ECLI:NL:RBOVE:2026:5845

Datum uitspraak
02-09-2026
Instantie
Rechtbank Overijssel
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/08/349830 / HA ZA 26-268
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eindvonnis, verstek verleend en vordering toegewezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: C/08/349830 / HA ZA 26-268

Vonnis van 2 september 2026

in de zaak van

[eiseres] B.V.,

te [vestigingsplaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

advocaat: mr. W. van Dijk,

tegen

1 [gedaagde 1] B.V.,

te [vestigingsplaats 2] ,2. [gedaagde 2],

te [woonplaats] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] ,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verleende verstek.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1

[eiseres] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

2.2

[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiseres] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiseres] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 1.381,33 en € 1.355,47 worden toegewezen.

2.3

[eiseres] vordert [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 640,14 voor kosten deurwaardersexploten, € 735,00 voor griffierecht en € 2.051,00 voor salaris advocaat (1,0 punt(en) × € 2.051,00), totaal € 3.426,14.

2.4

De vordering komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.

2.5

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

125,57

- griffierecht

€

6.327,00

- salaris advocaat

€

2.051,00

(1 punt × € 2.051,00)

- nakosten

€

189,00

Totaal

€

8.692,57

2.6

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

2.7

De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1

veroordeelt [gedaagde 1] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 66.271,01, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 60.632,80, met ingang van 20 juni 2026, tot de dag van volledige betaling,

3.2

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 63.531,76, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 58.047,57, met ingang van 20 juni 2026, tot de dag van volledige betaling,

3.3

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 3.426,14, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,

3.4

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 8.692,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde 1] B.V. en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

3.5

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

3.6

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.7

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026. (jb)

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »