RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/350633 / HA ZA 26-300
Vonnis van 16 september 2026
in de zaak van
MR. DRS. NICK JOHAN HERMAN LEFERINK,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijf] B.V.,
kantoorhoudende te Hengelo,
eisende partij,
hierna te noemen: Leferink q.q.,
advocaat: mr. N.J.H. Leferink LLM.,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 5 augustus 2026;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Waar gaat de zaak over?
Leferink q.q. vordert van [gedaagde] betaling van de hoofdsom van € 222.063,15, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 januari 2026, betaling van de buitengerechtelijke incassokosten, beslag- en proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Leferink q.q. heeft daartoe het volgende, kort samengevat, naar voren gebracht. Bij vonnis van de rechtbank Noord Nederland, locatie Assen van 30 april 2026 is de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf]) in staat van faillissement verklaard met aanstelling van Leferink q.q. als curator. [gedaagde] is enige aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf]. Volgens Leferink q.q. is er sprake van een rekening-courantverhouding van [bedrijf] op [gedaagde]. In deze procedure maakt Leferink q.q. aanspraak op betaling van deze rekening-courantverhouding. Daarnaast maakt Leferink q.q. aanspraak op betaling van de wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en beslag- en proceskosten.
[gedaagde] is niet verschenen in deze procedure. Hij heeft geen verweer gevoerd tegen de vorderingen van Leferink q.q..
3 De beoordeling
Leferink q.q. heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
Leferink q.q. vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 395,39 voor kosten deurwaardersexploten, € 341,00 voor griffierecht en € 2.885,00 voor salaris advocaat (1,0 punt(en) × € 2.885,00), totaal € 3.621,39.
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Leferink worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
125,57 |
|
|
- griffierecht |
€ |
2.462,00 |
(€ 2.803,00 - € 341,00) |
|
- salaris advocaat |
€ |
2.885,00 |
(1 punt × € 2.885,00) |
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
5.661,57 |
De gevorderde wettelijke rente over de kosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4 De beslissing
De rechtbank
veroordeelt [gedaagde] om aan Leferink q.q. te betalen een bedrag van € 222.063,15, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW hierover vanaf
1 januari 2026 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan Leferink q.q. te betalen een bedrag van € 2.885,32 aan buitengerechtelijke kosten, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW hierover vanaf de vijftiende dag na dit vonnis indien en voor zover deze kosten niet binnen deze termijn door [gedaagde] zijn betaald,
veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 3.621,39, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW hierover vanaf de vijftiende dag na dit vonnis indien en voor zover deze kosten niet binnen deze termijn door [gedaagde] zijn betaald,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 5.661,57, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening, indien [gedaagde] niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag € 5.661,57 vanaf de vijftiende dag na dit vonnis en over het bedrag van € 98,00 plus de kosten van betekening vanaf de vijftiende dag na de betekening;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026. (ak) |
||