ECLI:NL:RBOVE:2026:4879

Datum uitspraak
28-07-2026
Instantie
Rechtbank Overijssel
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12063801 \ CV EXPL 26-107
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Geschil m.b.t. autoreparatie

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 12063801 \ CV EXPL 26-107

Vonnis van 28 juli 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

eisende partij, hierna: [eiseres],

gemachtigde: mr. H.J. Koop,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij, hierna: [gedaagde],

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding;

  • de conclusie van antwoord, en

  • de mondelinge behandeling van 17 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De zaak in het kort

2.1

[eiseres] en [gedaagde] zijn overeengekomen dat [eiseres] diverse werkzaamheden aan een auto van [gedaagde] zou verrichten. Volgens [gedaagde] zijn er andere werkzaamheden verricht dan partijen zijn overeengekomen en zijn de werkzaamheden ondeugdelijk uitgevoerd.

2.2

De kantonrechter komt tot de conclusie dat [gedaagde] voor de verrichtte werkzaamheden moet betalen. Omdat niet is gebleken dat [eiseres] [gedaagde] heeft geïnformeerd over de hoogte van de kosten, zal de kantonrechter de factuur met 20% verlagen. [gedaagde] moet een bedrag van € 1.144,22 en de bijkomende kosten betalen.

3 De feiten

3.1

[gedaagde] is eigenaar van een Saab 9-3 Cabrio (hierna: de auto). [gedaagde] heeft de auto in november 2023 bij [eiseres] gebracht om de auto te laten nakijken.

3.2

[eiseres] constateerde verschillende gebreken, waarover zij [gedaagde] op 15 november 2023 (per e-mail) heeft geïnformeerd:

‘3e remlicht werkt niet

Koplampen afstellen

Uitlaatspruitstuk pakking lek

Remblokken voorzijde

Bedieningsas inlaatwervelkleppen versleten

Roetfilter zit verstopt

Schakelbedieningsmechanisme reviseren

Roest onder carrosserie randen kapafdekking behandelen (…)’

3.3

Op 15 mei 2024 heeft de schoondochter van [gedaagde] de auto opgehaald bij [eiseres]. Zij is vervolgens met de auto naar Italië gereden.

3.4

[eiseres] heeft op 29 mei 2024 een factuur aan [gedaagde] gestuurd voor de verrichte werkzaamheden. [gedaagde] betaalde deze factuur niet en, nadat [eiseres] ook een herinnering toestuurde, hebben partijen contact gehad over de factuur:

4 juli 2024 ([gedaagde])

‘(…) Ik wil graag even contact. Ik ben inmiddels deze week in Italie maar de motor maakt nog steeds “fluitend” geluid. Motorlampje brand ook. Auto was ook erg smerig van binnen met olievlekken.

Ik begreep dat er ook bepaade keer kleppen vervangen moesten worden in uitlaatsysteem. Zie dat niet op rekening staan en als ik zo kijk is dat deel ook niet los geweest.

Olie is ook niet ververst lijkt me (…)’

([eiseres] )

‘(…) Ten tijde van het versturen van de factuur heb ik een aantal keren gebeld om e.e.a. toe te lichten. Geen gehoor en geen belletje terug dus dat bepaalde zaken niet duidelijk zijn snap ik.

Wanneer kunnen we naar het fluitende geluid luisteren dan kan ik ook uitleg geven wat er allemaal voor de APK uitgevoerd is en wat eventueel nog zou moeten ter verbetering van de auto (…)’

3.5

[gedaagde] heeft de auto niet bij [eiseres] gebracht en de factuur niet betaald.

4 Het geschil

De vordering

4.1

[eiseres] vordert - samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 1.689,88, vermeerderd met wettelijke rente over € 1.430,28 en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

4.2

[eiseres] legt het volgende aan het gevorderde ten grondslag. [gedaagde] heeft [eiseres] opdracht gegeven tot het verrichten van diverse werkzaamheden aan zijn auto. [eiseres] heeft deze werkzaamheden uitgevoerd en een bedrag van € 1.430,28 gefactureerd. [gedaagde] heeft deze factuur niet betaald. Er zijn diverse incassowerkzaamheden verricht en daarom moet [gedaagde] de incassokosten van € 259,60 ook betalen.

Het verweer

4.3

[gedaagde] voert verweer tegen het gevorderde. Volgens [gedaagde] heeft [eiseres] werkzaamheden uitgevoerd terwijl partijen dit niet zijn overeengekomen. De vordering moet daarnaast worden afgewezen omdat de auto gebrekkig is gerepareerd.

5 De beoordeling

Volgorde van de te bespreken stellingen en verweren

5.1

Gelet op het verweer van [gedaagde], zal de kantonrechter eerst bespreken of [eiseres] opdracht had tot het uitvoeren van de verrichtte werkzaamheden. Daarna zal de kantonrechter bespreken of [eiseres] de werkzaamheden ondeugdelijk heeft uitgevoerd en zo ja: of dat betekent dat [gedaagde] de factuur niet hoeft te betalen. Ook toetst de kantonrechter ambtshalve aan de regels voor de consumentenbescherming.

Partijen zijn overeengekomen dat [eiseres] werkzaamheden voor [gedaagde] zou uitvoeren

5.2

[eiseres] stelt dat is overeengekomen dat zij werkzaamheden en reparaties zou verrichten die noodzakelijk waren om de auto door de Apk-keuring te laten komen. Deze werkzaamheden zijn ook uitgevoerd, wat blijkt uit het feit dat de auto door de Apk-keuring is gekomen.

[gedaagde] voert aan dat hij [eiseres] geen opdracht heeft gegeven voor het verrichten van werkzaamheden. Ook betwist hij dat de gefactureerde werkzaamheden zijn uitgevoerd.

5.3

De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] opdracht heeft gegeven aan [eiseres] voor het verrichten van werkzaamheden aan de auto. Hij heeft de auto in november 2023 bij [eiseres] gebracht om deze te laten nakijken. Uit de e-mail van 15 november 2023 (zie 3.2) blijkt vervolgens dat [eiseres] de auto op dat moment al heeft nagekeken, want in die e-mail somt [eiseres] diverse gebreken op. Dat [gedaagde] de auto vervolgens een half jaar bij [eiseres] heeft laten staan zonder dat [eiseres] de opdracht heeft gekregen om reparaties aan de auto uit te voeren, acht de kantonrechter niet waarschijnlijk. Het lag op de weg van [gedaagde] om uit te leggen waarom hij de auto zo lang en in zijn ogen kennelijk kosteloos bij [eiseres] kon laten staan.

5.4

[eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht waarom de uitgevoerde werkzaamheden niet overeenkomen met de gebreken die zijn genoemd in de e-mail van 15 november 2023: [gedaagde] wilde slechts de werkzaamheden laten uitvoeren die van belang waren om de auto door de Apk-keuring te laten komen. [eiseres] heeft ook toegelicht welke werkzaamheden zijn verricht en [gedaagde] heeft dat niet gemotiveerd betwist. De auto is daarna door de Apk-keuring gekomen en gebruikt om naar Italië te rijden.

Daarmee staat voldoende vast dat [eiseres] de gefactureerde werkzaamheden heeft verricht, zodat [gedaagde] de factuur in beginsel moet betalen.

[gedaagde] moet betalen voor de uitgevoerde werkzaamheden

5.5

[gedaagde] meent dat [eiseres] de werkzaamheden ondeugdelijk heeft uitgevoerd en dat hij daarom niet hoeft te betalen. Volgens [gedaagde] maakte de auto direct na de reparatie al een ‘fluitend geluid’ en brandde er een storingslampje.

Hoewel [eiseres] meent dat zij de werkzaamheden naar behoren heeft uitgevoerd, kan zij dat niet met zekerheid zeggen. Daarom heeft [eiseres] aangeboden dat [gedaagde] de auto kan brengen, zodat [eiseres] het probleem kan vaststellen. [gedaagde] heeft ervoor gekozen om dat niet te doen.

5.6

De kantonrechter overweegt als volgt. Nu [gedaagde] de auto niet opnieuw heeft aangeboden bij [eiseres], blijft onduidelijk of [eiseres] de reparatie goed heeft uitgevoerd. Nader onderzoek is niet nodig, want ook als vast zou komen te staan dat [eiseres] de reparaties niet goed heeft uitgevoerd, moet [gedaagde] de factuur nog steeds betalen. Dat komt omdat [gedaagde] de mogelijkheid aan [eiseres] had moeten geven om de gebreken binnen een redelijke termijn te herstellen. [eiseres] stond hier ook voor open, wat blijkt uit het aanbod van [eiseres] aan [gedaagde] om de auto langs te brengen. Dat de auto op dat moment in Italië stond doet daaraan niet af: de auto is inmiddels weer in Nederland (wat doet vermoeden dat de auto naar behoren functioneerde) en [gedaagde] had de auto na terugkeer bij [eiseres] kunnen brengen. [gedaagde] moet dus betalen voor de uitgevoerde werkzaamheden.

Consumentenbescherming

5.7

Daarmee is de kous nog niet af: de kantonrechter moet ambtshalve toetsen of de essentiële informatieverplichtingen en de informatieplichten waaraan de wet bij niet-naleving specifieke sancties verbindt zijn nageleefd. Als de essentiële verplichtingen zijn geschonden én die schending voldoende ernstig is, moet de kantonrechter daar consequenties aan verbinden, bijvoorbeeld door de vordering tot betaling van de factuur gedeeltelijk af te wijzen. In de Richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten (hierna: de Richtlijn) staat welke consequentie er wordt verbonden aan een voldoende ernstige schending van een essentiële informatieverplichting.

5.8

De overeenkomst die [eiseres] en [gedaagde] hebben gesloten, is een overeenkomst ‘anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte.’ Daarom zijn de essentiële informatieverplichtingen uit artikel 6:230l BW van toepassing. De kantonrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat [eiseres] [gedaagde] een prijsindicatie heeft gegeven met betrekking tot de te verrichten werkzaamheden. Dit betekent dat [eiseres] de essentiële informatieplicht als bedoeld in artikel 6:230l sub c BW heeft geschonden. Gelet op de Richtlijn zal de kantonrechter daarom een korting van 20% op het factuurbedrag van € 1.430,28 toepassen. Dit betekent dat [gedaagde] € 1.144,22 van de factuur moet betalen. De vordering van [eiseres] wordt in zoverre toegewezen.

Incassokosten en wettelijke rente

5.9

[eiseres] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat voorafgaand aan deze procedure diverse incassowerkzaamheden zijn verricht. Ook is gebleken dat een 14-dagenbrief aan [gedaagde] is gestuurd. Daarom moet [gedaagde] de incassokosten van € 207,68 – passend bij de toegewezen hoofdsom – betalen.

5.10

Verder moet [gedaagde] de wettelijke rente betalen over de hoofdsom, omdat hij te laat is met betalen. Nu niet is gebleken dat [gedaagde] op 13 juni 2024 al in verzuim was, moet [gedaagde] de wettelijke rente betalen vanaf 14 januari 2026 (de dag van dagvaarding).

Proceskosten

5.11

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:

Dagvaarding

€

127,08

Griffierecht

€

397,00

salaris gemachtigde

€

434,00

(tweemaal tarief van € 217,00)

nakosten

€

108,50

Totaal

€

1.066,58

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 1.351,90, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.144,22 vanaf 14 januari 2026 tot aan de dag van gehele voldoening;

6.2

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.066,58, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;

6.3

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.4

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. de Groot en in het openbaar uitgesproken door

mr. A.M.S. Kuipers op 28 juli 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »