ECLI:NL:RBNHO:2026:13417

Datum uitspraak
02-10-2026
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/15/382810
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Alkmaar

Zaaknummer: C/15/382810 / JU RK 26-1494

Datum uitspraak: 2 oktober 2026

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

De Jeugd- & Gezinsbeschermers,

hierna te noemen de GI,

gevestigd in Heerhugowaard,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen [de minderjarige] ,

advocaat mr. B. Bos uit Hoorn.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [plaats] .

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

  • het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 2 oktober 2026:

  • het telefoongesprek op 2 oktober 2026 met [onafhankelijke gedragswetenschapper] , onafhankelijke gedragswetenschapper, waarin een mondelinge instemmingsverklaring op basis van dossieronderzoek is afgegeven.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

2.2.

Bij beschikking van 2 oktober 2025 heeft de kinderrechter van deze rechtbank [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 2 oktober 2026. Ook is toen een machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. Later is een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend.

2.3.

Bij uitspraak van de kinderrechter van 1 oktober 2026 zijn de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verlengd tot 10 oktober 2026 en is de beslissing op het meer verzochte aangehouden tot de zitting van [datum] .

2.4.

[de minderjarige] verblijft op grond van de machtiging tot uithuisplaatsing op een open groep van [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] , te weten [open groep] .

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

3.2.

De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter is van oordeel dat onmiddellijke verlening van een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk is voor [de minderjarige] . Uit het verzoek, de bijlagen en het telefoongesprek tussen de kinderrechter en de onafhankelijke gedragswetenschapper [onafhankelijke gedragswetenschapper] blijkt naar het oordeel van de kinderrechter dat er op dit moment zulke ernstige zorgen zijn over [de minderjarige] , dat een gesloten plaatsing noodzakelijk is om de wachttijd tot een plaatsing bij [accommodatie] te overbruggen. [de minderjarige] staat zelf ook achter een plaatsing bij [accommodatie] en zij is er erg teleurgesteld over dat die plaatsing is uitgesteld. Momenteel onttrekt [de minderjarige] zich aan het toezicht en de begeleiding van de open groep waar zij nu is geplaatst en zij weigert terug te keren naar de groep. Een verblijf bij haar ouders is op dit moment ook niet mogelijk, mede omdat [de minderjarige] zich niet aan afspraken wenst te houden. [de minderjarige] zou dagelijks alcohol en softdrugs gebruiken en zij heeft – zo is ook door een groepsgenoot waargenomen – onveilige seksuele contacten met jongens en mannen. De kinderrechter acht een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk om de veiligheid van [de minderjarige] te waarborgen.

4.2.

De kinderrechter heeft van de gedragswetenschapper gehoord dat [de minderjarige] op [datum] wordt verwacht bij de gedragswetenschapper in het kader van het onderzoek voor een instemmingsverklaring. De kinderrechte zal aan de verlening van de spoedmachtiging de voorwaarde verbinden dat uiterlijk op 5 oktober 2026 een instemmingsverklaring wordt overgelegd op basis van een onderzoek in direct contact met [de minderjarige] . Voor het geval [de minderjarige] daar niet verschijnt, zal de kinderrechter de spoedmachtiging verlenen onder de voorwaarde dat de instemmingsverklaring op basis van een onderzoek in direct contact met [de minderjarige] uiterlijk wordt overgelegd op de eerste dag na terugkeer van [de minderjarige] bij [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] te [plaats] .

4.3.

Op basis van de hiervoor vermelde informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.1

4.4.

De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . De motivering hiervoor is opgenomen onder overweging 4.1. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken.

4.5.

De GI, [de minderjarige] , haar advocaat en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing op het verzoek wordt aangehouden.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 2 oktober 2026 tot 30 oktober 2026, onder de voorwaarde dat uiterlijk op 5 oktober 2026 een schriftelijke instemmingsverklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper wordt overgelegd die tot stand is gekomen op basis van een onderzoek in direct contact met [de minderjarige] (in het geval [de minderjarige] maandag 5/10 verschijnt op de afspraak bij de gedragswetenschapper) dan wel dat deze instemmingsverklaring op basis van een onderzoek in direct contact met [de minderjarige] uiterlijk wordt overgelegd op de eerste dag na terugkeer van [de minderjarige] bij [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] te [plaats] (in het geval dat [de minderjarige] op 5/10 niet verschijnt op de afspraak bij de gedragswetenschapper);

5.2.

houdt de beslissing op het verzoek voor het overige aan;

5.3.

roept de GI, de vader, de moeder en [de minderjarige] en haar advocaat op voor de zitting van mr. W.C. Oosterbroek op [datum] bij [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] , locatie [locatie] te [plaats] ;

5.4.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2026, in aanwezigheid van L.I. Fernandes Paredes als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »