RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/383069 / JU RK 26-1545
Datum uitspraak: 9 oktober 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen de GI,
gevestigd in Amsterdam,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] ,
advocaat mr. M.R. Ploeger uit Schagen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] .
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 9 oktober 2026;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 9 oktober 2026.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] verblijft op de open groep [de open groep] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 februari 2026 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 26 februari 2026 tot 26 mei 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden.
4 De beoordeling
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] verblijft vanaf 26 februari 2026 op [gesloten accommodatie voor jeugdhulp 1] . Hiervoor woonde zij vanaf november 2024 op woongroep [woongroep] in [plaats] . Haar problematiek bestond er op dat moment uit dat zij geen gezag van ouders of hulpverlening accepteerde, waardoor er geen grip op haar was.. Er was geen zicht op waar [de minderjarige] verbleef en met wie ze omging. Tijdens haar verblijf op de woongroep liep ze dagelijks weg, waarna ze bijvoorbeeld bij onbekende mannen in de auto stapte en soms snel maar ook soms erg laat terugkwam. Zij was hierover niet in contact met hulpverlening of ouders. [de minderjarige] was steeds vaker ook verder weg, zoals in [plaats] of [plaats] . Vervolgens is zij van januari 2026 tot 25 mei 2026 gesloten geplaatst bij [gesloten accommodatie voor jeugdhulp 2] . Daarna is zij doorgestoomd naar de open groep [de open groep] . Het doel van deze plaatsing was om stapsgewijs terug te werken naar een thuisplaatsing bij ouders. Volgens eerdere afspraken zou [de minderjarige] eigenlijk al thuiswonend zijn. Echter lukt dit onvoldoende. [de minderjarige] laat thuis negatief gedrag zien (agressie, niet luisteren naar het gezag van ouders, deuren slaan). Daarnaast is de draaglast van ouders op dit moment onvoldoende. Op de [de open groep] houdt zij zich niet aan afspraken en weigert zij naar school te gaan. Ook de afgelopen periode is zij zeer vaak weggelopen, waarbij onvoldoende duidelijk is met wie en waar zij is. Dit tezamen creëert onveiligheid. Op het moment van het indienen van het verzoek heeft [de minderjarige] zich wederom onttrokken. [datum] , heeft de handhaving haar ID bewijs en telefoon gevonden in de parkeergarage [plaats] . Het is onbekend waar [de minderjarige] nu is en met wie. Er is op dit moment geen enkel contact met haar. Het begeleiden op de open groep de [de open groep] is onmogelijk op dit moment. Er is meer begrenzing en er zijn meer kaders nodig om [de minderjarige] veilig te stellen en terug in contact te krijgen.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk is voor [de minderjarige] . Uit het verzoek en de bijlagen blijkt naar het oordeel van de kinderrechter dat er op dit moment ernstige zorgen zijn die een gesloten plaatsing noodzakelijk maken om de veiligheid van [de minderjarige] te waarborgen. [de minderjarige] houdt zich al langere tijd niet aan de afspraken op de open woongroep. Er zijn veel zorgen over haar contacten met jongens/mannen tijdens de momenten dat zij wegloopt. Ook zijn er zorgen over middelengebruik. [de minderjarige] staat nu op de telex omdat zij op [datum] opnieuw is weggelopen de woongroep. Er is geen enkel contact met haar. Haar telefoon en ID-bewijs zijn gevonden in een parkeergarage in [plaats] . Deze zorgen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.1
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken.
De GI, [de minderjarige] , haar advocaat en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
De gedragswetenschapper heeft een instemmingsverklaring afgegeven zonder met [de minderjarige] te kunnen spreken. Het was niet mogelijk haar te spreken, omdat zij op dit moment vermist is. Er is een reële vrees dat [de minderjarige] zich onttrekken of onttrokken wordt zodra het verzoek met haar besproken wordt. De kinderrechter zal daarom de machtiging verlenen onder de voorwaarde dat [de minderjarige] de eerstvolgende dag na plaatsing wordt onderzocht door een gedragswetenschapper en de instemmingsverklaring wordt gehandhaafd en aangevuld met de bevindingen.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 9 oktober 2026 tot 6 november 2026, onder de voorwaarde dat uiterlijk de eerstvolgende dag na plaatsing van [de minderjarige] een schriftelijke instemmingsverklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper wordt overgelegd die tot stand is gekomen op basis van een onderzoek in direct contact met [de minderjarige] ;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan roept de vader en de moeder op voor de zitting van mr. S.W.S. Kiliç op [datum] , bij [locatie] , te [plaats] ;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
vraagt de griffier [de minderjarige] en haar advocaat op te roepen.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Mateman, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2026, in aanwezigheid van L. de Greef als griffier. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.