ECLI:NL:RBOVE:2026:3476

Datum uitspraak
09-06-2026
Instantie
Rechtbank Overijssel
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12096094 \ CV EXPL 26-496
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gedaagde moet betalen voor opvang en rente betalen. Zij is geen buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd vanwege een oneerlijk beding

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 12096094 \ CV EXPL 26-496

Vonnis van 9 juni 2026

in de zaak van

4KIDS B.V.,

te Heino,

eisende partij,

hierna te noemen: 4Kids,

gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1 4

Kids vordert – samengevat – betaling van twee facturen uit 2022 voor begeleiding en gastouderopvang van het minderjarige kind van [gedaagde]. Op het totaalbedrag heeft [gedaagde] reeds € 550,00 voldaan, waardoor nog een bedrag van € 200,00 openstaat. Daarnaast vordert 4Kids wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.

2.2

[gedaagde] voert verweer bij conclusie van antwoord. Zij erkent dat zij nog een hoofdsom van € 200,00 verschuldigd is, maar betwist de gevorderde bijkomende kosten. Volgens [gedaagde] loopt de zaak inmiddels al acht jaar en is de vordering meerdere malen doorverkocht, waardoor de kosten steeds verder zijn opgelopen. Daarnaast voert zij aan slachtoffer te zijn van de toeslagenaffaire en verwacht zij op korte termijn failliet te worden verklaard. Zij verzoekt daarom het dossier te sluiten. Op de conclusie van repliek heeft [gedaagde] vervolgens niet meer gereageerd.

2.3

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3 De beoordeling

[gedaagde] moet de hoofdsom betalen

3.1

Het gaat in deze zaak om een vordering van € 200,00 ter zake van onbetaald gebleven facturen voor de begeleiding en opvang van het kind van [gedaagde]. [gedaagde] heeft erkend dat zij dit bedrag nog aan 4Kids verschuldigd is, zodat de kantonrechter dit bedrag als vaststaand zal toewijzen.

De wettelijke rente

3.2 4

Kids vordert over dit bedrag wettelijke rente omdat [gedaagde] de facturen van 1 november 2022 en 1 december 2022 niet betaald heeft binnen de betalingstermijn van 14 dagen. Volgens 4Kids ging het hier om fatale betalingstermijnen, waardoor [gedaagde] na het verstrijken van die termijnen in verzuim verkeerde en wettelijke rente verschuldigd was. [gedaagde] heeft betwist dat zij bovenop de hoofdsom nog andere kosten verschuldigd is.

3.3

De kantonrechter overweegt dat anders dan 4Kids stelt, een betalingstermijn op een factuur op zichzelf geen fatale termijn in de zin van artikel 6:83 sub a BW is. Daarvoor is namelijk nodig dat die betaaltermijn vooraf is overeengekomen tussen partijen. Een dergelijke overeenkomst kan niet worden afgeleid uit het (door 4Kids eenzijdig en achteraf) enkel op de facturen vermelden dat binnen 14 dagen na factuurdatum betaald moet worden. Van 4Kids had – in het licht van de betwisting van [gedaagde] – mogen worden verwacht dat zij zou toelichten waaruit dan wel het bestaan van een afspraak over een betalingstermijn blijkt. Dat heeft zij echter niet gedaan. Dat betekent dat om het verzuim te doen intreden in principe een ingebrekestelling in de zin van artikel 6:82 BW vereist is.

3.4

Bij brief van 18 juli 2025 heeft 4Kids [gedaagde] gesommeerd om binnen 14 dagen te betalen. Na het verstrijken van die termijn, op 2 augustus 2025, verkeerde [gedaagde] in verzuim. Vanaf die datum is de wettelijke rente dus verschuldigd. De door [gedaagde] aangevoerde omstandigheden dat de zaak al lang speelt, kosten - in haar visie - onnodig zijn opgelopen en zij in betalingsproblemen verkeert, vormen geen aanleiding om anders te beslissen.

De buitengerechtelijke incassokosten

3.5 4

Kids vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten.

3.6

Het voor de vordering relevante beding in artikel 20 van de Algemene Voorwaarden 4Kids B.V. zijn getoetst en niet eerlijk bevonden. Dit artikel luidt als volgt:

“ 20. Alle kosten die 4Kids gerechtelijk dan wel buitengerechtelijk moet maken ter effectuering van haar rechten zijn voor rekening van de relatie.”

3.7

Het beding over buitengerechtelijke incassokosten wijkt ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling (artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten). Er wordt van uitgegaan dat de consument (in beginsel) verplicht is om alle kosten te betalen die door de eisende partij zijn gemaakt door het niet nakomen van de overeenkomst. Dit kan ertoe leiden dat onbeperkte kosten voor rekening van de consument komen en dit kan meer zijn dan wettelijk is toegestaan. Het beding over de buitengerechtelijke incassokosten wordt daarom als oneerlijk aangemerkt.

3.8

Gevolg van de oneerlijkheid is dat het hiervoor aangehaalde beding buiten toepassing moet worden gelaten. Op het beding kan dus geen beroep worden gedaan. Omdat sprake is van een oneerlijk beding, kan ook niet worden teruggevallen op een eventuele wettelijke regeling (zie ECLI:EU:C:2021:68). De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden daarom afgewezen.

De proceskosten

3.9

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van 4Kids worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

153,77

- griffierecht

€

139,00

- salaris gemachtigde

€

174,00

(2 punten × € 87,00)

- nakosten

€

43,50

Totaal

€

510,27

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1

veroordeelt [gedaagde] om aan 4Kids te betalen een bedrag van € 200,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW hierover met ingang van 2 augustus 2025, tot de dag van volledige betaling,

4.2

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 510,27, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.3

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.4

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.O. Frentrop en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026. (jb)

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »