RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 24/3463
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2026 in de zaak tussen
[betrokkene uit woonplaats] , eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van Dantumadiel (het college), verweerder
(gemachtigden: mr. E.F. van der Goot en mr. S. Elzinga ).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam B.V. uit vestigingsplaats]
(gemachtigde: mr. L.J. Gerritsen).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke weigering van het college om informatie openbaar te maken naar aanleiding van het openbaarmakingsverzoek van eiser op grond van de Wet open overheid (Woo). Eiser is het daar niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit.
De rechtbank oordeelt dat het college de zoekslag in eerste instantie te beperkt heeft uitgevoerd. Daarom is het beroep gegrond en zal zij het bestreden besluit vernietigen. Verder zal de rechtbank het college opdragen nog een paar documenten openbaar te maken. Voor het overige laat zij de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand. Verder krijgt eiser zijn griffiegeld terug en krijgt hij een vergoeding toegekend omdat hij te lang heeft moeten wachten op deze uitspraak.
Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Leeswijzer
2. Onder 3. staat het procesverloop van deze zaak. In 4. en 5. staan de standpunten van partijen. In 6. en verder staat de beoordeling van de beroepsgronden, waarbij rechtbank in 7. ingaat op de volgende rechtsvraag:
- Heeft het college de zoekslag voldoende inzichtelijk gemaakt?
In 8. staat de beoordeling van de beroepsgronden, waarbij rechtbank ingaat op de volgende rechtsvraag:
- Heeft het college de zoekslag volledig uitgevoerd?
Daarna gaat de rechtbank in op de volgende rechtsvragen:
- Heeft eiser recht op een dwangsom wegens te laat beslissen op eisers bezwaar? (9.)
- Heeft eiser recht op een schadevergoeding? (10.)
Aan het eind van deze uitspraak, in overweging 12., staan de conclusie van de rechtbank en de gevolgen daarvan. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Procesverloop
3. Op 14 december 2023 heeft eiser bij het college het volgende verzoek ingediend.
“Graag wil ik op grond van de Woo documenten ontvangen welke samenhangen met de ontwikkelingen van het Spoarpark te Feanwâlden. Het gaat om de plannen die de gemeente en/of de [derde-partij] heeft om twee appartementengebouwen te plaatsen en/of een andere ruimtelijke indeling op het Spoarpark te realiseren. Het betreft uitnodigingsbrieven, onderwerplijstjes, agendaplanningen, afsprakenmemo’s, schetsen, tekeningen en/of besprekingsverslagen en dergelijk. Hieronder wordt ook begrepen e-mails en apps tussen betrokken ambtenaren en bestuurders over dit onderwerp.”
Op 4 januari 2024 heeft het college de beslistermijn met twee weken verdaagd vanwege de feestdagen en de opstart van een nieuwe organisatie.
Omdat de informatie ook betrekking heeft op [derde-partij] , heeft het college op
25 januari 2024 aan eiser kenbaar gemaakt dat [derde-partij] gevraagd is haar mening te geven over de voorgenomen openbaarmaking van de verzochte informatie. Eiser heeft laten weten het niet eens te zijn met de algehele opschorting die daaruit voortvloeit.
Het college heeft een zoekslag verricht en met het besluit van 8 februari 2024 (het primaire besluit) een deel van de gevraagde documenten openbaar gemaakt. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit.
Naar aanleiding van het bezwaarschrift heeft het college telefonisch contact opgenomen met eiser. Daarbij is afgesproken dat het college de openbaar gemaakte documenten zal herzien en op een gebruiksvriendelijke manier opnieuw naar eiser zal versturen. Eiser heeft de desbetreffende herziene documenten en de bijbehorende inventarisatielijst ontvangen op 11 april 2024.
Eisers bezwaarschrift is behandeld in een hoorzitting van de bezwarencommissie (bac). Op 20 juni 2024 heeft de bac haar advies uitgebracht aan het college.
In het bestreden besluit van 9 juli 2024 op het bezwaar van eiser heeft het college het primaire besluit in stand gelaten en zijn motivering aangevuld. Dit is overeenkomstig het advies van de bac.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Hierna hebben eiser en het college hun standpunten aangevuld. [derde-partij] heeft laten weten zich te kunnen verenigen met de inhoud van het verweerschrift.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de documenten die het college met toepassing van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan haar heeft overgelegd.
De rechtbank heeft het beroep op 4 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, samen met de heer [naam 1] , en de gemachtigden van het college. De gemachtigde van [derde-partij] heeft zich afgemeld voor de zitting.
Op de zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Zij heeft vervolgens het onderzoek op 9 april 2025 heropend om in een brief van dezelfde datum nadere vragen te stellen aan het college.
Het college heeft in de brief van 21 mei 2025 op deze vragen geantwoord. Eiser en het college hebben vervolgens nog meerdere malen (op elkaar) gereageerd.
Desgevraagd heeft geen van de partijen aangegeven dat zij op een tweede zitting wil worden gehoord. Op 18 augustus 2026 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.
Standpunten van partijen
Wat vindt eiser?
De documenten die eiser wél van het college heeft ontvangen, zijn qua vorm en inhoud en al dan niet gelakt voor hem geen onderwerp van discussie. Wel stelt hij zich op het standpunt dat het college onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe de zoekslag naar de documenten is verricht. Ook vindt hij dat het college de zoekslag onzorgvuldig en onvolledig heeft uitgevoerd.
Verder vindt eiser de verzameling van documenten die hij van het college heeft ontvangen, niet volledig. Zo mist hij nog correspondentie tussen partijen. Eiser heeft een overzicht gemaakt van de documenten waar het volgens hem om gaat. Ook heeft het college de documenten niet op een gebruiksvriendelijke manier aan hem verstrekt.
Ook vindt eiser dat het college niet behulpzaam en niet adequaat heeft gereageerd op het Woo-verzoek. Zo hadden de feestdagen en de opstart van de nieuwe organisatie niet als reden van uitstel mogen gelden. Het besluit van het college om de beslistermijn hierom te verlengen is dan ook onrechtmatig. Verder heeft het college het verweerschrift in bezwaar te laat aan eiser verstrekt. En vervolgens heeft het besluit op bezwaar ook te lang op zich laten wachten. Dat was totaal overbodig in deze zaak. Het Woo-verzoek was namelijk niet complex. De vraagstelling was beperkt, het zoekgebied was beperkt, er hoefde niet veel navraag te worden gedaan, de periode was kort en veel documenten waren eenvoudig te verkrijgen. Vanwege het te laat beslissen op zijn bezwaar is het college ten slotte een dwangsom verschuldigd.
Wat vindt het college?
5. Het college onderschrijft dat feestdagen en de opstart van de nieuwe organisatie niet als reden van uitstel mochten worden genoemd. Toch was een verdaging wel gerechtvaardigd. Het dossier bleek namelijk complex en omvangrijk.
Het besluit op bezwaar is niet buiten de termijn genomen die de Awb daarvoor stelt.1 Volgens het college heeft eiser daarom geen recht op een dwangsom.
Het college stelt zich verder op het standpunt dat het een zorgvuldige zoekslag heeft gedaan en dat de zoekslag voldoende inzichtelijk is gemaakt. Op advies van de bac heeft het college met het bestreden besluit inzichtelijk gemaakt hoe de zoekslag is verricht. Er wordt vermeld welke systemen zijn geraadpleegd, welke zoektermen zijn gehanteerd voor het zoeken naar documenten in de systemen en welke vragen de relevante personen hebben meegekregen. De resultaten zijn gedeeld met eiser. De bac heeft geadviseerd enkele documenten alsnog openbaar te maken. Het college heeft die stukken toegevoegd aan het bestreden besluit en deze zijn als aanvullende stukken openbaar gemaakt. Verder verwijst eiser in zijn aanvullingen op zijn beroepschrift op documenten die al zijn gepubliceerd; vermoedelijk naar aanleiding van een ander Woo-verzoek dan dat van eiser. Het college kan zich dan ook niet vinden in de stelling van eiser dat er nog meer documenten moeten zijn.
Het college merkt tot slot nog op dat in de bezwaarprocedure geen wettelijke verplichting bestaat om een verweerschrift aan te leveren.
Beoordeling door de rechtbank
Het uitgangspunt
6. Bij de beoordeling van de beroepsgronden van eiser is het uitgangspunt van de rechtbank de verzameling documenten die het college openbaar gemaakt heeft op
11 april 2024 (zie 3.4.). Verder stelt de rechtbank vast dat de documenten die eiser wél van het college heeft ontvangen, qua vorm en inhoud en al dan niet gelakt voor hem geen onderwerp van discussie zijn. Daarbij speelt de vraag of eiser als indiener van het Woo-verzoek aannemelijk heeft gemaakt dat er – anders dan het college stelt - méér documenten zijn die openbaar hadden moeten worden gemaakt.
Heeft het college de zoekslag voldoende inzichtelijk gemaakt?
7. Als een bestuursorgaan informatie verstrekt, dan verstrekt het daarbij ook informatie over de methoden die zijn gebruikt om de informatie samen te stellen (de zoekslag). Dit vereiste is neergelegd in de Woo.2 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft de uitleg van dit vereiste nader gespecificeerd.3 Het college heeft in het bestreden besluit zijn motivering aangevuld met informatie over de zoekslag. Hierin heeft hij opgenomen:
-
de systemen die zijn geraadpleegd: Outlook, WhatsApp, Rex, Ibabs en de Verkenner;
-
welke zoektermen er zijn gebruikt: ‘Stationsgebied’, ‘ [derde-partij] ’, ‘Lotus Plaza’, ‘Feanwâlden’;
-
welke specifieke vragen er zijn gesteld bij het voorleggen van het Woo-verzoek aan de desbetreffende ambtenaren.
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt hieruit dat het college acht heeft geslagen op genoemde bepaling in de Woo en op de rechtspraak van de Afdeling. De zoekslag zoals deze uiteindelijk heeft plaatsgevonden (zie onder) heeft het college voldoende inzichtelijk gemaakt. Deze beroepsgrond van eiser slaagt dus niet.
Heeft het college de zoekslag volledig uitgevoerd?
8. Uit de rechtspraak volgt dat op het bestuursorgaan een flinke inspanningsplicht rust om de volledigheid van de zoekslag aan te tonen.4 Als het bestuursorgaan aan die verplichting heeft voldaan, dan is het aan de indiener van het Woo-verzoek om aannemelijk te maken dat er nog meer documenten moeten zijn.5 De formulering van het Woo-verzoek is daarbij bepalend voor de reikwijdte.6 Over een te ruime opvatting van het verzoek kan niet worden geklaagd.7
Naar aanleiding van eisers Woo-verzoek heeft het college een zoekslag als beschreven in 7. gedaan en bij zijn besluit van 8 februari 2024 documenten openbaar gemaakt. Vervolgens heeft het college naar aanleiding van eisers bezwaar een tweede zoekslag uitgevoerd en weer documenten openbaar gemaakt. Naar aanleiding van het bac-advies heeft het college een derde zoekslag gedaan en opnieuw documenten openbaar gemaakt bij zijn beslissing op bezwaar. Vervolgens heeft het college een vierde zoekslag gedaan naar aanleiding van eisers beroep en ten slotte een vijfde zoekslag naar aanleiding van de aanvullingen van het beroepschrift. Ook deze zoekslagen hebben telkens documenten opgeleverd, die ook openbaar gemaakt zijn. Na heropening van het onderzoek heeft de rechtbank aan het college nadere vragen gesteld. Bij beantwoording ervan heeft het college wederom documenten openbaar gemaakt. Het college heeft daarbij kenbaar gemaakt dat er nu écht geen documenten meer zijn die openbaar gemaakt kunnen worden.
De rechtbank stelt vast dat het verzoek van eiser bij het college zeker zes maal tot een zoekslag heeft geleid, waarbij telkens documenten zijn aangetroffen die openbaar gemaakt konden worden. Hieruit kan alleen maar de conclusie volgen dat het college de zoekslag in eerste instantie onzorgvuldig en niet volledig heeft uitgevoerd. Op dit punt heeft eiser gelijk en is het beroep gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit daarom vernietigen. Het college zal aan eiser het door hem betaalde griffierecht moeten vergoeden.
Omdat het college in de loop van de procedure de zoekslag alsnog volledig en inzichtelijk heeft uitgevoerd, zal de rechtbank beoordelen of de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand kunnen blijven.8 Dit doet zij aan de hand van haar bij 3.10 genoemde brief aan verweerder, de conclusie van dupliek en de conclusie van repliek.
De inhoud van de brief van de rechtbank aan verweerder luidt als volgt.
“Uit het beroepschrift van eiser van 10 augustus 2024
-
Er was een transactie in voorbereiding over het ruilen van gronden. Hiervan zijn geen stukken aangetroffen.
-
In het collegevoorstel 2023-221759 blijkt dat er stedenbouwkundige redenen zijn voor een andere locatie dan het Chinees restaurant. Hiervan zijn geen stukken aangetroffen. De rechtbank merkt hierbij op dat dit voorstel adviezen/mails noemt van “ [initialen] 5-10-2023” en “ [initialen] 10-10-2023, welke stukken zij ook niet heeft aangetroffen.
Uit de reactie van 9 december 2024 van eiser op het verweerschrift
3. Er is correspondentie geweest met de stedenbouwkundige over kleuren: “er moet een opdracht zijn, rekening, document waarin advies, ook voor overleg H+H”. Hiervan zijn geen stukken aangetroffen.
4. Er is correspondentie geweest met de planeconoom. Hiervan zijn geen stukken aangetroffen.
5. Uit de stukken valt op te maken dat ambtenaar #1 op 1 juni 2022 de taken overdroeg ambtenaar #2. Hiervan zijn geen stukken aangetroffen.
6. Uit het verslag van 10 februari 2023 onder 2 blijkt, dat grondzaken en juridische zaken is gevraagd aanwezig te zijn. Van uitnodigingen, afspraakmemo’s, documenten vooroverleg etc. zijn geen stukken aangetroffen.
7. Uit het verslag van 10 februari 2023 onder 2 en het verslag van 21 februari 2023 onder 2 blijkt dat ambtenaar #4 een landschappelijke inpassing maakt. Hiervan zijn geen stukken aangetroffen.
8. Voorafgaand aan het rapport van FUMO van 1 september 2022, moet er communicatie zijn geweest voor wat betreft een opdracht of verzoek betreffende dat rapport. Hiervan zijn geen stukken aangetroffen.
9. Waarom is er bij de zoekslag niet gezocht op “Juliusstrjitte” en/of “Herontwikkeling Juliusstrjitte”, terwijl deze benaming voor het plan wel in de stukken is gebruikt?
Uit het aanvullend beroepschrift van eiser van 18 februari 2025
10. In het bericht van 15 augustus 2022 wordt melding gemaakt van het intakeformulier van FUMO en twee tekeningen. Hiervan zijn geen stukken aangetroffen.
10. Over diverse mails: een mail van 8 september 2022 die rept over een “cc van die e-mailwisseling”. Welke mailwisseling is dat?
10. Verwijzing naar de opmerking “vandaar dat ik het je toch maar stuur”. Over welk verstuurde stuk gaat dit en zit dat bij de stukken?
10. Verwijzing naar een mail die over een tekening gaat. Welke is dat, zit die bij de stukken?
10. In de verslagen van 26 januari 2023, 10 februari 2023 en 22 februari 2023 wordt melding gemaakt van een memo over het niet toepassen van het Didam-arrest. Hiervan zijn geen stukken aangetroffen.
10. Op 8 mei 2023 is er een aanmelding gedaan bij Wetterskip Fryslân. Hiervan zijn geen stukken aangetroffen.
10. Het collegevoorstel van 17 oktober 2023 bevat bijlagen. Hiervan zijn geen stukken aangetroffen.
10. Publicatie website/officiële bekendmakingen. Er zijn geen documenten die bewijzen dat de publicatie heeft plaatsgevonden. Uit het gemeenteblad is geen publicatie bekend. Ook bij navraag is niet duidelijk gemaakt wanneer de publicatie heeft plaatsgevonden.
De verklaring van de gemeentesecretaris
De rechtbank heeft kennis genomen van de verklaring van de gemeentesecretaris die u ter zitting heeft overgelegd. Zij merkt op dat deze verklaring erg algemeen van aard is en daardoor de volgende vragen oproept.
18. Hoe kan het dat van de gehele periode waarop het Woo-verzoek ziet:
a. geen enkel afdelingsverslag is opgemaakt dan wel aangetroffen;
b. geen enkel verslag is opgemaakt dan wel aangetroffen van portefeuilleoverleg;
c. geen enkel stuk is opgemaakt dan wel aangetroffen van agendavastlegging;
d. geen enkele telefoonnotitie is opgemaakt dan wel aangetroffen?”
Met onder andere de brief van 21 mei 2025 heeft verweerder hierop puntsgewijs en als volgt gereageerd.9
“1. Tijdens de uitvoering van de zoekslag zijn deze stukken niet aangetroffen. De gesprekken hierover hebben mondeling plaatsgevonden. Dit blijkt ook uit gespreksverslagen die openbaar zijn gemaakt (documenten 2, 4, 5a, 10 en14, gesprekken op
15 november 2022, op 26 januari 2023, op 10 februari 2023, op 15 maart 2023 en op
18 juli 2023 en in het e-mailbericht van 2 mei 2023 wordt hieraan gerefereerd, dat bij document 15a is terug te vinden). Er zijn dus wel documenten openbaar gemaakt met betrekking tot de voorgenomen grondruil (zie ook het collegevoorstel van 11 oktober 2023 met zaaknummer 2023-221759). Meer documenten zijn er niet aangetroffen.
2. In onze collegevoorstellen wordt gewerkt met “In dit voorstel is meegenomen het advies/mail van”. Dit houdt in dat er een nacontrole is geweest op het collegevoorstel en bijlages. In dit geval hebben [initialen] en [initialen] (initialen van de betrokkenen van de betreffende disciplines) het collegevoorstel en de bijlage gecontroleerd en mondeling akkoord gegeven door het collegevoorstel te tekenen. Dit betreffen dus geen adviezen/mails.”
3. Zoals tijdens de zitting op 4 maart 2024 aangegeven, heeft de gemeente Dantumadiel een stedenbouwkundige in dienst. Er is dus geen sprake van een externe stedenbouwkundige en dat maakt dat er mondeling geadviseerd wordt. Wij kunnen hiervan dan ook geen stukken overleggen. Tijdens de zitting op 4 maart 2024 is wat dit betreft ook aangegeven dat de aanvraag bij hûs en hiem op 23 februari 2024 is gedaan, dus (ver) na het Woo-verzoek van 14 december 2023. Daarom is die aanvraag niet openbaar gemaakt en zit die niet bij de stukken.”
4. Zie ook het antwoord op vraag 3 hierboven. Eiser stelt in zijn reactie op het verweerschrift van 9 december 2024 dat er correspondentie is geweest met de planeconoom, maar dat is dus niet het geval. Op pagina 285 van de openbaar gemaakte documenten (document 16) staat in reactie op artikel 15 van de anterieure overeenkomst weliswaar dat de gemeente de planeconoom nog zou laten kijken naar een inschatting van de exploitatiebijdrage, maar het advies/die terugkoppeling door de planeconoom is dus mondeling gegeven. Hier zijn geen documenten van aangetroffen bij de zoekslag naar aanleiding van onderhavig Woo-verzoek.
5. In het herziene besluit van 11 april 2024 wordt op pagina 3 vermeld dat ambtenaar #1 zijn/haar taken heeft overgedragen aan ambtenaar #2. Laatstgenoemde heeft vervolgens een beoordeling gegeven van de relevante milieuaspecten die van invloed zijn op het besluit. Op pagina 5 wordt voorts gerefereerd aan twee kadastrale kaarten, welke zijn opgenomen in het bijbehorende taxatierapport, te vinden op respectievelijk pagina 105 en 107 van voornoemd herziene besluit. De in het besluit aangehaalde visie op het park is opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing, zoals vastgesteld op 19 december 2018, en terug te vinden op bladzijde 246 van het herziene besluit van 11 april 2024. Daarnaast wordt in de tekst op pagina 5 melding gemaakt van een nadere voorwaarde gesteld door projectleider [initialen] , luidende: “we gaan geen gronden verkopen en de bestaande infra moet in stand blijven.” Ter zake zijn geen aanvullende documenten of onderliggende stukken aangetroffen op basis van de verrichte zoekslag.
6. Zoals ook tijdens de zitting op 4 maart 2024 is aangegeven, is het college van mening dat een enkele uitnodiging in een digitale agenda, waaruit slechts blijkt welke personen om welk tijdstip een overleg met elkaar hebben, geen document betreft in de zin van de Woo. Dit agenda-item houdt naar zijn aard géén verband met de publieke taak van het college. Andere documenten zijn niet aangetroffen, waarbij ook wordt gewezen op de verklaring van de gemeentesecretaris die ter zitting is overgelegd.
7. In de betreffende verslagen staat enkel dat de betreffende medewerker van de gemeente zich bezig gaat houden met de landschappelijke inpassing. Uit de zoekslag blijkt dat er geen document is aangetroffen, het college beschikt dus niet over dit document.
8. Op 14 januari 2025 hebben wij een Woo-verzoek ontvangen, waarin een verzoeker de FUMO verzoekt om informatie met betrekking tot de realisatie van twee appartementengebouwen op de locatie Lotus Plaza, Stasjonswei 1 te Feanwâlden. In het besluit van 29 januari 2025 is besloten de gevraagde informatie te verstrekken, dan wel – indien verstrekking niet mogelijk was – een motivering te geven. Met betrekking tot dit punt verwijzen wij naar de reeds openbaar gemaakte documenten: Woo verzoek Lotus Plaza Feanwâlden | Gemeente Dantumadiel. Omdat deze documenten inmiddels openbaar zijn gemaakt, kan het bestreden besluit met toepassing van artikel 6:22 van de Awb in stand worden gelaten of met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb kunnen na een vernietiging van het besluit de rechtsgevolgen in stand worden gelaten.
9. Ter zitting heeft het college de vraag als volgt beantwoord: deze termen worden formeel niet gebruikt voor het project. Wij hebben echter besloten om de zoekslag nogmaals uit te voeren met de hiervoor genoemde zoektermen. Deze zoekslag heeft echter geen nieuwe resultaten opgeleverd.
Onderstaande vragen hebben betrekking op het Woo-besluit van 29 januari 2025. Woo verzoek Lotus Plaza Feanwâlden | Gemeente Dantumadiel. Opgemerkt zij dat tegen dit besluit bezwaar is gemaakt. Op 1 mei 2025 heeft het college de beslissing op bezwaar verzonden. De beroepstermijn loopt thans nog.
10. Op 22 april 2025 hebben wij nogmaals de vraag uitgezet bij de FUMO en zij hebben een nadere zoekslag verricht. De FUMO heeft het intakeformulier en de twee tekeningen vervolgens aangeleverd. Deze documenten zijn openbaar gemaakt bij de beslissing op bezwaar die op 1 mei 2025 is verzonden. Voor de volledigheid zijn deze documenten bijgevoegd.
11. Deze e-mailwisseling treft uw rechtbank aan op pagina 16 in het besluit van
29 januari 2025.
12. Dit treft uw rechtbank aan op pagina 9 van de documenten die betrekking hebben op het Woo-besluit van 29 januari 2025.
13. We hebben deze vraag als volgt uitgezet bij de FUMO: “In onderstaande mail wordt gesproken over eventuele toekomstige tekenen voor het advies, hebben jullie deze tekeningen ooit nog ontvangen? Voor ons is namelijk niet duidelijk of dat het geval is en of jullie daar over beschikken.” Hierop hebben wij de volgende reactie ontvangen: “Mbt vraag 2 is het antwoord nee. We hebben die tekening niet ontvangen.”
Uit de reactie blijkt dat de tekening niet door de FUMO is ontvangen en dus ook niet is verzonden door de gemeente Dantumadiel.
14. Op 17 februari 2025 heeft de heer Van der Goot een brief aan de rechtbank verzonden. Hierin wordt uitleg gegeven aan het “ontbrekend memo”, echter zijn wij genoodzaakt om nogmaals uitleg geven. Er bestond een voornemen om een memo op te stellen, maar na telefonisch overleg is besloten dat dit niet meer nodig was, omdat de gemeente voldoende was geïnformeerd over de strekking van de Didam-jurisprudentie. Hiervoor wijzen wij uw rechtbank naar de brief met bijlage van 17 februari 2025.
15. Op 8 mei 2023 is een digitale watertoets gedaan bij Wetterskip Fryslân, zo blijkt uit pagina 422 van de openbaar gemaakte documenten (document 24a – het concept van de omgevingsvergunning). De digitale watertoets is als bijlage 7 bij het concept van de omgevingsvergunning gevoegd (pagina 634). Dit document is dus openbaar gemaakt.
16. In de herziene documenten (d.d. 11 april 2024) is het collegevoorstel van
17 oktober 2023 te vinden op pagina 373. De bijbehorende bijlages zijn: CV ruiling gronden stationsgebied Feanwalden, Luchtfoto stationsgebied en 231006 SO-S2 Situatie Verkaveling met Weg. CV ruiling gronden stationsgebied Feanwalden: pagina 370, herziene documenten, 11 april 2024. Luchtfoto stationsgebied: kadastrale variant, pagina 106, herziene documenten, 11 april 2024. SO-S2 Situatie Verkaveling met Weg: beslissing op bezwaar 9 juli 2024 (verzonden 10 juli 2024), Woo-verzoek Ontwikkelingen Spoarpark
17. De publicatie van de aanvraag omgevingsvergunning heeft plaatsgevonden op
14 februari 2024 in het Gemeenteblad (Gemeenteblad 2024, nr. 62738).
18 a. Zoals eveneens in de verklaring is opgenomen, wordt binnen de gemeente geen gebruik gemaakt van het opstellen van afdelingsverslagen. In de bijlage Directieverklaring 2.0 treft uw rechtbank een meer uitgebreide toelichting in de vorm van een directieverklaring aan.
18 b. Zie hiervoor de bijlage Directieverklaring 2.0.
18 c. Zoals ook tijdens de zitting op 4 maart is aangegeven, is het college van mening dat een enkele uitnodiging in een digitale agenda, waaruit slechts blijkt welke personen om welk tijdstip een overleg met elkaar hebben, geen document betreft in de zin van de Woo. Dit agenda-item houdt naar zijn aard géén verband met de publieke taak van het college.
18 d. Het is geen vast gebruik binnen de gemeente dat er telefoonnotities worden opgemaakt. De telefonische informatie wordt op andere wijze gedeeld als daar aanleiding voor bestaat, bijvoorbeeld in een overleg of in een e-mailbericht. Er is ook geen formele verplichting om telefoonnotities op te stellen. In dit geval is er dus geen enkele telefoonnotitie aangetroffen.”
Met onder andere de brief van 17 juni 2025 heeft eiser op de brief van het college puntsgewijs en als volgt gereageerd.
“1. Behalve bij de stukken welke gesprekverslagen op zijn gemaakt door medewerker van de projectontwikkelaar en welke openbaar zijn gesteld, zal er intern ook mail verkeer zijn geweest tussen de deelnemers van de gemeente die met de projectontwikkelaar samen werkten. Dit geldt tussen de heer [initialen] ( afdeling ruimtelijke ordening), de heer [initialen]
( grondzaken ), mevrouw [initialen] ( afdeling juridische zaken) en/of portefeuillehouder de heer [naam 2] . Tevens is er een afspaak geweest tussen de fiscalist van de gemeente en een fiscalist van [derde-partij] : verslag Feanwâlden WOK locatie d.d. 17 april 2023. Ook waren betrokken een landschapsarchitekt en een planeconoom. Deze personen hebben ook moet beschikken over documenten wat elk van de partijen wilen. De mededeling van de gemeente dat geen documenten zijn aangetroffen is ongeloofwaardig. Ook is er geen melding vermeld dat navraag is gedaan bij deze personen.
2. De gemeente stelt dat de medewerkers mondeling akkoord hebben gegeven door het
collegevoorstel te tekenen. Van de ondertekening is geen bewijs geleverd. Uit oogpunt van audittrail is een ondertekening van akkoordbevinding nodig. Immers een mondelinge instemming is later niet na te gaan. Dit verhaal komt ongeloofwaardig over. Verder zijn er twee verschillende data aangeleverd: 5-10-2023 voor mevr. [initialen] en 10-10-2023 voor de heer [initialen] . Op 11-10-2023 heeft de medewerker vastgoed en grondzaken de stukken compleet gemaakt. Deze ambtenaar moet dan in bezit zijn geweest van de instemming van [initialen] en [initialen] . Op 17 oktober 2023 waren [initialen] en [initialen] niet aanwezig bij het collegeoverleg, trouwens medewerker vastgoed en grondzaken ook niet.
3. Of de stedebouwkundige in dienst of zelfstandig werd ingehuurd is niet van belang. Zijn advies zou normaliter bij de stukken horen. Ook niet bij de stukken van besluit van
29-10-2024 zat geen aanvraag 23 februari 2024 aan H+H. Trouwens de papieren bijlage ontbreekt hier. Deze aanvraag is later ingetrokken. Ook latere aanvraag ontbrak in latere stukken.
4. Voor een planeconoom moet voor een exploitatiebijdrage toch over de documenten beschikken en terugrapporteren. Juist omdat het gaat over financiële berekeningen komt het gestelde ongeloofwaardig over.
5. Er zullen documenten zijn overgedragen en opgenomen in het dossier, voor 1-1-24 bijgehouden in Dokkum. Er is geen begin van bewijs dat hier navraag over is gedaan bij de gemeente Noardeast Fryslân.
6. Het punt van de gemeente dat agenda-afspraken niet onder de Woo zouden vallen klopt niet. Het plaatsvinden van de bijeenkomst en het onderwerp ervan zijn wel degelijk een bestuurlijke aangelegenheid. De verklaring van de gemeentesecretaris behandel ik in punt 18.
7. Deze handelswijze kom niet plausibel over. Niet omdat een landschappelijke inpassing als grondslag moet dienen voor de beoordeling bij H+H ( Hús en Hiem). H+H maakt in zijn bericht d.d. 19 september 2024 (bijlage 4) opmerkingen over de landschappelijke indeling, dan zou een document zijn gemaakt en ingeleverd bij deze instantie.
8. Het opvragen van gegevens is geschied door een dorpsbewoner bij FUMO nadat de gemeente Dantumadiel ( en ook gemeente NEF als penvoerder voor 1-1-24 ) berichten niet over deze gegevens te beschikken. FUMO verwees vervolgens naar de gemeente, maar door te verwijzen naar uitspraak 201606318_1_A3- RVS, kwam toch bekendmaking door de gemeente. Deze documenten had de gemeente reeds op 8 februari 2023 bekend moeten stellen. Bijlage 3
9. Dit neem ik ter kennisname.
10. Ook dit neem ik ter kennisname.
11. Ter kennisname
12. Ter kennisname
13. Ter kennisname
14. Behalve de onjuiste aanduiding van het dienstverband van [naam 3] is niet aangeduid met wie het telefonisch overleg heeft plaatsgevonden. Met mevr. [initialen] ( jur.zaken)? Of de heer van Vastgoed en Ruimtelijke Ordening? Of met beiden? Het is duidelijk dat er concepten zijn geweest en dan meerdere “gemeenteleden” kennis van deze concepten hebben genomen, ook gezien hun mededelingen op de vergadering van 15 maart 2023
( document 11).
15. Zat niet bij pakket 8 februari 2023
16. Hier missen de mails/adviezen [initialen] en [initialen] : zie punt 14
17. Het gaat hierbij niet over de aanvraag maar om de publicatie van voornemen grondruil.
Document 18: besluit nr 4. Het voornemen van grondruil is niet gepubliceerd in het gemeenteblad bij officële bekendmakingen. Alleen opname op de eigen website is onvoldoende.
18. De verklaring van de gemeentesecretaris komt ongeloofwaardig over. Een gemeente werkt met mandaten. Voor deze mandaten zijn bevoegdheden en verantwoordingsvoorwaarden vastgelegd. Intern en via accountantscontrole wordt dit gecontroleerd. Bij afwijking hiervan zal de gemeente geen goedkeurende verklaring van de jaarstukken verkrijgen. De maandaten schrijven geregeld overleg en/of informatie tussen ambtenaren en bestuurders voor. Dit zal in hoofdzaak via mailverkeer of schriftelijk geschieden, zodat de verantwoording er is via een audittrail voor de controle. Voor
1-1-2024 gold dit nog meer omdat bestuurders in Damwâld zaten en groot deel van de ambtenaren in Dokkum, vijf kilometer daar vandaan. Voor wat betreft de agenda-items: Ook agenda -afspraken vallen onder de Woo. Het plaatsvinden van de bijeenkomst en het onderwerp ervan zijn wel degelijk een bestuurlijke aangelegenheid. Wat betreft de afdelingsbijeenkomsten: de gemeente zegt dat er geen officiele notulen worden gemaakt
van bijeenkomsten etc. Dat moet haast wel betekenen dat de individuele betrokkenen hiervan wél notulen maken, mails bijhouden en/of in computersystemen de voortgang bewaken. Ook bij de leidinggevende zal ook inzicht moeten hebben op verblijf en afdoening van documenten en processen, alleen al als sprake is van vervanging, zoals bij ziekte of ontslag. Hoe moeten medewerkers anders onthouden wat is afgesproken en dit vervolgens omzetten in acties. De Woo is niet beperkt tot ‘officiele’ verslagen. Ook als er post-its, notitieblokjes, concepten of wat voor papieren documenten of eigen ‘note-takers’ of wat dan ook zijn gebruikt, dit valt allemaal onder de Woo. Uit de antwoorden van de gemeente valt niet op te maken dat ze deze mogelijkheid hebben onderzocht, laat staat hiernaar hebben gezocht, en bij collega’s om verzocht. Dat had wel gemoeten op grond van uitvoering van zoekslagen.”
De rechtbank stelt het volgende vast.
In antwoord op de brief van de rechtbank genoemd bij 8.4., geeft het college aan dat er geen nadere documenten zijn, of zijn aangetroffen, bij de vragen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9, 13 en 14. Ook geeft het college aan dat er al documenten openbaar zijn gemaakt, in antwoord op de vragen 8, 10, 11, 12, 15, 16 en 17. In antwoord op vraag 6 merkt het college ook nog op dat het agenda-item naar zijn aard géén verband houdt met de publieke taak van het college.
De antwoorden van het college op de vragen 8, 9, 10, 11, 12, 13 en 17 worden door eiser niet inhoudelijk tegengesproken. Wel neemt eiser het definitieve standpunt in dat er (meer) documenten moeten zijn, ten aanzien van de vragen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 14 en 16.
Eiser acht op deze vragen de antwoorden van het college ook ongeloofwaardig.
Het college heeft aan de rechtbank een brief van de gemeentesecretaris overgelegd, waarin is opgenomen dat binnen de gemeente geen gebruik gemaakt wordt van het opstellen van afdelingsverslagen. In antwoord op vraag 18 heeft het college bij zijn brief van
21 mei 2025 hierop een meer uitgebreide toelichting in de vorm van een directieverklaring overgelegd, waarin het volgende wordt verklaard:
“In de beroepsprocedure LEE 24/3463 WOO heeft de heer [betrokkene] een aanvullend
beroepschrift ingediend. Hierin stelt hij dat afdelingsverslagen en portefeuilleverslagen ontbreken in het Woo-besluit.
De directie wenst hierover te verklaren dat binnen de gemeente Dantumadiel geen
afdelingsverslagen of portefeuilleverslagen worden opgesteld. Dit komt doordat deze
overleggen op informele wijze worden afgedaan.
In plaats van formele verslagen worden er andere manieren van informatieuitwisseling gebruikt. Dit zijn bijvoorbeeld mondelinge rapportages naar het management. Daarnaast hanteren wij een cultuur van vertrouwen waarin afdelingen veel autonomie hebben. Verslaglegging wordt alleen ingezet bij uitzonderingen.
De gemeente Dantumadiel stelt geen verslag op van portefeuillehoudersoverleggen om verschillende – soms praktische – redenen. Portefeuillehoudersoverleggen tussen wethouders en ambtenaren (of wethouders onderling) worden vaak gezien als informele of voorbereidende gesprekken. Er is dan geen formele verslaglegging, omdat het overleg bedoeld is om standpunten te verkennen en er nog geen
besluitvorming plaatsvindt.
Daarnaast is er ook geen formele verplichting om portefeuillehoudersoverleggen vast te leggen. Zonder verplichting vervalt de noodzaak om structureel te notuleren. Tevens is het niet opstellen van verslagen een bewuste keuze om tijd en middelen te besparen, zeker nu de uitkomsten van het overleg elders (bijvoorbeeld in een collegevoorstel) alsnog worden vastgelegd.”
Kortom, in zijn reactie betwist eiser het definitieve standpunt van het college dat met de laatste zoekslag alle beschikbare documenten openbaar gemaakt zijn. Daar staat tegenover dat het college met zijn uitgebreide toelichting de stellingen van eiser op toereikende wijze heeft weersproken. Daarbij wijst het college er terecht op dat verschillende documenten al openbaar waren gemaakt. Ook heeft het college met de uitgebreide verklaring van de directie over het ontbreken van afdelingsverslagen of portefeuilleverslagen de stellingen van eiser daarover heeft weersproken. Hoewel deze werkwijze binnen de gemeente de rechtbank ongebruikelijk voorkomt, kan zij aan die ondertekende verklaring niet voorbijgaan. Zoals vermeld bij rechtsoverweging 8. is het dan aan eiser om zijn stelling dat er meer documenten zijn, aannemelijk te maken. De rechtbank komt tot het oordeel dat eiser daarin niet is geslaagd. De rechtbank kan daarvoor in het betoog van eiser onvoldoende concrete aanknopingspunten vinden: eiser voert hoofdzakelijk veronderstellingen aan om aannemelijk te maken dat er méér stukken zijn.
Wel is de rechtbank van oordeel dat de – door het college wél aangetroffen - digitale agenda’s onder het Woo-verzoek van eiser vallen en alsnog openbaar moeten worden gemaakt. Uit die agenda’s blijkt immers op zijn minst wanneer een vergadering heeft plaatsgevonden, wie daarbij waren en – naar de rechtbank aanneemt – waarover de vergadering ging. Dat maakt zo’n agenda tot een bestuurlijke aangelegenheid. Het college kan dan desgewenst de persoonsgegevens weglakken met toepassing van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo. Het college moet dus de digitale agenda’s alsnog, al dan niet gelakt, openbaar maken. Voor het overige zal zij bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Heeft eiser recht op een dwangsom wegens te laat beslissen op eisers bezwaar?
9. De rechtbank wijst eisers verzoek om een dwangsom vanwege het te lang moeten wachten op de beslissing op bezwaar af, reeds omdat de Woo de mogelijkheid uitsluit om in zo’n geval een dwangsom op te leggen.10
Heeft eiser recht op een schadevergoeding?
10. Eiser heeft lang moeten wachten op het sluiten van het onderzoek en het bekend maken van deze uitspraak. De rechtbank betreurt dat zeer en is van oordeel dat eiser daarom recht heeft op een vergoeding vanwege het overschrijden van de redelijke termijn van berechting.
De redelijke termijn voor de behandeling van het beroep inclusief de bezwaarschriftprocedure bedraagt in beginsel maximaal twee jaren, te rekenen vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuursorgaan. De behandeling van het bezwaar mag ten hoogste een half jaar duren en de behandeling van het beroep ten hoogste anderhalf jaar. Per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden bestaat recht op een schadevergoeding van € 500,-, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond. In deze zaak betekent dit het volgende.
Vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift door het college op 15 februari 2024 tot de datum waarop de rechtbank deze einduitspraak doet, zijn twee jaren en bijna acht maanden verstreken. De redelijke termijn is dan ook met bijna acht maanden overschreden. De rechtbank stelt de schadevergoeding vast op een bedrag van tweemaal € 500,- =
€ 1.000,-. De termijnoverschrijding is geheel toe te wijzen aan de rechtbank. Dit heeft tot gevolg dat de Staat der Nederlanden de vergoeding van € 1.000,- aan eiser moet betalen.
11. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Conclusie en gevolgen
12. Het beroep is gegrond. Wegens strijd met artikel 2.4., derde lid, van de Woo, vernietigt de rechtbank daarom het bestreden besluit. Het college moet de digitale agenda’s alsnog, al dan niet gelakt, openbaar maken. Voor het overige laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit in stand.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het beroep gegrond;
-
vernietigt het besluit van 9 juli 2024;
-
bepaalt dat het college de digitale agenda’s, al dan niet gelakt, alsnog openbaar moet maken;
-
bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit voor het overige in stand blijven;
-
bepaalt dat het college het griffierecht van € 187,- aan eiser moet vergoeden;
-
bepaalt dat de Staat der Nederlanden een schadevergoeding van € 1.000,- aan eiser moet betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, rechter, in aanwezigheid van
K.D. Bosklopper, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2026.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:72
1. Indien de bestuursrechter het beroep gegrond verklaart, vernietigt hij het bestreden besluit geheel of gedeeltelijk.
2 De vernietiging van een besluit of een gedeelte van een besluit brengt vernietiging van de rechtsgevolgen van dat besluit of van het vernietigde gedeelte daarvan mee.
3 De bestuursrechter kan bepalen dat:
a. de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit of het vernietigde gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk in stand blijven, of
b. zijn uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit of het vernietigde gedeelte daarvan.
(…)
Wet open overheid
Artikel 2.4.
1. Een bestuursorgaan draagt er zorg voor dat de documenten die het ontvangt, vervaardigt of anderszins onder zich heeft, zich in goede, geordende en toegankelijke staat bevinden.
2 Een bestuursorgaan draagt er zoveel mogelijk zorg voor dat de informatie die het overeenkomstig deze wet verstrekt, actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar is.
3 Indien een bestuursorgaan overeenkomstig deze wet informatie openbaar maakt, geschiedt dat op zodanige wijze dat de belanghebbende en belangstellende burger zoveel mogelijk wordt bereikt en op de volgende algemeen toegankelijke wijze:
a. in een voor hergebruik beschikbare vorm die voldoet aan de voorwaarden van de Wet hergebruik van overheidsinformatie;
b. of, indien verstrekking in een machinaal leesbaar open formaat redelijkerwijs niet gevergd kan worden, in andere elektronisch doorzoekbare vorm;
c. of, indien elektronische verschaffing redelijkerwijs niet gevergd kan worden, door verstrekking van een kopie van de letterlijke inhoud ervan in andere vorm te verstrekken;
d. of, indien verstrekking van een kopie of de letterlijke inhoud redelijkerwijs niet gevergd kan worden, door een uittreksel of een samenvatting van de inhoud te geven, inlichtingen daaruit te verschaffen of door terinzagelegging.
4 Een bestuursorgaan is niet verantwoordelijk voor de juistheid of de volledigheid van door derden opgestelde informatie.
5 Indien het bestuursorgaan kennis draagt van de onjuistheid of onvolledigheid van de verstrekte informatie, doet het hiervan mededeling.
6 Indien het bestuursorgaan informatie verstrekt, verstrekt het zo nodig, en voor zover deze informatie voorhanden is, tevens informatie over de methoden die zijn gebruikt bij het samenstellen van de informatie.
Artikel 4.4.
1. Het bestuursorgaan beslist op het verzoek om informatie zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken gerekend vanaf de dag na die waarop het verzoek is ontvangen.
2 Het bestuursorgaan kan de beslissing voor ten hoogste twee weken verdagen, indien de omvang of de gecompliceerdheid van de informatie een verlenging rechtvaardigt. Van de verdaging wordt voor de afloop van de eerste termijn schriftelijk gemotiveerd mededeling gedaan aan de verzoeker.
3 Onverminderd artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de termijn voor het geven van een beschikking opgeschort gerekend vanaf de dag na die waarop het bestuursorgaan de verzoeker meedeelt dat toepassing is gegeven aan artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht, tot en met de dag waarop door de belanghebbende of belanghebbenden een zienswijze naar voren is gebracht of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
4 Indien de opschorting, bedoeld in het derde lid, eindigt, doet het bestuursorgaan daarvan zo spoedig mogelijk mededeling aan de verzoeker, onder vermelding van de termijn binnen welke de beschikking alsnog moet worden gegeven.
5 Indien het bestuursorgaan heeft besloten informatie te verstrekken, wordt de informatie verstrekt tegelijk met de bekendmaking van het besluit, tenzij naar verwachting een belanghebbende bezwaar daartegen heeft, in welk geval de informatie wordt verstrekt twee weken nadat de beslissing is bekendgemaakt. Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de openbaarmaking opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken.
6 Indien het bestuursorgaan heeft besloten informatie te verstrekken die rechtstreeks betrekking heeft op een derde of die van een derde afkomstig is, deelt het bestuursorgaan dit besluit gelijktijdig mede aan deze derde.
Artikel 4.5.
1. Het bestuursorgaan verstrekt de informatie in de door verzoeker verzochte vorm of, indien dit redelijkerwijs niet gevergd kan worden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2.4, derde lid.
Artikel 5.1.
1. Het openbaar maken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit:
a. de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen;
de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden;
bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld;
persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de betrokkene uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor de openbaarmaking van deze persoonsgegevens of deze persoonsgegevens kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt;
nummers betreft die dienen ter identificatie van personen die bij wet of algemene maatregel van bestuur zijn voorgeschreven als bedoeld in artikel 46 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de levenssfeer maakt.
2 Het openbaar maken van informatie blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
a. de betrekkingen van Nederland met andere landen en staten en met internationale organisaties;
de economische of financiële belangen van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen, in geval van milieu-informatie slechts voor zover de informatie betrekking heeft op handelingen met een vertrouwelijk karakter;
de opsporing en vervolging van strafbare feiten;
de inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen;
de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
de bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens;
de bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft;
de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage;
i. het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen.
3 Indien een verzoek tot openbaarmaking op een van de in het tweede lid genoemde gronden wordt afgewezen, bevat het besluit hiervoor een uitdrukkelijke motivering.
4 Openbaarmaking kan tijdelijk achterwege blijven, indien het belang van de geadresseerde van de informatie om als eerste kennis te nemen van de informatie dit kennelijk vereist. Het bestuursorgaan doet mededeling aan de verzoeker van de termijn waarbinnen de openbaarmaking alsnog zal geschieden.
5 In uitzonderlijke gevallen kan openbaarmaking van andere informatie dan milieu-informatie voorts achterwege blijven indien openbaarmaking onevenredige benadeling toebrengt aan een ander belang dan genoemd in het eerste of tweede lid en het algemeen belang van openbaarheid niet tegen deze benadeling opweegt. Het bestuursorgaan baseert een beslissing tot achterwege laten van de openbaarmaking van enige informatie op deze grond ten aanzien van dezelfde informatie niet tevens op een van de in het eerste of tweede lid genoemde gronden.
6 Het openbaar maken van informatie blijft in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, in geval van milieu-informatie eveneens achterwege voor zover daardoor het in het eerste lid, onderdeel c, genoemde belang ernstig geschaad wordt en het algemeen belang van openbaarheid van informatie niet opweegt tegen deze schade.
7 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu.
Artikel 8.2.
Paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op besluiten op grond van deze wet en op beslissingen op bezwaar tegen deze besluiten.