1 jaar en dat laten vastleggen Als kan dan alvast factuur van 2k sturen dan betaal ik die en is die het bewijs dat ik het bedrijf ga overnemen en dat je advertentie offline kan worden gezet.

3.10.

[eiser] laat aan [gedaagde] weten dat 1 augustus 2026 voor hem goed is, maar dat alles wel voor die tijd geregeld moet zijn vanwege zijn vertrek naar Spanje. Ook stuurt [eiser] een factuur voor de aanbetaling van € 2.000 naar [gedaagde], die [gedaagde] diezelfde avond betaalt. Partijen spreken verder af dat [eiser] bij een jurist navraagt of betrokkenheid van een notaris nodig is, of dat een overeenkomst opgesteld door een jurist voldoende is:

[gedaagde]: Jah super wellicht dat ook niet hoeft maar gaat om groot bedrag voor ons beiden en betalingsregeling. Ben benieuwd wat degene erover zegt

[eiser]: ja moet wel even goed vastgelegd maar komt goed ik ga maandag contact opnemen en laat het je weten

[gedaagde]: Top je hebt het man laten we contact houden dan kunnen we zorgen dat alles in juli rond is en officiële overdracht per 1 augustus is.

[eiser]: Top bedankt en gefeliciteerd

[gedaagde]: Thanks [eiser]! Jij ook ontzettend bedankt ging mooi soepel zo

3.11.

Op 29 mei 2026 in de avond vraagt [gedaagde] aan [eiser]:

Zat nog even te denken heb je zo een exact beeld van de inkoopwaarde voorraad en potentiele verkoopwaarde ervan? En daarnaast heb je afschriften van shopify die je maandelijkse omzet bijschrijft? Zo weet ik een beetje wat ik kan verwachten qua omzet straks

[eiser] antwoordt op 2 juni 2026:

(…) inkoopwaarde is lastig vast te stellen omdat ik vanuit mijn andere bedrijf ook regelmatig stukken vloer bleef wat ik weer verkocht in de webshop wat mij dus eigenlijk geen inkoopwaarde heeft , maar uitgaande van de vloeren wat ik heb ingekocht bij fabrieken en veilingen van faillissementen dan ligt er op dit moment een inkoopwaarde tussen 8 en 10k en dat zijn dan de restpartijen vloeren en raambekleding. Verkoopwaarde heb ik opgeteld wat ik aan restpartijen vloeren en raambekleding op voorraad heb liggen en dat is een verkoopwaarde van ca 62k

[gedaagde] : Ha [eiser], super dat klinkt goed! Kan je zodra het conceptcontract binnen hebt deze delen? Dan kijk er vast naar. Normaals heel erg dank voor het fijne gesprek en ga mijn uiterste best doen om een mooi vervolg aan [website] te geven!

3.12.

Op 9 juni 2026 stuurt [eiser] [gedaagde] een Seo-overzicht van de webshop. [gedaagde] antwoordt:

Zit zelf te denken om de samenwerking met hun per 1 augustus te beëindigen gaat dat nog gevolgen hebben voor de Google rankings van [website] denk je?

[eiser]: Je kan de samenwerking beeindigen per direct als je dat zou willen , ik ben zelf niet handig met Google rankin vandaar dat ik het uit heb besteed. Ik weet niet hoe handig jij er mee bent maar je zou dit met hem kunnen overleggen.

[gedaagde]: Ah top dat is goed om te weten dan stem ik dat tegen die tijd even met ze af. Ben denk niet de beste erin maar kan er wel aardig mee overweg

3.13.

Op 18 juni 2026 heeft [gedaagde] ‘nog even wat vragen’ aan [eiser]. De vragen gaan over de inboedelverzekering, de telefoonkosten, en de beschikbaarheid van [eiser] in augustus om [gedaagde] in te werken.

3.14.

Op 27 juni 2026 appt [gedaagde]:

zelf heb ik nog even nagedacht maar denk dat het toch slimmer is om het over 2 jaar te verspreiden de terugbetalingen dat geeft ons financieel wat ademruimte

ben je daarmee akkoord? Dan geef ik het door en wordt dat nog aangepast. en daarnaast akkoord dat ik 2k niet terugkrijg. Maar daartegenover staat dat als de huidige voorraad dusdanig is afgenomen dat de verkoopprijs omlaag aangepast dient te worden. Dit kan gemakkelijk gecontroleerd worden via verkopen op Shopify

[eiser] reageert: Laten we het op 1,5 jaar zetten zo groot is het maand bedrag niet. (…) Ik doe geen leegverkoop , maar er wordt wel besteld via Shopify maar er ligt nog voldoende voorraad , maar ik ga je geen garantie geven over de voorraad je mag langs komen om de voorraad te bekijken of ik stuur je vandaag even een paar photo dan kun je zien wat het verschil is met de laatste keer .

[gedaagde] gaat akkoord met het voorstel om de betalingsverplichting op 1,5 jaar te zetten. Verder schrijft hij:

Ja helder dat begrijp ik! Jah dat isg. Lijkt me sowieso om die zaterdag 1 augustus even langs te komen. Dan zal ik even kijken wat er qua voorraad aanwezig is. Maar verwacht wel dat we daar uitkomen.

3.15.

Tussen 2 juni 2026 en 8 juli 2026 hebben partijen verder per app contact over de op schrift te stellen overeenkomst, wie deze overeenkomst opstelt en tegen welke kosten.

3.16.

Op 8 juli 2026 appt [gedaagde] aan [eiser] dat hij zich inmiddels behoorlijk begint te ergeren omdat hij ervaart dat [eiser] het proces vertraagt. De afspraak tussen partijen om eind juni te ondertekenen is niet gehaald en [gedaagde] wil daarom afzien van de overname.

3.17.

[eiser] wil [gedaagde] houden aan de overname en is uiteindelijk overgegaan tot dagvaarding van [gedaagde].

4 Het geschil

4.1.

[eiser] vordert – samengevat – dat [gedaagde] uitvoering geeft aan de door partijen gesloten koopovereenkomst voor de webshop [bedrijf 1]. Hij wil dat [gedaagde] de voorraad afneemt en meewerkt aan de overdracht van de tot de onderneming behorende abonnementen en lopende contracten, op straffe van een dwangsom. Ook wil hij dat [gedaagde] de betalingsafspraken die zijn gemaakt nakomt en maakt hij aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten. Mocht zijn primaire vordering niet slagen, dan vraagt hij de kantonrechter om [gedaagde] te veroordelen door te onderhandelen. In beide gevallen wil hij een veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

4.2.

[gedaagde] voert verweer. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser], daarbij een spoedeisend belang heeft. Vervolgens moet worden beoordeeld of voldoende aannemelijk is dat de vorderingen van [eiser] in een bodemprocedure zullen worden toegewezen en of het gelet op de belangen van partijen gerechtvaardigd is om vooruitlopend daarop de vorderingen toe te wijzen. De kantonrechter vormt zich een voorlopig oordeel aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling.

5.2.

[gedaagde] heeft betwist dat [eiser] een spoedeisend belang bij zijn vorderingen heeft. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] zijn spoedeisend belang voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Hij heeft daartoe onbetwist gesteld dat hij in augustus 2026 is verhuisd naar Spanje, en dat hij daarom voor 1 augustus 2026 de overname wilde regelen. Vanuit Spanje kan [eiser] de webshop niet exploiteren, zodat de exploitatie van de webshop sindsdien nagenoeg stil is komen te liggen. De kosten lopen tegelijkertijd wel door. Zolang [gedaagde] niet aan zijn verplichtingen voldoet worden die kosten niet gecompenseerd en lijdt hij schade. Daarmee is een voldoende spoedeisend belang gegeven.

5.3.

[gedaagde] heeft vervolgens betoogd dat de zaak te complex is voor een kort geding. De kantonrechter is van oordeel dat dit verweer niet slaagt. In een kort gedingprocedure is weliswaar geen plaats voor nader feitenonderzoek of bewijslevering, maar [gedaagde] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit noodzakelijk zou zijn. De afspraken van partijen zijn met name vastgelegd in de overgelegde Whatsapp-berichten. Daarom leent deze zaak zich voor beoordeling in kort geding.

5.4.

De kern van het geschil is of tussen partijen een (koop)overeenkomst tot stand is gekomen. Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en een aanvaarding van dat aanbod. Het antwoord op de vraag of sprake is van een aanbod dat is aanvaard, moet worden vastgesteld aan de hand van de zogeheten wilsvertrouwensleer. Of er sprake is van wilsovereenstemming, hangt af van wat partijen hebben verklaard en hebben afgeleid uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten toekennen. Ook is van belang dat de totstandkoming van een overeenkomst veronderstelt dat partijen elkaars verklaringen en gedragingen in de gegeven omstandigheden zo mochten begrijpen, dat zij aan het tot dan toe bereikte resultaat al gebonden zouden zijn. Niet beslissend is of partijen nog in onderhandeling zijn over één of meer openstaande punten, maar of over de essentialia van de overeenkomst overeenstemming is bereikt. Bestaan er nog leemtes in de overeenkomst op niet-essentiële punten, dan kan de overeenkomst tot stand komen.

5.5.

Uit de verklaringen van partijen, die voor een groot deel zijn vastgelegd in appcontacten, volgt dat [eiser] een aanbod tot koop van zijn webshop heeft gedaan, en dat [gedaagde] dit aanbod op 29 mei 2026 heeft aanvaard. Na het eerste contact via Marktplaats, komt uit de Whatsappberichten op 28 mei 2026 een bedrag van € 20.000 voor de overname naar voren. [gedaagde] is dan benieuwd naar de gewenste datum van overname en wil graag een beeld van de vaste kosten. [eiser] deelt kort daarna een overzicht van de vaste kosten en partijen bezoeken samen de loods van waaruit [eiser] de webshop exploiteert. Na dit bezoek doet [eiser] in een app een concreet aanbod voor de overname van de webshop. Het aanbod bestaat uit een bedrag voor de overname (€ 20.000), waarvan een deel wordt aanbetaald (€ 5.000) en een deel (€ 15.000) over een periode van maximaal twee jaar tegen 10%, een datum (1 juli 2026), een overzicht van wat is inbegrepen, en de voorwaarde dat de verkoop tot 1 juli doorgaat ‘onder normale verkoop, geen actie of leeg verkoop’. Verder kan de loods worden gebruikt tot maximaal 31 december 2026 tegen een huur van € 350 ex btw per maand. Op de vraag van [eiser] of [gedaagde] akkoord gaat hiermee, antwoordde [gedaagde] ‘Zeker akkoord’, waarmee het aanbod van [eiser] is aanvaard. Daarmee is een overeenkomst tot stand gekomen. Anders dan [gedaagde] betoogt komt de overeenkomst niet pas tot stand nadat deze schriftelijk is vastgelegd en ondertekend door beide partijen. Dat ook [eiser] wilde dat de overeenkomst ‘juridisch’ werd vastgelegd, betekent dus niet dat er nog geen overeenkomst tussen hen was, voordat deze op papier was gezet. Het standpunt van [gedaagde] dat zijn akkoord enkel zag op de aanbetaling die hij zou doen, en niet op de andere punten die [eiser] in zijn appbericht heeft opgenomen, volgt de kantonrechter niet. Dat blijkt namelijk in het geheel niet uit de gesprekken tussen beiden zoals die zijn vastgelegd via Whatsapp. [eiser] hoefde dan ook niet te begrijpen dat het ‘Zeker akkoord’ van [gedaagde] alleen betrekking had op de aanbetaling. Dat partijen geen rente zijn overeengekomen over het los van de aanbetaling te betalen bedrag volgt de kantonrechter evenmin. Daarover gaat immers de 10% die [eiser] in zijn bericht noemt, en die [gedaagde] heeft aanvaard.

5.6.

Kort nadat partijen op 29 mei 2026 deze overeenkomst hebben gesloten, is deze gewijzigd. [gedaagde] vraagt [eiser] een paar uur later namelijk of de overdracht per 1 augustus 2026 kan in plaats van per 1 juli 2026, in verband met zijn verhuizing naar een andere woning die ook in die periode gepland is. Hij stelt voor ‘die 2k dan alvast over te maken en de 18k dan in een maandelijkse regeling van een 1 jaar te doen’. [eiser] gaat akkoord met 1 augustus 2026. Op dezelfde dag gaat [gedaagde] hiermee akkoord. Op 27 juni 2026 wijzigen partijen de betalingsafspraken in die zin dat betaling van [gedaagde] aan [eiser] over een periode van anderhalf jaar plaatsvindt.

5.7.

Er is dus overeenstemming over de essentialia van de koop bereikt. Dat partijen op hoofdlijnen een afspraak hadden, heeft [gedaagde] tijdens de zitting overigens ook erkend. Dat er rond het vastleggen van de overeenkomst discussie is ontstaan, tast deze afspraken op hoofdlijnen niet aan. Niet is gebleken dat het door [gedaagde] genoemde boetebeding bij een te late huurbetaling valt onder de essentialia, zodat dit aan de totstandkoming van de overeenkomst niet in de weg staat.

5.8.

[gedaagde] voert als subsidiair verweer dat hij heeft gedwaald bij het aangaan van de overeenkomst. Hij stelt daartoe dat [eiser] hem onjuist heeft geïnformeerd over de waarde van de voorraad terwijl [eiser] wist dat deze waarde doorslaggevend was voor [gedaagde] om de overeenkomst aan te gaan. Hierin volgt de kantonrechter [gedaagde] niet. Voor een geslaagd beroep op dwaling is vereist dat de onjuiste voorstelling van zaken aanwezig was bij het aangaan van de overeenkomst en dat deze is veroorzaakt door inlichtingen van de wederpartij. Daarvan is in dit geval geen sprake. [gedaagde] heeft de voorraad voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst bezichtigd in de loods van [eiser] en [eiser] heeft de voorraad aan [gedaagde] laten zien op de shopify app. Daarna heeft [gedaagde] de foto’s van [eiser] via Whatsapp ontvangen van de aanwezige voorraad, stellingen, heftruck en stalencollectie. Vervolgens is [gedaagde] akkoord gegaan op 29 mei 2026, zonder dat partijen hebben gesproken over de exacte (inkoop)waarde van de voorraad. De omstandigheid dat [gedaagde] pas na de totstandkoming van de overeenkomst bij [eiser] heeft verzocht om een exact beeld van de inkoopwaarde van de voorraad en de omzet, heeft geen invloed meer gehad op zijn reeds gegeven akkoord. Daarom slaagt het beroep van [gedaagde] op dwaling niet.

5.9.

[gedaagde] heeft ten slotte nog als meer subsidiair verweer een beroep op ontbinding gedaan wegens tekortkoming in de nakoming door [eiser]. Volgens hem komt [eiser] zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet na om de voorraad zoals die was op 29 mei 2026 aan hem te leveren. De kantonrechter is van oordeel dat er op [eiser] geen verplichting rust om de voorraad voor [gedaagde] ongewijzigd in stand te houden. Partijen hebben namelijk afgesproken dat de verkoop tot overdrachtsdatum zou doorgaan ‘onder normale verkoop, geen actie of leeg verkoop’. Niet gebleken is dat de voorraad buiten deze normale verkoop om is gewijzigd. Daarom is van een tekortkoming aan de zijde van [eiser] geen sprake. Uit het contact tussen partijen op 27 juni 2026 over de gewijzigde betalingstermijn komt naar voren dat partijen toen ook hebben gesproken over de voorraad, maar zij hebben daarover geen concrete (nieuwe) afspraken gemaakt. Daarbij komt dat de overdrachtsdatum op verzoek van [gedaagde] zelf is verschoven van 1 juli 2026 naar 1 augustus 2026. Dat de feitelijke situatie rondom de voorraad daardoor nog meer is gewijzigd, komt vanwege dit eigen verzoek van [gedaagde] voor zijn eigen rekening en risico. Het beroep op ontbinding slaagt niet.

5.10.

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] verplicht is om uitvoering te geven aan de door partijen op 29 mei 2026 gesloten koopovereenkomst met betrekking tot de webshop [bedrijf 1]. Dit betekent dat [gedaagde] de aanwezige voorraad moet afnemen van [eiser] en moet meewerken aan de overdracht van de tot de webshop behorende abonnementen en lopende contracten. Hieronder valt ook het SEO Netfort abonnement. [gedaagde] voert aan dat is afgesproken dat [eiser] dit abonnement voor de overnamedatum zou beëindigen. Dit volgt echter niet uit de Whatsapp-berichten tussen partijen. Integendeel, op 9 juni 2026 schrijft [gedaagde] aan [eiser] juist dat hij het stopzetten van het abonnement zelf zal afstemmen met SEO Netfort. De vordering van [eiser] tot nakoming van de overeenkomst is dan ook toewijsbaar, met dien verstande dat dit niet geldt voor het bedrag van € 35 voor elektriciteit per maand en de btw daarover. Dit bedrag valt buiten de essentialia waarover een overeenkomst is gesloten. De kantonrechter zal de termijn waarbinnen [gedaagde] uitvoering moet geven aan de vordering tot nakoming bepalen op veertien dagen na betekening van dit vonnis. In het geval [gedaagde] binnen deze termijn hieraan niet zelf voldoet, zal dit vonnis in de plaats treden van de benodigde wilsverklaring en instemming van [gedaagde], zoals door [eiser] is gevorderd.

5.11.

Met betrekking tot de gevorderde geldvordering overweegt de kantonrechter dat in kort geding terughoudendheid bij toewijzing op zijn plaats is. Bij de beoordeling speelt een rol of de vordering voldoende aannemelijk is, of een onmiddellijke voorziening is vereist en of er een restitutierisico is. Nu de betalingsverplichting van [gedaagde] volgt uit de tussen partijen gesloten overeenkomst op 29 mei 2026, aangevuld met de afspraken op 27 juni 2026, is het bestaan en de omvang van de geldvordering voldoende aannemelijk geworden. Deze verplichting bestaat uit het vanaf 1 augustus 2026 maandelijks betalen van de termijnen van de restant koopsom met 10% rente (€ 1.100) en onderhuur van de loods tegen € 350 exclusief btw per maand. [gedaagde] verkeert in verzuim met de nakoming van deze betalingsverplichtingen over de maand augustus 2026 tot een bedrag van € 1.530,85. Daarom is hij ook over dit deel de wettelijke handelsrente verschuldigd. Nu door [gedaagde] geen concrete feiten of omstandigheden zijn aangevoerd waaruit een risico op onmogelijkheid van terugbetaling volgt, is van een restitutierisico onvoldoende gebleken. De geldvordering is dan ook toewijsbaar.

5.12.

[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 234,88 worden toegewezen.

5.13.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als in het dictum is opgenomen.

5.14.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

127,08

- griffierecht

€

265,00

- salaris gemachtigde

€

865,00

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.401,08

6. De beslissing

De kantonrechter

6.1.

gebiedt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis uitvoering te geven aan de tussen partijen op 29 mei 2026 en in juni 2026 tot stand gekomen koopovereenkomst met betrekking tot de onderneming [bedrijf 1], meer specifiek door:

  1. de tot de onderneming behorende voorraad af te nemen;

  2. volledige medewerking te verlenen aan de overdracht van de tot de onderneming behorende abonnementen en lopende contracten, waaronder begrepen het Shopify abonnement, het beheerpakket domeinregistratie Readytogo, het telefoonabonnement Lebara en het abonnement bij SEO Netfort, en - voor zover die overdracht vereist - het meewerken aan contractsoverneming als bedoeld in artikel 6:159 BW, alsmede het verrichten van alle overige (rechts)handelingen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om deze overdracht te effectueren;

  3. al datgene te doen wat nodig is om de feitelijke en juridische levering van de onderneming conform de koopovereenkomst te voltooien;

6.2.

bepaalt dat, in het geval [gedaagde] niet aan de hoofdveroordeling onder 6.1. voldoet, dit vonnis op de voet van artikel 3:300 lid 1 BW in de plaats treedt van de benodigde wilsverklaring en instemming van [gedaagde] om de onder 6.1. genoemde zaken over te dragen en/of de contracten en abonnementen op naam van [gedaagde] te stellen;

6.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 1.530,85, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 1 augustus 2026 tot aan de dag van algehele voldoening en een bedrag van € 234,88 aan buitengerechtelijke kosten,

6.4.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat hij niet aan de hoofdveroordeling onder 6.1. voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,

6.5.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.401,08, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde], niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

6.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

6.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.R.H. Lutjes en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »