RECHTBANK OVERIJSSEL
locatie Zwolle
team familie- en jeugdrecht
zaaknummer: C/08/345197 / FA RK 26-451
beschikking van 23 juli 2026
in de zaak van
[de vader] ,
verder te noemen: de vader,
wonend in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. G.J. Zwolle (voorheen: mr. A. van der Welle),
en
[de moeder] ,
verder te noemen: de moeder,
wonend in [woonplaats 2] (Finland).
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, met bijlagen, binnengekomen op 19 februari 2026.
[minderjarige] is uitgenodigd om met de kinderrechter te praten. [minderjarige] heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
De mondelinge behandeling heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 23 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
-
[naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad).
Ten behoeve van de vader was eveneens aanwezig M. Ablet, tolk Oeigoers.
Aan [naam 2] , ambulant begeleider van de vader, is bijzondere toegang verleend.
De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
2 De feiten
De vader en de moeder hebben een relatie met elkaar gehad.
Zij hebben samen een kind:
[minderjarige] , geboren in [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 2017, verder te noemen: [minderjarige] . [minderjarige] woont bij de vader.
De vader en de moeder hebben samen het gezag over [minderjarige] .
3 Het verzoek
De vader verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair: het gezag over [minderjarige] te wijzigen, in die zin dat de vader voortaan alleen het gezag over hem uitoefent en dit aan te tekenen in het gezagsregister;
subsidiair: de moeder te schorsen in het gezamenlijk gezag op grond van artikel 1:253q jo. 1:253r lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en dit aan te tekenen in het gezagsregister.
4 De beoordeling
De bevoegdheid van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de Nederlandse rechter bevoegd is in deze zaak, omdat [minderjarige] zijn gewone verblijfplaats heeft in Nederland (artikel 7 lid 1 van de Brussel II-ter Verordening (nr. 2019/1111)).
Het toepasselijk recht
Op grond van artikel 15 lid 1 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 is het Nederlands recht van toepassing op het verzoek.
Het gezag
De ontvankelijkheid
De rechtbank kan het gezamenlijk gezag beëindigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechtbank vindt dat hiervan sprake is.1 [minderjarige] heeft namelijk de Nederlandse nationaliteit verkregen. Daarnaast is het contact met de oma (moederszijde) verslechterd. In het verleden kon de vader contact krijgen met de moeder via de oma (die destijds in Turkije woonde), maar de oma is gevlucht naar Duitsland. Het is onduidelijk waar zij precies verblijft en het is lastig om haar te bereiken. De vader heeft op dit moment helemaal geen contact meer met de moeder. Gelet op deze omstandigheden kan de vader worden ontvangen in zijn verzoek.
De standpunten
De vader vindt dat alleen hij met het gezag over [minderjarige] moet worden belast. Ter onderbouwing stelt hij – kort gezegd – het volgende. [minderjarige] woonde vóór 2021 bij zijn moeder en oma (moederszijde) in Turkije. In 2021 is de moeder uit Turkije vertrokken. Zij woont nu in Finland. Omdat de oma de zorg voor [minderjarige] niet langer kon dragen, woont [minderjarige] sinds 2023 bij zijn vader in Nederland. De moeder heeft sinds haar vertrek naar Finland geen contact meer met [minderjarige] gehad. De moeder kan niet voor [minderjarige] zorgen en zij weet niet hoe de Nederlandse maatschappij werkt. De vader heeft ook geen contact met de moeder. Het contact dat er was, verliep via de oma (moederszijde). Dit contact verliep echter moeizaam. De moeder nam weinig van de vader aan en zij werd snel boos. Sinds de oma in Duitsland verblijft, is het (indirecte) contact met de moeder geheel verbroken. De vader stelt dat de moeder instemt met het verzoek en heeft ter onderbouwing daarvan een handgeschreven ondertekende verklaring ingediend met het ID-bewijs van de moeder en een mail.
De moeder heeft geen verweer gevoerd.
Het advies van de raad
De raad adviseert het verzoek van de vader toe te wijzen, zodat de juridische situatie overeenkomt met de feitelijke situatie. De raad vindt wel dat de vader voorbereid moet zijn op vragen die [minderjarige] in de toekomst gaat krijgen over zijn achtergrond. Voor zijn identiteitsontwikkeling is het belangrijk dat [minderjarige] weet wie zijn ouders zijn en waar hij vandaan komt. De raad adviseert de vader een boekje te maken – passend bij de leeftijd van [minderjarige] - over zijn achtergrond en wat hij al heeft meegemaakt. Dat is belangrijk voor zijn identiteitsontwikkeling, maar ook omdat kinderen vaak de neiging hebben om zichzelf de schuld te geven van het ontbreken van contact met een ouder.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal het gezag van de moeder over [minderjarige] beëindigen. Dit betekent dat de vader voortaan alleen de beslissingen over [minderjarige] mag nemen en daarvoor verantwoordelijk is.
Het uitgangspunt van de wet is dat de ouders samen beslissingen moeten nemen over hun kinderen, ook als zij uit elkaar zijn. In sommige situaties kan de rechtbank van dit uitgangspunt afwijken.
In de wet staat dat de rechtbank het gezag van een ouder kan beëindigen als het risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders en de rechtbank niet verwacht dat dat binnenkort beter wordt.2 Dit betekent dat er een risico is dat het kind de dupe wordt van de strijd tussen de ouders. De rechtbank kan het gezag van een ouder ook beëindigen als dit in het belang van het kind noodzakelijk is.3 Dat laatste is hier het geval. De rechtbank zal hieronder uitleggen waarom zij dat vindt.
De vader heeft onweersproken gesteld dat de moeder geen actieve rol speelt in het leven van [minderjarige] . De moeder is in 2021 naar Finland vertrokken. Sindsdien heeft zij [minderjarige] niet meer gezien. Hierdoor weet de moeder niet wat er in het leven van [minderjarige] speelt en kan zij geen goede afweging maken van wat het meest in het belang van [minderjarige] is. Het gegeven dat de moeder niet bekend is met het systeem in Nederland, maakt dit extra ingewikkeld. Ook is het de rechtbank gebleken dat de moeder onvoldoende bereikbaar is om met de vader te overleggen en gezagsbeslissingen over [minderjarige] te nemen. De vader en [minderjarige] kunnen de moeder al lange tijd niet rechtstreeks bereiken. De moeder zoekt zelf ook geen contact met de vader en [minderjarige] . De vader heeft in het verleden wel contact met de moeder kunnen krijgen via de oma van [minderjarige] , maar dit contact verliep niet altijd even goed. Zo is het contact met de moeder over het aanvragen van de Nederlandse nationaliteit voor [minderjarige] moeizaam verlopen. Ook het contact tussen de moeder en oma verloopt soms moeizaam. Sinds de oma naar Duitsland is vertrokken, heeft de vader helemaal geen contact meer met de moeder.
De rechtbank komt op grond van het vorenstaande tot de conclusie dat het (tijdig) nemen van gezamenlijke gezagsbeslissingen niet mogelijk is. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat binnen afzienbare tijd verandering in deze situatie zal of kan komen. Het ontbreekt hierdoor aan de minimaal noodzakelijke basis voor gezamenlijk gezag van de ouders ten aanzien van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Onder deze omstandigheden acht de rechtbank het, met de raad, in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat de vader alleen met het gezag wordt belast. Uit de door de vader overgelegde stukken lijkt de moeder zelf ook in te stemmen met het verzoek van de vader. Het verzoek van de vader zal dan ook worden toegewezen.
De rechtbank zal de wijziging in de gezagsvoorziening, zoals is verzocht, uitvoerbaar bij voorraad verklaren, nu daartoe op grond van artikel 1:253p BW de mogelijkheid bestaat. Dit houdt in dat de vader alleen met het gezag zal zijn belast met ingang van de dag na de datum van deze beschikking, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
Beëindiging van het gezamenlijk gezag neemt niet weg dat het belangrijk is dat [minderjarige] weet wie zijn moeder is, waar hij vandaan komt en waarom bepaalde dingen gebeurd zijn. De rechtbank vertrouwt erop dat de vader [minderjarige] hierover zal informeren op een manier die passend is bij zijn leeftijd. Waar nodig kan de gemeente de vader hierbij helpen.
Schorsing van het gezag
Omdat de rechtbank het primaire verzoek van de vader zal toewijzen, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van het subsidiaire verzoek van de vader.
5 De beslissing
De rechtbank:
beëindigt het gezag van de moeder over [minderjarige] en bepaalt dat met ingang van de dag na de datum van deze beschikking alleen de vader het gezag heeft over [minderjarige] ;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Bos, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. C. Ruiter, griffier. |
||
De rechtbank stuurt een afschrift van deze beschikking naar de Raad voor de Kinderbescherming. De raad neemt de gegevens uit deze beschikking op in zijn registratie.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
-
door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.