beslissing
RECHTBANK OVERIJSSEL
Wrakingskamer
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer: 328824 KG RK 25-95
Beslissing van 28 februari 2025
in de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats],
verzoeker tot wraking.
1 De procedure
De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het wrakingsverzoek dat is binnengekomen op 13 februari 2025. Het wrakingsverzoek is verzonden per e-mail op 12 februari 2025 om 19:49 uur. Verzoeker doet hierin een verzoek tot wraking van mr. H.T. Pos, (kinder)rechter in deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de zaken die geregistreerd zijn onder de zaaknummers C/08/328264 / JE RK 25-177 en C/08/328267 / JE RK 25-178.
Mr. Pos heeft in zijn reactie van 20 februari 2025 laten weten niet te berusten in de wraking.
2 De beoordeling
Uit artikel 37 lid 1 Rv volgt dat het wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Een verzoek tot wraking kan in beginsel in elke stand van de procedure worden gedaan. Het verzoek moet evenwel zijn ingediend vóórdat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd (zie HR 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977).
Volgens artikel 5, lid 2, onder d, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Overijssel kan de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder mondelinge behandeling niet-ontvankelijk verklaren indien het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak uitspraak is of wordt gedaan.
De wrakingskamer constateert dat mr. Pos op 12 februari 2025, direct aansluitend op de mondelinge behandeling, mondeling uitspraak heeft gedaan in de zaken met de hierboven genoemde nummers. Het wrakingsverzoek is per e-mail verzonden in de avond van 12 februari 2025. Het wrakingsverzoek is dus gedaan na het tijdstip waarop in de hierboven genoemde zaaknummers uitspraak is gedaan. Om deze reden wordt verzoeker, zonder mondelinge behandeling, niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.
3 De beslissing
De wrakingskamer
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. A. van Holten, voorzitter, mrs. A.A.A.M. Schreuder en M.H. van der Lecq, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier, mr. G.J. Leyendijk, en in openbaar uitgesproken op 28 februari 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.