ECLI:NL:RBNHO:2026:13319

Datum uitspraak
01-10-2026
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Rechtsgebied
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Zaaknummer
C/15/379842
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Peojectontwikkeling. Vorderingen met betrekking op afgifte van c.q. inzage in informatie en stukken prematuur, omdat nog geen sprake is van netto-winst als bedoeld in winstdelingsovereenkomst. Vordering tot voorschot schadevergoeding eveneens afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: C/15/379842 / KG ZA 26-401

Vonnis in kort geding van 1 oktober 2026

in de zaak van

RE-CONCEPTS B.V.,

te Blaricum,

eisende partij,

hierna te noemen: Re-Concepts,

advocaat: mr. S.I.P. Schouten,

tegen

PARCK MANPAD I B.V.,

te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Parck Manpad,

advocaten: mr. Ch.P.A.T. van Goethem en mr. J.M. Baltus.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de uitgebrachte dagvaarding van 18 augustus 2026 met 16 producties

- de conclusie van antwoord met 8 producties

- de mondelinge behandeling van 27 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt

- de spreekaantekeningen van de advocaat van Re-Concepts

- de spreekaantekeningen van de advocaten van Parck Manpad

- de aanhouding ten behoeve van het beproeven van een minnelijke regeling en het bericht dat die poging zonder succes was.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De bedrijfsactiviteit van Re-Concepts is het zoeken naar vastgoedprojecten, om deze vervolgens aan derden aan te bieden. Enig aandeelhouder en bestuurder van Re-Concepts is de heer [betrokkene 1].

2.2.

De aandeelhouders en bestuurders van Parck Manpad zijn Proo B.V. (Proo), waarvan de heer [betrokkene 2] de uiteindelijke eigenaar is, en [bedrijf 1] B.V. ([bedrijf 1]), waarvan de heer [betrokkene 3] de uiteindelijke eigenaar is.

2.3.

Re-Concepts heeft reeds bestaande plannen met betrekking tot het Manpadslaangebied in Heemstede (hierna: het Project) aan [bedrijf 1] aangeboden en de heren [betrokkene 2] en [betrokkene 3] met elkaar in contact gebracht.

2.4.

Op 19 juli 2022 is tussen Re-Concepts en Parck Manpad gesloten de ‘Winstdelings-overeenkomst Project Manpadslaangebied’ (hierna: de Winstdelingsovereenkomst), waarin onder meer het volgende is opgenomen:

(…)

{afbeelding}

2.5.

In juli 2024 heeft Re-Concepts vernomen dat Parck Manpad het Project had doorverkocht aan een derde, [bedrijf 2] BV (hierna: [bedrijf 2]).

3. Het geschil

3.1.

Re-Concepts vordert om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. Parck Manpad 1 te veroordelen om binnen twee weken na betekening van het vonnis aan Re-Concepts de volgende informatie en stukken ( schriftelijk) te verstrekken:

de (waarschijnlijk op 2 december 2024) tussen Parck Manpad 1 (en/of haar aandeelhouders) en [bedrijf 2] gesloten koopovereenkomst, inclusief alle bijlagen, eventuele addenda, sideletters en andere aan dit project gerelateerde overeenkomsten ( ook indien deze afspraken zijn opgenomen in e-mails of Whats-App-berichten;

leveringsakte(n) en notariële nota('s) van afrekening van de levering aan [bedrijf 2];

de met betrekking tot Parck Manpad 1 gesloten aandeelhoudersovereenkomst inclusief alle bijlagen;

de met Proo en APB getekende leningsovereenkomsten, de rente- en aflossingsafspraken, en bewijs van aflossing uit de ontvangen termijnbetaling van € 5,1 miljoen;

een onderbouwde en gespecificeerde berekening van de te realiseren winst en het daaraan gerelateerde nettowinstdeel van Re-Concepts, met onderliggende stukken, inclusief een overzicht van alle posten die Parck Manpad 1 als kosten van de winst wil aftrekken;

een overzicht van alle kosten waarvan Parck Manpad 1 van mening is dat deze dienen te worden meegenomen in de berekening van het winstrecht van Re-Concepts;

taxatie-/waarderingsrapporten van de onroerende zaken die behoren tot het Manpadslaangebied, waaronder in ieder geval begrepen het door NAI Netherlands opgestelde taxatierapport van 27 mei 2025;

correspondentie tussen Parck Manpad 1 (en/of haar aandeelhouders) en [bedrijf 2], uitsluitend voor zover die ziet op de hoogte/verdeling van de koopsom, de termijnen, de vruchtgebruik-afkoop of de toerekening van het verkoopresultaat van het project Parck Manpad;

de volledige jaarrekeningen 2022 tot en met 2025 (niet zijnde de deponeringsbalansen) van Parck Manpad 1, inclusief de toelichtingen;

een voorlopige balans en rekening- en verliesrekeningen over het jaar 2025 (indien de jaarrekening 2025 nog niet is opgemaakt en kan worden verstrekt) en het eerste halfjaar van 2026.

Parck Manpad 1 te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 10.000, voor elke dag dat Parck Manpad 1 niet aan de veroordeling onder I) voldoet, tot een maximum van€ 500.000,- is bereikt.

te bepalen dat naast Re-Concepts ook haar advocaat (mr. S.I.P. Schouten, dan wel een vervanger) en een nader door Re-Concepts aan te stellen financieel deskundige de informatie en stukken zoals bedoeld onder I) mogen inzien.

te bepalen dat de onder I) bedoelde informatie en stukken als bewijs mogen worden gebruikt in een tegen Parck Manpad 1 en/of op de voet van art. 2.4 van de Winstdelingsovereenkomst tegen [bedrijf 1] en Proo te voeren bodemprocedure.

Parck Manpad 1 te veroordelen tot betaling binnen twee weken na betekening van het vonnis van een voorschot van € 95.000,- op de Vergoeding waarop Re-Concepts gerechtigd is, dan wel een in goede justitia door uw rechtbank te bepalen bedrag.

Parck Manpad 1 te veroordelen tot betaling van de kosten van de onderhavige procedure, onder bepaling dat indien de gedingkosten niet binnen veertien dagen na de dag, waarop het vonnis is gewezen aan Re-Concepts zullen zijn voldaan, daarover vanaf de veertiende dag wettelijke rente verschuldigd is.

3.2.

Re-Concepts legt aan haar vorderingen – samengevat – ten grondslag dat zij belang bij en recht op ontvangst van de gevorderde stukken en informatie heeft in verband met het (kunnen) berekenen van de hoogte van haar vordering op Parck Manpad uit hoofde van de Winstdelingsovereenkomst. De grondslag van die vordering is gelegen in de Winstdelingsovereenkomst zelf, alsmede in artikel 194 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De te ontvangen informatie dient Re-Concepts te kunnen beoordelen met behulp van haar advocaat en zo nodig ook een financieel deskundige, zodat ook zij inzage moeten (kunnen) hebben in de gevorderde stukken als bedoeld in artikel 195 lid 2 Rv. Hoewel de Winstdelingsovereenkomst niet voorziet in betaling van de koopsom in termijnen, brengt een logische uitleg van deze overeenkomst met zich dat Re-Concepts ook bij deelbetalingen daarvan recht heeft op een tussentijdse afrekening. Een andere uitleg zou in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn, aldus Re-Concepts.

3.3.

Parck Manpad voert tot haar verweer – kort gezegd – aan dat het recht van Re-Concepts op 10% van de netto winst als zodanig niet wordt betwist, maar dat tot op heden geen sprake is van winst, zodat Re-Concepts (nog) geen belang heeft bij haar vorderingen. Bovendien is in de Winstdelingsovereenkomst opgenomen dat de vergoeding van 10% “zal

geschieden binnen 4 (vier) weken nadat de Vennootschap de koopsom heeft ontvangen”. In de tekst van artikel 2.3 van de Winstdelingsovereenkomst ligt immers besloten dat met “de koopsom” de volledige, uit alle termijnen bestaande koopsom is bedoeld, en niet een deelbetaling daarvan. Aangezien op dit moment slechts de eerste tranche van de koopsom is betaald, bestaat er nog geen recht op betaling aan Re-Concepts van enige vergoeding en kan zij dus ook (nog) geen aanspraak maken op stukken of informatie die betrekking hebben op (de berekening) van die vergoeding. Omdat vooralsnog niet vaststaat dat er überhaupt winst op het Project zal worden gemaakt, is ook de vordering van Re-Concepts tot veroordeling van Parck Manpad tot betaling van een voorschot daarop prematuur. Ook het spoedeisend belang van Re-Concepts daarbij ontbreekt. Parck Manpad concludeert dan ook tot niet-ontvankelijkheid van Re-Concepts, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Re-Concepts, met veroordeling van Re-Concepts in de kosten van deze procedure.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

Tekst

4 De beoordeling

4.1.

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat Re-Concepts daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.

Spoedeisend belang?

4.2.

De vorderingen sub I) tot en met IV) (zie hierboven in 3.1) hebben betrekking op afgifte van c.q. inzage in informatie en stukken. Met betrekking tot die vorderingen is de voorzieningenrechter van oordeel dat Re-Concepts daarbij geen spoedeisend belang heeft en hij zal dat hierna uitleggen.

4.3.

Het verweer van Parck Manpad tegen de vorderingen van Re-Concepts is gegrond op de (niet weersproken) stelling dat het Project weliswaar aan een derde is verkocht, maar dat momenteel slechts de eerste tranche van de betaling van de overeengekomen koopsom is voldaan, de rest pas in een later stadium van het Project zal volgen en nu niet duidelijk of voorzienbaar is wanneer dat precies zal zijn. De afronding van het Project – en daarmee de ontvangst van (de rest van) de volledige koopsom – kan nog jaren duren, waardoor de (rente)kosten van de investeringen oplopen. Om die reden valt nog niet met zekerheid te zeggen óf er überhaupt winst zal worden gemaakt op het Project en dus ook niet of Re-Concepts aanspraak zal kunnen maken op vergoeding van haar deel daarvan. De voorzieningenrechter overweegt daarover als volgt.

4.4.

Met Parck Manpad is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vordering van Re-Concepts in dit stadium voorbarig is. Op basis van de door partijen overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting kan simpelweg nog niet vooruitgelopen worden op een beslissing van de bodemrechter. Daarvoor is nader bewijs nodig, waarvoor dit kort geding zich naar haar aard niet leent.

4.5.

Tussen partijen is niet in geschil dat in de Winstdelingsovereenkomst niets is overeengekomen voor de situatie die zich hier voordoet: verkoop van het Project aan een derde met betaling van de koopsom in termijnen. Dat maakt voor het onderhavige geschil echter geen verschil. Ook indien de Winstdelingsovereenkomst veronderstellenderwijs zo zou worden uitgelegd dat daarin zou moeten worden gelezen dat Re-Concepts ook bij betaling in termijnen recht zou hebben op vergoeding van een deel van de winst, dan nog valt de hoogte van de “nettowinst” – en dus het aandeel van Re-Concepts daarin – nog niet te bepalen. Dat kan immers pas als de koopsom volledig is ontvangen en de “verschuldigde belastingen en alle kosten” in kaart zijn gebracht.

4.6.

Het doel waarvoor de bedoelde stukken en informatie in het onderhavige geding worden opgevraagd, te weten het (kunnen) berekenen van de winst en zo van het aandeel van Re-Concepts daarin, kán dus (nog) niet bereikt worden. Betaling van slechts de eerste tranche van de koopsom is immers ontoereikend om te kunnen beoordelen of – laat staan vast te stellen dat – er uiteindelijk winst zal worden gemaakt met de verkoop van het Project. Bij die stand van zaken heeft Re-Concepts naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen spoedeisend belang bij haar vorderingen tot afgifte van c.q. inzage in stukken en informatie. Dat leidt ertoe dat de vorderingen onder I) tot en met IV) zullen worden afgewezen.

Voorschot schadevergoeding

4.7.

Re-Concepts vordert onder V) veroordeling van Parck Manpad tot betaling van een voorschot op de vergoeding waarop Re-Concepts stelt gerechtigd te zijn.

4.8.

Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De voorzieningenrechter zal daarbij niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van de belangen van partijen moet de voorzieningenrechter mede betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling mocht de bodemrechter anders beslissen.

4.9.

Evenals bij de vorderingen onder I) tot en met IV) is de voorzieningenrechter van oordeel dat Re-Concepts nog geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering tot betaling door Parck Manpad van een voorschot op de schadevergoeding. In feite komt deze vordering immers neer op veroordeling van Parck Manpad tot betaling van een voorschot uit hoofde van de Winstdelingsovereenkomst, terwijl hiervoor met betrekking tot de veroordeling tot afgifte c.q. inzage in de informatie en stukken op grond waarvan die winst zou moeten worden berekend reeds is geoordeeld dat deze vordering prematuur is, omdat nog niet vaststaat dat er sprake van “nettowinst” in de zin van de Winstdelingsovereenkomst is. Ook de vordering tot veroordeling van Parck Manpad tot betaling aan Re-Concepts van een voorschot daarop, dient dus te worden afgewezen.

4.10.

Re-Concepts is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Parck Manpad worden begroot op:

- griffierecht

€

3.083,00

- salaris advocaat

€

1.177,00

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

4.449,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen van Re-Concepts af,

5.2.

veroordeelt Re-Concepts in de proceskosten van € 4.449,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Re-Concepts niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wolfs en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026.

936

Tegen dit vonnis kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam binnen vier weken na de dag van de uitspraak. Het beroep moet worden ingesteld door tussenkomst van een advocaat.

Als het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, heeft het vonnis al wel geldende werking zolang op het (eventuele) beroep niet is beslist.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »