ECLI:NL:RBNHO:2026:3570

Datum uitspraak
01-04-2026
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
K/4102/11919245
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vordering tot nakoming overeenkomst van opdracht, betaling facturen. De vordering is niet verjaard.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: 11919245 \ CV EXPL 25-6909

Vonnis van 1 april 2026

in de zaak van

[plaats] ,

te Zandvoort,

eisende partij,

hierna te noemen: Certified Control,

gemachtigde: mr. R.M. Braat (DAS),

tegen

[gedaagde], H.O.D.N. [bedrijf],

te [plaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek- de akte van Certified Control.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Certified Control heeft op grond van een overeenkomst van opdracht administratiewerkzaamheden verricht voor [gedaagde].

2.2.

Certified Control heeft facturen gestuurd aan [gedaagde] voor de werkzaamheden die zij voor [gedaagde] heeft verricht. Het totaalbedrag van deze facturen bedraagt € 6.656,40.

2.3.

[gedaagde] heeft deze facturen niet betaald.

3 Het geschil

3.1.

Certified Control vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 6.656,40, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

Certified Control legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar tekort schiet in de uitvoering van zijn betaalverplichting vanwege het door haar uitgevoerde werk en dat [gedaagde] in verzuim is.

3.3.

[gedaagde] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

De vordering van Certified Control is niet verjaard

4.1.

[gedaagde] voert aan dat de vordering van Certified Control is verjaard. Volgens [gedaagde] heeft het incassobureau vóór 2020 voor het laatst met hem over de vordering van Certified Control gecommuniceerd en naar een mailadres dat al jaren niet meer in gebruik was. Pas voor het eerst op 11 augustus 2025 heeft Certified Control een betalingsherinnering gestuurd.

4.2.

Een vordering tot betaling van een geldsom zoals Certified Control die heeft ingesteld, verjaart na vijf jaar nadat de vordering opeisbaar is geworden.1 De oudste factuur waarvan Certified Control betaling vordert, dateert van 31 oktober 2019. Certified Control heeft een brief overgelegd van 17 december 2020 waarin de gemachtigde van Certified Control heeft aangemaand de openstaande facturen te betalen, en het emailbericht van diezelfde datum waarmee die brief aan [gedaagde] is verstuurd. Certified Control heeft ook aangetoond dat [gedaagde] die brief heeft ontvangen, omdat hij per email van diezelfde dag daarop heeft gereageerd. De kantonrechter volgt [gedaagde] daarom niet in zijn stelling dat Certified Control pas voor het eerst op 11 augustus 2025 een betalingsherinnering heeft gestuurd. Met de brief van 17 december 2020 heeft Certified Control de verjaring gestuit. Certified Control heeft [gedaagde] op 11 augustus 2025 opnieuw aangemaand en op 7 oktober 2025 gedagvaard. Dat is binnen de termijn van vijf jaar. De vordering van Certified Control is daarom niet verjaard.

[gedaagde] is slachtoffer van de toeslagenaffaire; dat heeft geen gevolgen voor de vordering van Certified Control

4.3.

[gedaagde] voert verder aan dat hij slachtoffer is van de toeslagenaffaire en dat Certified Control daarom haar vordering tot 1 januari 2025 had kunnen indienen bij de Sociale Banken Nederland (SBN) en daarna bij de Commissie Werkelijke Schade.

4.4.

Dat [gedaagde] als slachtoffer van de toeslagenaffaire mogelijk in aanmerking komt voor compensatie, betekent niet dat Certified Control geen geldige vordering heeft op [gedaagde] tot betaling van haar facturen. Certified Control heeft overigens terecht erop gewezen dat [gedaagde] zelf de vordering van Certified Control had kunnen doorgeven aan de SBN. Dat andere schuldeisers hun vordering ook zelf hebben doorgegeven, zoals [gedaagde] stelt, doet er niet aan af dat de gedupeerde zelf daarvoor eerst een schuldenlijst heeft moeten indien bij de SBN.

De ex partner van [gedaagde] is geen partij in deze procedure; de kantonrechter kan haar daarom niet veroordelen tot betaling van de helft van de vordering

4.5.

[gedaagde] heeft tot slot aangevoerd dat zijn ex partner, met wie hij in gemeenschap van goederen was getrouwd, voor de helft aansprakelijk is voor de vorering van Certified Control.

4.6.

De kantonrechter stelt vast dat de ex partner van [gedaagde] geen partij is in deze procedure doordat Certified Control haar niet (mee) heeft gedagvaard. De kantonrechter kan daarom de ex parner van [gedaagde] niet voordelen tot betaling van de helft van, of hoofdelijk tot het bedrag dat Certified Control vordert. Voor zover [gedaagde] meent dat zijn ex partner voor de helft aansprakelijk is voor de betaling van het bedrag, kan hij een vordering tot betaling van de helft bij zijn ex partner indienen.

Conclusie

4.7.

De verweren van [gedaagde] slagen niet. Dat betekent dat de kantonrechter de vordering van Certified Control tot betaling van het bedrag van € 6.656,40 zal toewijzen.

[gedaagde] moet de wettelijke handelsrente betalen

4.8.

De gevorderde wettelijke handelsrente over dat bedrag zal de kantonrechter ook toewijzen, zoals vermeld in de beslissing.

[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen

4.9.

Certified Control vordert verder vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Certified Control heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Certified Control heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 700,00 worden toegewezen.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

4.10.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Certified Control worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

120,78

- griffierecht

€

543,00

- salaris gemachtigde

€

900,00

(2,5 punten × € 360,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.707,78

4.11.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Certified Control te betalen een bedrag van € 6.656,40, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 8 oktober 2020, tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan Certified Control te betalen een bedrag van € 700,00 aan buitengerechtelijke kosten,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.707,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Kluit en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »