RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11891302 \ CV EXPL 25-2892
Vonnis van 11 augustus 2026
in de zaak van
[partij A] ,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij A] ,
gemachtigde: mr. D.Y.M. Schuth,
tegen
[partij B] ,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij B] ,
gemachtigde: mr. M.P.R. van Dalen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 21 april 2026- de akte van [partij A] ,
- de mededeling van [partij B] dat hij niet langer wordt vertegenwoordigd door mr. B.J. den Hartog, maar dat hij zich voor het vervolg van de procedure laat bijstaan door mr. M.P.R. van Dalen- de akte van [partij B] houdende uitlating na tussenvonnis, tevens antwoord op de akte van [partij A] , tevens wijziging van eis in reconventie met producties 8 t/m 10,- de akte van [partij A] met producties 29 t/m 32.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De verdere beoordeling in conventie en in reconventie
Tegenbewijs van [partij B] : onderzoek door deskundige wordt toegestaan
Bij tussenvonnis van 21 april 2026 is [partij B] in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over zijn aanbod om nader tegenbewijs bij te brengen. Daar bij is bepaald dat [partij B] – als hij dat tegenbewijs wil leveren - ook dient aan te geven op welke wijze hij dat wil doen.
[partij B] heeft in zijn akte na tussenvonnis aangevoerd dat hij nader tegenbewijs wil leveren door middel van een onderzoek van deskundige [naam 1] van Impact Expertise B.V.. In verband daarmee heeft [partij B] bij zijn akte al een voorlopig deskundigenrapport overgelegd van deze deskundige. Volgens [partij B] biedt dit voorlopige rapport al aanwijzingen dat het in het tussenvonnis van 21 april 2026 genoemde “hoosbui-scenario” een aannemelijk scenario is als oorzaak van de waterschade in het gehuurde. [partij B] verzoekt de kantonrechter om hem nog een termijn te geven om de deskundige in staat te stellen het onderzoek te voltooien. Daarvoor zal nodig zijn dat de deskundige toegang krijgt tot het gehuurde en inzage krijgt in stukken over de oorspronkelijke bouwkundige situatie en over het aanwezige leidingstelsel. Hiervoor is de medewerking van [partij A] vereist. Tevens verzoekt [partij B] hem toe te staan om met de deskundige te bezien of aanvullend onderzoek naar het afvoer- en/of rioleringssysteem noodzakelijk is.
Hoewel [partij A] in reactie op de akte van [partij B] heeft bepleit dat het “hoosbui-scenario” als oorzaak voor de waterschade aan het gehuurde nog steeds onaannemelijk is, zal de kantonrechter [partij B] toch in de gelegenheid stellen om het door hem omschreven tegenbewijs bij te brengen. In dat kader is van belang dat [partij A] in zijn laatste akte heeft verklaard zo nodig toegang te geven tot het gehuurde, als de kantonrechter het onderzoek toestaat. [partij A] heeft verder verklaard dat hij niet beschikt over stukken over het verloop van afvoerleidingen in het gehuurde.
Getuigenbewijs
[partij B] heeft tevens verzocht om hem toe te laten tot het leveren van getuigenbewijs door het horen van [naam 2] en [naam 3] . De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verweer hiertegen van [partij A] , maar volgt dit verweer niet. De kantonrechter zal het gevraagde getuigenbewijs toestaan. Daarbij wordt opgemerkt dat de beoordeling van dat bewijs pas na het afleggen van de getuigenverklaringen zal plaatsvinden.
Met het oog op het verdere procesverloop bepaalt de kantonrechter dat eerst het deskundigenonderzoek en de rapportage daarvan wordt afgewacht en dat daarna de getuigen zullen worden gehoord. De kantonrechter gaat er op dit moment vanuit dat met het deskundigenrapport een periode van drie maanden gemoeid zal zijn. Dat betekent dat voor het getuigenverhoor verhinderdata worden opgevraagd vanaf de maand december 2026 en vervolgens voor de maanden januari en februari van 2027.
Wijzing van eis in reconventie
[partij B] heeft (in randnummer 64 t/m 67 van zijn akte na tussenvonnis) zijn eis in reconventie vermeerderd door in aanvulling op zijn eerdere vordering ook vergoeding te vorderen van de kosten die zijn gemoeid met de door hem ingeschakelde deskundige. De vermeerdering van eis bedraagt een som van € 3.525,94 en heeft betrekking op twee facturen van Claimshulp B.V. [partij A] heeft verweer gevoerd tegen deze vordering.
De kantonrechter zal de beoordeling van dit deel van de vordering in reconventie aanhouden in afwachting van de uitkomst van het door [partij B] gevraagde deskundigenonderzoek en daarna volgende oordeel over de waterschade.
Ontbinding huurovereenkomst?
In het tussenvonnis van 21 april 2026 is [partij A] in rechtsoverweging 5.17 in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de ontbinding van de huurovereenkomst. Het gaat daarbij om de vraag of er een rechtsgeldige ontbinding van de huurovereenkomst heeft plaatsgevonden en op welk moment dat zou zijn gebeurd. In zijn akte na tussenvonnis heeft [partij A] zich hierover uitgelaten en [partij B] heeft daar vervolgens op gereageerd. Een verdere beoordeling over dit onderdeel van het geschil wordt aangehouden tot het eindvonnis in deze procedure.
Slotsom van dit tussenvonnis
In verband met het door [partij B] te leveren tegenbewijs, zoals hiervoor omschreven, wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
3 De beslissing
De kantonrechter, in conventie en in reconventie,
stelt [partij B] in de gelegenheid om getuigen te doen horen, als hiervoor omschreven onder 2.4, en
draagt beide partijen op om - in verband met de planning van het getuigenverhoor -op de rolzitting van 25 augustus 2026 hun verhinderdagen op te geven voor de periode december 2026 tot en met februari 2027,
stelt [partij B] in de gelegenheid om bewijs bij te brengen in de vorm van het door hem omschreven deskundigenonderzoek, en bepaalt dat [partij A] medewerking zal verlenen aan het onderzoek door toegang tot het gehuurde te verschaffen en door indien nodig stukken te verschaffen die zich in zijn bezit bevinden,
verwijst de procedure naar de rolzitting van 3 november 2026 voor het overleggen van het deskundigenrapport door [partij B] , waarna [partij A] op het rapport mag reageren,
houdt iedere verdere beslissing aan,
Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.G. Wijnands en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2026. (ap)