RECHTBANK Overijssel
Team Insolventie
Zittingsplaats Almelo
Rekestnummer: NL:TZ:2602530:R-RK
Vonnis van 26 mei 2026
op het verzoek van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank wijst het verzoek af.
1 De procedure
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van maandag 13 april 2026 en 11 mei 2026, waarbij aanwezig was:
- de heer [beschermingsbewindvoerder] ([beschermingsbewindvoerder]) h.o.d.n. [bedrijf], beschermingsbewindvoerder.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2 Het verzoek
[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen.
3 De beoordeling
[verzoeker] is bij brief van 6 februari 2026 opgeroepen om ter zitting van 13 april 2026 om 10:30 uur te verschijnen voor de behandeling van zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (verzoek schuldsanering). [verzoeker] is niet verschenen. [beschermingsbewindvoerder] is wel verschenen en heeft verklaard dat hij [verzoeker] wel had verwacht en dat hij hem zal adviseren om zelf contact op te nemen met de rechtbank.
Op 13 april 2026 heeft [verzoeker] telefonisch contact opgenomen met de griffie van de rechtbank en verklaard dat hij onverwachts met zijn zoontje naar het ziekenhuis moest en daarom niet ter zitting kon verschijnen.
Bij brief van 14 april 2026 is [verzoeker] opnieuw opgeroepen om te worden gehoord op zijn verzoek schuldsanering. Dit keer ter zitting van 11 mei 2026 om 10:30 uur.
Ter zitting van 11 mei 2026 is [verzoeker] wederom niet verschenen. [beschermingsbewindvoerder] heeft ter zitting verklaard dat hij [verzoeker] ’s ochtends nog een berichtje had gestuurd, maar geen reactie had ontvangen. Na de zitting is gebleken dat [verzoeker] telefonisch contact heeft opgenomen met de griffie van de rechtbank en heeft laten weten niet ter zitting te kunnen verschijnen in verband met twee zieke kinderen.
De rechtbank concludeert op grond van vorenstaande dat [verzoeker] er kennelijk tot twee keer toe bewust voor heeft gekozen niet ter zitting te verschijnen, althans dat hij ervoor heeft gekozen om bij zijn kinderen te blijven in plaats van zijn kinderen bij zijn partner c.q. de moeder van zijn kinderen te laten. Zowel in de oproepingsbrieven als tijdens het telefonisch contact met de griffier op 13 april 2026 is [verzoeker] gewezen op de mogelijke gevolgen indien hij niet ter zitting zou verschijnen. De rechtbank ziet geen aanleiding om [verzoeker] voor een derde keer op te roepen en zal op het verzoek beslissen zonder [verzoeker] daarover te hebben gehoord.
De rechtbank concludeert dat [verzoeker] door niet ter zitting te verschijnen om een toelichting te geven op zijn verzoek niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schuldenlast in de drie jaar voorafgaand aan de indiening van zijn verzoek schuldsanering. Ook heeft [verzoeker] niet aannemelijk gemaakt dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichten naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Ten aanzien van de nakoming van de verplichtingen concludeert de rechtbank dat [verzoeker] door niet ter zitting te verschijnen nu reeds de inlichtingenplicht heeft geschonden.
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank het verzoek afwijzen op grond van artikel 288 lid 1 onder b en c Faillissementswet.
4 De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Gewezen door mr. D. van den Berg, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare
terechtzitting van 26 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier1.