ECLI:NL:RBOBR:2021:5423
Inhoudsindicatie
Verdachte is veroordeeld voor faillissementsfraude en heeft daardoor in totaal € 803.376,67 wederrechtelijk voordeel verkregen. De redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden met twee jaar en drie maanden. Om die reden wordt de verplichting tot betaling van…
Bovenstaande samenvatting komt van Rechtspraak.nl. Voor de volledige tekst van de uitspraak: uitspraken.rechtspraak.nl »
Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald
- Art. 36e Sr Wetboek van Strafrecht
- Art. 94a Sv Wetboek van Strafvordering
- Art. 126 Sv Wetboek van Strafvordering
- Art. 511b Sv Wetboek van Strafvordering
Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen
- ECLI:NL:RBZWB:2025:6727 — 07-10-2025 Rb. Zeeland-West-Brabant Strafrecht
De rechtbank legt een ontnemingsmaatregel en betalingsverplichting op van € 306.560,- - ECLI:NL:RBZWB:2025:6732 — 07-10-2025 Rb. Zeeland-West-Brabant Strafrecht
De rechtbank legt een ontnemingsmaatregel en betalingsverplichting op van € 252.142,51 - ECLI:NL:GHARL:2025:2067 — 04-04-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden Strafrecht
Politieonderzoek Strauss. Ontneming van wederrechtelijk voordeel uit internationale drugstransporten en witwassen. - ECLI:NL:GHARL:2025:1997 — 04-04-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden Strafrecht
Politieonderzoek Strauss. Ontneming van wederrechtelijk voordeel uit internationale drugstransporten en witwassen. - ECLI:NL:HR:2001:AA9372 — 09-01-2001 Hoge Raad Strafrecht
-