RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 11592797 \ CV EXPL 25-889
Vonnis van 11 augustus 2026
in de zaak van
ENECO SERVICES B.V.,
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Eneco,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
ECOPLANT SERVICES B.V.,
te Zwolle,
gedaagde partij,
hierna te noemen:Ecoplant,
gemachtigde: [bestuurder], bestuurder van Ecoplant.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 17 februari 2026,
- de akte uitlating van Eneco van 13 april 2026.
Ecoplant heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De verdere beoordeling
In het tussenvonnis van 17 februari 2026 is Eneco opgedragen te bewijzen dat tussen partijen een overeenkomst tot levering van energie aan het adres [adres] tot stand is gekomen. Als namelijk komt vast te staan dat de overeenkomst tot stand is gekomen, dan is Eneco gehouden tot betaling van de eindnota van € 1.042,94.
Bij akte uitlating heeft Eneco aangevoerd dat zij met Ecoplant een overeenkomst tot levering van energie aan het adres [adres] heeft gesloten met ingang van 12 december 2023. De overeenkomst is als productie 1 bij dagvaarding overgelegd. Eneco heeft deze overeenkomst op 11 december 2023 om 10:58 per e-mail aan Ecoplant verzonden naar het adres: [e-mailadres]. Eneco heeft de bevestiging bij akte uitlating overgelegd als productie 9. Ook is op diezelfde dag de bevestiging aan Eneco verzonden betreffende de ‘mijn Eneco-omgeving’. Eneco heeft ter onderbouwing hiervan productie 11 overgelegd. Tot slot heeft Eneco op 14 december 2023, op de ingangsdatum van de overeenkomst, de bevestiging van het termijnbedrag aan Ecoplant verzonden. Eneco legt de bevestiging hiervan over als productie 13. Uit deze overgelegde stukken, in combinatie met de bewijsstukken die Eneco in deze procedure al eerder heeft overgelegd, waaronder de betalingen door Ecoplant, blijkt naar de mening van Eneco onomstotelijk dat Ecoplant met Eneco een overeenkomst heeft gesloten tot levering van energie aan het adres [adres].
De kantonrechter is van oordeel dat Eneco is geslaagd in haar bewijsopdracht. Eneco heeft namelijk met stukken onderbouwd dat met Ecoplant een overeenkomst tot levering van energie aan het adres [adres] tot stand is gekomen. Daarentegen heeft Ecoplant, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd om het bewijs dat door Eneco is ingebracht te ontzenuwen zodat vaststaat dat er tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Het voorgaande heeft tot gevolg dat de kantonrechter Ecoplant zal veroordelen tot betaling van € 1.042,94 aan Eneco.
De wettelijke rente
Eneco maakt op grond van artikel 6:119a Burgerlijk Wetboek (BW) aanspraak op vergoeding van de wettelijke handelsrente vanaf 30 dagen na factuurdatum, respectievelijk factuurdata. Tot op heden berekend op een bedrag van € 58,96. Hiervoor is geoordeeld dat Ecoplant moet betalen. De facturen moesten binnen 30 dagen betaald zijn, maar dat is niet gebeurd. Daarom moet Ecoplant de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW betalen. Er is namelijk sprake van vertraging in de betaling van een geldsom, die voortvloeit uit een handelsovereenkomst tussen twee partijen die handelen in de uitoefening van hun beroep op bedrijf.
De tot 5 maart 2025 verschenen wettelijke handelsrente van € 58,96 is toewijsbaar. De gevorderde lopende wettelijke handelsrente over de toewijsbare hoofdsom van € 1.042,94 wordt toegewezen vanaf 5 maart 2025.
De buitengerechtelijke incassokosten
Eneco vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Eneco heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Eneco heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 156,44 worden toegewezen.
De proceskosten
Ecoplant is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Eneco worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
119,40 |
|
|
- griffierecht |
€ |
340,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
434,00 |
(2 punten × € 217,00) |
|
- nakosten |
€ |
108,50 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.001,90. |
3 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt Ecoplant om aan Eneco te betalen een bedrag van € 1.258,34, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 1.042,94, met ingang van 5 maart 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Ecoplant in de proceskosten van € 1.001,90, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Ecoplant niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekent,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2026.